Ritzen botst met Kamer over advies wetsvoorstel

Den Haag, 30 mei Minister Ritzen (onderwijs) weigert advies aan de Raad van State te vragen over de wijzigingen die hij heeft aangebracht in het voorstel voor de Wet op het Hoger Onderwijs. De Tweede Kamer had begin mei op advisering door de Raad aangedrongen.

Ritzen meent dat een extra adviesronde niet nodig is voor de veranderingen die hij wil aanbrengen. De minister wil dat het parlement het wetsvoorstel zo snel mogelijk afhandelt, omdat de wet de basis vormt voor de beoogde deregulering in het hoger onderwijs en het 'besturen op afstand'. Hij heeft de afgelopen weken tevergeefs geprobeerd de Raad van State te bewegen via een versnelde procedure advies uit te brengen.

Formeel kan de Kamer een minister niet dwingen om over een nota van wijziging advies te vragen aan de Raad van State, maar het is gebruikelijk dat een bewindsman dat zelf doet als hij het bewuste wetsvoorstel ingrijpend verandert.

Ritzen wil in de voorgestelde hoger-onderwijswet van zijn voorganger Deetman twee omstreden wijzigingen aanbrengen. De eerste is een voorkeursbehandeling van allochtonen bij studierichtingen met een numerus fixus. Met name het CDA had van de Raad van State willen horen of zo'n maatregel niet in strijd is met de vrijheid van onderwijs.

Ook omstreden is Ritzens plan om de mogelijkheid te schrappen voor de overheid om in te grijpen bij beslissingen van universiteiten of hogescholen die strijdig zijn met het belang van het gehele hoger onderwijs. Als hij die mogelijkheid schrapt, zouden bijvoorbeeld alle universiteiten of hogescholen kunnen besluiten een opleiding te sluiten omdat die overal weinig studenten trekt. De minister kan dan niet ingrijpen, waardoor het betrokken vak in Nederland niet meer zou kunnen worden gestudeerd, ook al zou dit op beperkte schaal nog wel wenselijk zijn.

Volgens voorzitter Van Leijenhorst van de vaste onderwijscommissie van de Tweede Kamer zal zijn commissie niet meer voor de zomervakantie beginnen met de afhandeling van het wetsvoorstel, dat in maart 1989 door oud-minister Deetman werd ingediend.

Van Leijenhorst sluit niet uit dat ook de behandeling ernstig wordt vertraagd, nu een advies van de Raad van State over de nota van wijziging ontbreekt. Hij verwacht dat de verschillende fracties nu zelf een oordeel aan deskundigen zullen vragen over de wijzigingen van Ritzen.