De vraag is nu hoe een vredig Europa er uitziet

De topconferentie tussen de Amerikaanse president Bush en zijn Sovjet-collega Gorbatsjov in Washington, die al gekenschetst is als de eerste top na de Koude Oorlog, vertoont nog de sporen van het nabije verleden. De twee presidenten zullen akkoorden ondertekenen over beperking van de strategische en de chemische bewapening. Besprekingen over de omvang van de bewapening zijn de afgelopen jaren steeds de graadmeter geweest voor de fase waarin het proces van ontspanning verkeerde. SALT, MBFR, INF het waren allemaal kortingen waarachter onderhandelingen schuil gingen over een mogelijke vermindering van de omvang van wapensystemen en strijdkrachten. Toch vormen deze wapens niet meer het cruciale probleem in de verhouding tussen Oost en West als ze dat al ooit geweest zijn. De behoefte aan bewapening hangt rechtstreeks samen met de overtuiging dat er een vijand is. Het proces van ontspanning is nu zo ver gevorderd, dat zelfs de Amerikaanse inlichtingendienst CIA van opvatting is dat de Sovjet-Unie geen bedreiging meer is voor het Westen.

De nieuwe vraag waarvoor de partijen nu geplaatst worden, is de kwestie hoe een nieuwe vredesorde in Europa eruit moet zien. Veel wezenlijker dan de kwestie van de nucleaire en de chemische wapens is tijdens de top in Washington de status van Duitsland, de positie van de Sovjet-Unie en de rol van de Verenigde Staten in Europa. Een belangrijk deel van de besprekingen in Washington zal daaraan stellig gewijd zijn. De discussie daarover spitst zich momenteel toe op de kwestie van het NAVO-lidmaatschap van het verenigde Duitsland, de omvang van de Duitse strijdkrachten en de rol van de Conferentie voor Europese Veiligheid en Samenwerking. Moskou houdt officieel nog steeds vol dat een verenigd Duitsland geen volwaardig lid van de NAVO kan zijn. Tijdens het bezoek van de Franse president Mitterrand maakte president Gorbatsjov duidelijk dat Moskou de Duitsers eigenlijk alleen een politiek lidmaatschap van de NAVO wil toestaan. Het verenigde Duitsland zou militair van het Atlantisch bondgenootschap moeten worden losgekoppeld om te voorkomen, zoals Oosteuropese diplomaten in Wenen dat zeggen, dat 'Duitsland de NAVO gaat domineren'.

Psychologisch

Het Duitse NAVO-lidmaatschap is vooral een psychologisch probleem voor de Sovjet-Unie. De NAVO is veertig jaar lang de organisatie geweest waartegen de Sovjet-Unie zich moest te weer stellen, waarbij de DDR de belangrijkste verdedigingspost van het Oostblok was. Met het wegvallen van deze post is het zeker voor de militaire leiders van de Sovjet-Unie moeilijk te verkroppen dat dit land zonder meer bij het andere kamp gevoegd zou worden.

Hoewel het Westen nu door de externe en interne verzwakking van de Sovjet-Unie sterk staat, doet het er verstandig aan Moskou een eindweegs tegemoet te komen. Bij een nieuw Versailles, waarbij de Russen gedwongen zouden worden eenzijdig alle concessies te doen, heeft niemand baat.

De meest voor de hand liggende manier is een grotere rol toe te kennen aan de Conferentie voor Europese Veiligheid en Samenwerking (CVSE). Via dat forum, waarin alle Europese landen (minus Albanie vooralsnog) plus de Verenigde Staten en Canada vertegenwoordigd zijn, kan Moskou een permanente stem worden gegeven bij de vormgeving van de nieuwe verhoudingen in Europa. De Sovjet-Unie heeft zich bij monde van de minister van buitenlandse zaken, Edoeard Sjevardnadze, uitgesproken voor een verdere institutionalisering van de CVSE tot een 'Raad van Groot-Europa'. De staatshoofden en regeringsleiders van de 35 landen zouden ten minste eenmaal per jaar bijeen moeten komen, zo meent Sjevardnadze, om de onderlinge problemen te bespreken.

