De tijd der troebelen

In de loop der eeuwen verandert er af toe wel iets, maar veel blijft ook vooral precies hetzelfde. In Moessorgski's opera Boris Godoenov (1874) zegt de zwervende monnik Varlaam tegen de vluchtende Grigori: 'Waarom voel je je zo beroerd kameraad? Hier is immers de grens van Litouwen, het land waar je naar toe wilde.'.

Grigori antwoordt: 'Ik zal me niet op mijn gemak voelen tot ik over de grens ben.' Deze scene uit de nu door Andrzej Zulawski verfilmde Boris speelt in de 'Tijd der Troebelen', de Russische machtsstrijd rond 1600, tevens een periode van conflicten met Polen. De tsaar Boris Goedoenov kwam op door de troonopvolger Dimitri te vermoorden. Hij sterft tenslotte van wroeging en hallucinaties, als de jonge monnik Grigori zich uitgeeft voor Dimitri, die weer tot leven zou zijn gekomen. Winnaars werden uiteindelijk de Romanovs. Zij bleven drie eeuwen aan de macht, tot ze tijdens de communistische revolutie werden vermoord en vervangen door machthebbers met een nog schrikwekkender karakter.

Onderdrukking, verbanning, honger en dood, zoals die in Boris Godoenov worden vertoond, beheersen Rusland nog steeds. Juist door glasnost en perestroika bestrijden bevolkingsgroepen elkaar weer op bloedige wijze of worden met dodelijk politioneel en militair geweld van nog meer en erger weerhouden. De slotregels van Boris Godoenov, waarin een zwakzinnige (de in Rusland onaantastbare 'Onnozele') zijn lied zingt: Verdriet, verdriet over Rusland. Huil, huil Russisch volk, hongerend volk! kunnen daarom nog steeds worden bezien als voorspelling van toekomstige ontreddering.

In zijn verfilming van Boris Goedoenov blijkt de Poolse regisseur Zulawski solidair met het onderdrukte Russische volk, dat hij telkens uit lage camerastandpunten toont: verbonden met de aarde, ploeterend door de modder, vertrapt door de hogere machten. Het zijn de smerige aardse middeleeuwen in de praktijk. Van de spectaculaire kroning van Boris is voor ons dan ook even weinig te zien als voor dat oude vrouwtje, helemaal achteraan.

Anderzijds laat Zulawski zien dat het vertoonde geen realiteit is. Steeds weer komen de filmlampen in beeld of zien we ineens een orkest en blijkt de filmset zich te bevinden in een theater, waar de componist Moessorgski ook zelf zit. Dat prent ons in: er wordt maar gespeeld, het is slechts kunstzinnige verbeelding, al die ellende is niet echt. Over de keuze der scenes kan men bij Boris altijd twisten omdat Moessorgski verschillende versies maakte. Van de indrukwekkende Erato-plaatopname van Mstislav Rostropowitsj met Ruggiero Raimondi in de titelrol, gebruikt Zulawski nog geen twee uur van de drieeneenhalf uur. Echt aanvechtbaar is de ingreep van Zulawski om de Onnozele en de valse Dimitri door dezelfde acteur te laten vertolken. Dat berooft beide personages van hun eigen en zeer tegengestelde karakter. De onnozele spreekt immers altijd de waarheid, de valse Dimitri is de leugen zelf. Zulawski demonstreert hier weer wel de totale normloosheid.

Rostropwitsj kent heel wat meer scrupules. Vanwege enig bloot (van Marina, niet geacteerd maar wel gezongen door zijn vrouw Galina Visjnevskaja) laat hij vooraf weten het niet eens te zijn met deze verfilming van de opera: deze nieuwe Pools-Russische troebelen zijn alweer herhaling van geschiedenis.