Weekstaat der Nederlandsche Bank; Gulden onder druk

AMSTERDAM, 30 mei Na enkele weken met een enigszins euforische stemming rond de gulden bleek maandagmorgen dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden van De Nederlandsche Bank om de rente te verlagen. De koers van de gulden brokkelde af tot circa 1,1260 per Dmark, tegen 1,1240 vorige week.

Onder invloed van de lagere beleningsrente (7,8 procent ingaande 25 juni) en de speculatie op een verlaging van de voorschotrente met 0,25 procent tot 7,5 procent, daalden eind vorige week de Nederlandse geldmarkttarieven tot fractioneel onder de Westduitse tarieven. Maandag leidde dit rente-ecart evenwel tot een omvangrijke uitvoer van kapitaal, wat de koers van de gulden onder druk zette.

Het zijn onder dergelijke omstandigheden met name de grote, multinationaal opererende bedrijven die hun liquiditeiten kortstondig in het buitenland uitzetten.

De zwakkere koers van de gulden maakte vrij abrupt een einde aan de speculaties van de markt op een verlaging van de voorschotrente. Zelfs leeft bij een enkele marktpartij nu de verwachting dat De Nederlandsche Bank, ter ondersteuning van de gulden, aanstaande vrijdag het beleningstarief weer zal verhogen met 0,1 procent tot 7,9 procent. In lijn met deze verwachting liepen de tarieven voor de kortere termijnen op de geldmarkt weer enigszins op.

Uit de weekstaat kan worden afgeleid dat de geldmarkt de afgelopen week aanzienlijk werd verruimd door nettobetalingen door het Rijk. Maandag 21 mei bedroeg het geldmarkttekort nog zo'n 10,5 miljard gulden, wat jongstleden maandag was geslonken tot 6,8 miljard.

Tegenwicht tegen de geldmarktverruimende betalingen door het Rijk (2956,7 miljoen gulden) werd geboden door een forse toeneming van de bankbiljettencirculatie met 425,1 miljoen gulden. Dit in verband met het lange weekeinde rond de Hemelvaart. Per saldo konden de banken hun 'roodstand' bij de centrale bank met 2.470 miljoen gulden reduceren, waarmee hun beroep op het contingent gemiddeld onder de toegestane 4,1 miljard gulden kwam te liggen. De besparing op het contingentsverbruik nam hierdoor toe tot 4 punten. Afgelopen maandag was 36 procent van de huidige contingentsperiode verstreken, terwijl 32 procent van de ruimte was verbruikt. Een week eerder bedroeg deze besparing twee procentpunten.

Op de kapitaalmarkt is stabiliteit troef. Met name op de Westduitse kapitaalmarkt vormt 9 procent een nauwelijks te nemen bovengrens, niettegenstaande uitlatingen van verschillende 'Bundesbank-officials' dat de vorming van de Duitse Economisch en Monetaire Unie kan leiden tot een aanzienlijke toeneming van de inflatie. Het heeft er alle schijn van dat de markt, bij ontstentenis van eensluidende cijfers over de gevolgen van de Duits-Duitse integratie, zich voorlopig alleen maar laat leiden door de feitelijke informatie over monetaire indicatoren als inflatie en geldgroei. Deze informatie wijst op een gematigde inflatie en een lage geldgroei. Om niet te worden verrast door tegenvallend nieuws over inflatie in de nabije toekomst, blijft de risicopremie in de rente echter op een hoog niveau liggen.

Bron: NMB Bank