Positie financiele analisten bij banken onder vuur

AMSTERDAM, 30 mei Beleggingsanalisten, financiele deskundigen die beursfondsen onder de loep leggen en beleggers advies geven waar zij hun geld het best in kunnen investeren, gaan een steeds belangrijker rol spelen op de Nederlandse financiele markten. Dat is althans de verwachting in brede financiele kring in Amsterdam. Hoewel de kwaliteit van de analisten de laatste jaren sterk is verbeterd, krijgen echter met name de beleggingsdeskundigen van de Nederlandse grootbanken veel kritiek te verwerken. Hun onderzoek en advies zou, vergeleken met het werk van financiele deskundigen in de Verenigde Staten en Engeland, niet onafhankelijk genoeg zijn.

De toegenomen belangstelling voor de analisten komt van twee kanten. Nederlandse beleggers, zowel particulieren als grote, professionele beleggers, letten steeds scherper op de aanvullende service in de vorm van adviezen van banken of commissionairs. Aan de andere kant hebben beursgenoteerde Nederlandse ondernemingen steeds meer behoefte aan voorlichting. Want Nederlandse beleggers weten niet wat de fondsen op de Amsterdamse beurs waard zijn en daardoor is de koers van de aandelen te laag, zo viel de laatste maanden regelmatig te beluisteren bij topondernemers. Een belangrijk deel van de beleggingsdeskundigen werkt bij de grote banken en het zijn vooral jonge academici. Een traditie als in Londen, waar analisten gedurende decennia uitgroeien tot gezaghebbende specialisten in een bedrijfstak, kent de Nederlandse markt nog nauwelijks. 'Het is bij ons een doorgroeifunctie', erkent J. Vroegop, directeur van de financial markets group van de Amrobank. 'Na een periode van vijf, zes jaar stroomt een deel door naar andere delen van de bank. Dat is onderdeel van onze bedrijfspolicy'. Niettemin is de kwaliteit van beleggingsanalisten in Nederland de afgelopen jaren sterk verbeterd, meent mr. R. R. Hazewinkel, de directeur van het beleggingsfonds Optimix die zelf aan de wieg stond van de oprichting van de Nederlandse Vereniging van beleggingsanalisten. Dat neemt niet weg dat de analisten bij banken regelmatig het verwijt te horen krijgen dat hun analyses worden gekleurd door andere belangen binnen hun instelling. Vooral als een bank een bedrijf naar de beurs brengt, heeft de afdeling die deze introductie begeleidt een ander belang de aandelen moeten worden verkocht dan de analist, die wordt geacht de belegger zo kritisch mogelijk voor te lichten.

Zo publiceerde de research-afdeling van Credit Lyonnais Bank Nederland onlangs een positief rapport over de stellage-fabrikant Nedcon, terwijl deze de bank Nedcon tevens naar de beurs begeleidt. De Amro bank had het afgelopen jaar de meeste kritiek te verduren. De bank bracht ondermeer DSM, DAF, Pirelli Tyre Holding en Air Holland naar de beurs. Fondsen die, met uitzondering van de eerste tranche van DSM, nu alle in meer of mindere mate onder de introductiekoers noteren. Maar ten tijde van hun introductie werden de aandelen in de rapporten van de deskundigen van de Amro bank aangeprezen als 'aantrekkelijk' (DSM), 'aantrekkelijk geprijsd' (DAF en Pirelli) en 'attractief' (Air Holland). 'We zijn beslist niet optimistischer geweest dan andere analisten', pareert drs. P. J. Stephan, hoofd beleggingsresearch van de Amro bank de kritiek. Volgens hem zijn de koersen gezakt onder invloed van het flauwe beursklimaat sinds de mini-krach in oktober vorig jaar. Hij wijst er bovendien op dat de koersen van DSM en Air Holland zich ten opzichte van branche-genoten Akzo en KLM minder negatief hebben ontwikkeld. Ook het regelmatig terugkerende verhaal dat de onafhankelijkheid van de verschillende afdelingen binnen de banken in financiele kringen beter bekend als De Chinese Muur slechts zo ver strekt als de raad van bestuur verstandig acht, wordt door Amro-topman Vroegop krachtig ontkend. 'Het komt niet voor dat een analist op het matje wordt geroepen op bestuursniveau. Dat is sinds ik bij de Amro ben nooit voorgekomen', verzekert Vroegop, die sinds 1981 bij de bank werkt.