De Amerikaanse betrokkenheid bij Europa, die door de Sovjet-Unie expliciet wordt erkend, al was het maar om een Duitse Alleingang te voorkomen, zou door een versterkte CVSE gegarandeerd worden. De behoefte aan zo'n garantie zou wel eens sterker kunnen worden naarmate de betekenis van de NAVO als transatlantisch bindmiddel afneemt. En een dergelijke vermindering van het gewicht van de NAVO zal sneller lopen naarmate de macht in Oost-Europa als minder bedreigend wordt ervaren.

De aarzeling voor een sterke institutionalisering van het CVSE-proces bij een aantal westerse landen is nog altijd groot. Men ziet achter ontwikkeling in die richting het streven van de Sovjet-Unie om de feitelijke ontbinding van het Warschaupact te koppelen aan een poging tot uitholling van de NAVO. Toch hoeft versterking van het CVSE-proces niet per definitie te leiden tot een uitholling van de NAVO. Niemand kan de landen van de NAVO verhinderen om in het kader van het bondgenootschap afspraken te maken over een gezamenlijke opstelling in het kader van de CVSE. Sterker nog: de Akkoorden van Helsinki bieden alle betrokken landen expliciet de vrijheid om zich bij internationale verdragen en organisaties aan te sluiten. Een dergelijke opzet biedt tegelijkertijd een impuls voor de NAVO om zich van een primair militaire naar een vooral politieke organisatie om te vormen.

Het is daarom toe te juichen dat zowel de Westduitse bondskanselier Kohl als zijn minister van buitenlandse zaken, Hans-Dietrich Genscher, zich de afgelopen week opnieuw expliciet hebben uitgesproken voor versterking van het CVSE-proces. Kohl bepleitte tijdens de ontwapeningsconferentie van de Interparlementaire Unie in Bonn voor tweejaarlijkse topontmoetingen van de 35 landen plus regelmatige ontmoetingen van de ministers van buitenlandse zaken. Verder bepleiten de Duitsers de vorming van een centrum voor de verificatie van ontwapeningsafspraken.

Plicht

Inmiddels heeft ook Canada zich uitgesproken voor een verdere institutionalisering van het CVSE-proces. De Canadese minister van buitenlandse zaken Clark bepleitte niet alleen de vorming van een Raad voor Europese Samenwerking, maar ook voor een gemeenschappelijk parlement van de 35 landen. Ook de Franse minister van buitenlandse zaken Dumas wees er deze week op dat de westelijke landen de plicht hebben om tegemoet te komen aan de veiligheidsbelangen van de Sovjet-Unie.

Niet idealisme maar realisme dient bepalend te zijn voor de opstelling van het Westen tegenover de Sovjet-Unie. Het Westen kan de eis van een Duits NAVO-lidmaatschap in zijn eigen belang gewoon niet opgeven. Voorkomen moet worden dat het Westen ook op langere termijn niet adequaat zou kunnen inspelen op de gevolgen van een eventuele machtswisseling in het Kremlin. Dat betekent dat de NAVO overeind moet worden gehouden, niet alleen als politieke maar ook als militaire organisatie.

Maar een uitbouw van de Europese veiligheidsstructuur biedt Moskou de garantie dat het een stem in het Europese kapittel behoudt. Moskou zal zich dan niet aan de kant gezet voelen. Naarmate de CVSE-structuur meer accent krijgt, zal een Duits NAVO-lidmaatschap voor de Sovjet-Unie ook minder bezwaarlijk zijn, zeker als dat gepaard gaat met economische en financiele steun van Duitsland en de rest van de westelijke landen, waaraan Moskou zo dringend behoefte heeft.