Vrouw kan erkenning kind door man eerder weigeren

DEN HAAG, 30 mei De Hoge Raad heeft de mogelijkheid van vrouwen uitgebreid om te weigeren dat een man met wie ze niet is getrouwd haar kinderen erkent. Alleen wanneer een vrouw 'geen enkel te respecteren belang heeft' kan een rechter erkenning van kinderen door een man zonder toestemming van de moeder toestaan.

Dit blijkt uit een nu bekend geworden beschikking van het hoogste rechtscollege van 18 mei. Erkenning door een man betekent in de praktijk dat er tussen de man en de kinderen familierechtelijke betrekkingen ontstaan waardoor zij onder andere zijn naam en nationaliteit krijgen.

Met de beschikking van de Hoge Raad bevestigt de rechter 'de historisch sterke positie van ongehuwde vrouwen met betrekking tot de rechten over haar kinderen', aldus mr. D. Pessers van het proefprocessenfonds Rechtenvrouw, dat de proceskosten in deze zaak financierde. De Hoge Raad komt met haar uitspraak terug op een beschikking van twee jaar geleden.

Op 8 april 1988 bepaalde de Hoge Raad namelijk dat het in het Burgerlijk Wetboek vastgelegde recht dat erkenning van kinderen alleen kon met haar instemming niet hoefde te worden gerespecteerd als de vrouw 'misbruik van haar bevoegdheid' maakte. In de praktijk bleek vervolgens dat rechters al snel concludeerden dat er sprake was van 'misbruik' als de vrouw de juridische gevolgen aanvoerde als reden om de erkenning door een man te weigeren.

De Hoge Raad week twee jaar geleden af van de wettelijke tekst op grond van het Europees verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) dat een recht op gezinsleven garandeert. In de beschikking van 18 mei 1990 kent de rechter daarentegen meer waarde toe aan het eveneens in het EVRM opgenomen recht op eerbiediging van het prive-leven van een moeder. 'Hierdoor is de trend om in jurisprudentie en in wetgevingsvoorstellen een overheersend belang toe te kennen aan het recht van vaders op een gezinsleven duidelijk tot staan gebracht', aldus Pessers.

Volgens Pessers komt het steeds vaker voor dat ongehuwd samenwonenden afspreken dat de vader een kind niet erkent omdat de vrouw wil dat het kind haar naam krijgt. Bij beeindiging van een relatie onstaan dan echter moeilijkheden omdat de vader alsnog via erkenning familierechtelijke betrekkingen met zijn kind wil afdwingen.

In de zaak die tot de onderhavige uitspraak van de Hoge Raad heeft geleid ging het om een vrouw en een man die van 1980 tot 1985 samenwoonden. In die periode zijn twee kinderen geboren. Vast staat dat de man de kinderen heeft verwekt. Na het beeindigen van de relatie heeft de man met instemming van zijn ex-vriendin nog regelmatig omgang gehad met zijn kinderen.

In 1987 richtte de man zich tot de rechtbank met het verzoek de weigering van zijn ex-vriendin om in te stemmen met zijn wens de kinderen te erkennen, niet te honoreren. De man wilde familierechtelijke betrekkingen met zijn kinderen hetgeen voor de vader onder andere betekent dat een andere man zijn kinderen niet meer kan erkennen en dat de bepalingen van erfrecht van toepassing zijn.

De rechtbank in Arnhem wees het verzoek van de man toe. Het verweer van de vrouw die onder meer zei dat ze niet wilde dat haar kinderen de naam van haar ex-vriend zouden dragen, werd verworpen. In hoger beroep bekrachtigde het gerechtshof in Arnhem de uitspraak. Dat de vrouw in hoger beroep aanvoerde erkenning ook te weigeren omdat ze eerder door haar ex-vriend was mishandeld, bracht het hof niet op andere gedachten. Het hof verwees in zijn beschikking ook naar de inmiddels bekend geworden uitspraak van de Hoge Raad van 8 april 1988 die de rechter toestond af te wijken van de wettelijke tekst dat erkenning alleen kon na toestemming van de vrouw.

De Hoge Raad vernietigt nu de beschikkingen van rechtbank en hof. De zaak van 1988 was volgens het hoogste rechtscollege een uitzonderlijk geval omdat de moeder geen contact meer had met het kind en zelfs van de voogdij was ontheven. In de 'gebruikelijke situatie' betekent de erkenning en de 'wijziging van de rechtspositie van de kinderen' die daar het gevolg van is 'steeds een inbreuk op het gezins- en priveleven van de moeder en mogelijk ook op dat van de kinderen'.