Niettemin zijn de research-rapporten van de grotere Nederlandse banken doorgaans aan de voorzichtige kant en ze bevatten zelden een verkoopadvies. Hooguit wordt de belegger geadviseerd het aandeel niet meer bij te kopen, maar ook niet van de hand te doen, een zogenaamde hold. ' Een hold van een Nederlandse bank wordt terecht gewantrouwd', meent A. Plomp, directeur van Barclays De Zoete Wedd (BZW) Nederland, een dochter van de gelijknamige Britse effectenbank. 'In de rapporten van de grootbanken kom je regelmatig compromissen tegen', vult drs. H. Hakker, hoofd van de research-afdeling van BZW Nederland aan. Koop- en verkoop-adviezen komt men in de rapportages van de Amro Bank zelden tegen, zo geeft Vroegop toe. Maar de research is bedoeld als algemene basis. In een gesprek met een klant wordt op basis van diens specifieke beleggingsportefeuille uiteindelijk een advies gegeven, aldus Vroegop.

Kenmerkend voor het voorzichtige beleid is, volgens critici, ook dat banken als de Amro en ABN, zelf beursgenoteerde fondsen, aan het begin van de jaren tachtig hebben afgesproken geen winsttaxaties en scherpe oordelen over elkaar te publiceren. De andere banken sloten zich stilzwijgend bij dit gebruik aan.

Vroegop, die zelf nauw betrokken is geweest bij het totstandkomen van de overeenkomst tussen Amro en ABN, zegt dat de afspraak indertijd is gemaakt om fouten in de financiele beoordeling te voorkomen. Vooral de omvang van de voorziening voor algemene bedrijfrisico's (VAR), de geheime stroppenpotjes van de banken die aan het begin van de jaren tachtig van grote invloed op het resultaat waren, zou hierbij een rol hebben gespeeld. 'Het leek ons niet nuttig dat daar indianenverhalen over in omloop kwamen', aldus Vroegop, 'De kans dat een wederzijdse analist de plank missloeg was te groot.' Inmiddels is de afspraak tussen de twee banken komen te vervallen, aldus Vroegop. Dat heeft overigens bij de Amro nog niet tot rapporten over de ABN of de andere banken geleid. 'Dat leek ons niet zo verschrikkelijk nuttig. Bij de fusie van de NMB met de Postbank kwam wel veel informatie naar buiten, maar er waren door anderen al veel vergelijkende studies gemaakt', zegt Vroegop.

In tegenstelling tot de Amro schromen analisten van BZW Nederland niet een uitspraak over de Nederlandse banken te publiceren en regelmatig verkoop-adviezen te geven voor de aandelen van beursgenoteerde bedrijven. Zo stonden in recente rapportages HBG, Ahold, DAF, Center Parcs en Stad Rotterdam op een zogenaamde sell. Zelfs voor het machtige Nationale Nederlanden werd enige tijd een verkoopadvies gegeven.

BZW Nederland volgt daarmee de Angelsaksische traditie van haar moederbank. Als staaltje van totale onafhankelijkheid van de research bracht BZW begin 1987 zelfs een negatief advies uit over de aandelen van de Barclays Bank, waarmee BZW is gelieerd. In het Nederlandse bedrijfsleven is men nog niet erg gewend aan een dergelijke aanpak. Hoewel de financiele voorlichting de laatste jaren sterk is verbeterd, blijkt een verkoop-advies vaak moeilijk te verkroppen, zo is de ervaring bij BZW Nederland. Zeker niet als zo'n advies volgt op vriendelijke ontvangst van de deskundigen bij een bedrijf. 'Ze zien het direct alsof je het faillissement uitspreekt', concludeert Hakker, 'Terwijl het alleen maar aangeeft wat op dat moment onze waardering van het aandeel is ten opzichte van de rest van de markt.'