Kabinet: geen voorkeur voor de EG-bank

DEN HAAG, 30 mei Het kabinet heeft nog geen voorkeur bepaald voor een van de Europese instanties waarvoor op dit moment vestigingsplaatsen worden gezocht. Dat heeft minister Van den Broek van buitenlandse zaken gisteren in de Tweede Kamer gezegd naar aanleiding van vragen van de VVD'er Weisglas. Deze verwees naar uitlatingen van burgemeester Van Thijn van Amsterdam die tijdens een persgesprek in Brussel volgens diverse media had gezegd dat het kabinet voorrang gaf aan vestiging van de Europese Centrale Bank in Amsterdam.

De claims van Den Haag en Bilthoven voor het Europese Milieubureau en van Den Haag voor het Europese Merkenbureau zouden daarmee naar het tweede plan zijn geschoven. Van den Broek ontkende dat er een dergelijke prioriteit bestaat. Hij gaf bovendien aan dat het kabinet niet van plan is zich daar, in het belang van de zaak, in een later stadium openlijk over uit te laten.

Volgens Weisglas had het kabinet zich in de kwestie van de Ontwikkelingsbank voor Oost-Europa een slecht verliezer getoond door geen minister af te vaardigen naar de ondertekening gisteren in Parijs. De ministers Van den Broek en Kok hadden daar naar zijn mening met een 'stiff upper lip' bij dienen te zitten.

Minister Van den Broek, die voor de beantwoording van deze vragen even naar het Binnenhof was gekomen, gaf toe dat ongenoegen over de gang van zaken rondom de keuze van de president en de vestigingsplaats van de bank hem en Kok hadden doen besluiten niet naar Parijs te gaan. Hij sprak tegen dat het kabinet zich daarmee een slecht verliezer toonde.

De Nederlandse handtekening voor de bank, die in Londen wordt gevestigd met de Fransman Jacques Attali als eerste president, werd gezet door drs. C. Maas, thesaurier-generaal van het ministerie van financien. Deze leidde tot nu toe ook de onderhandelingen voor Nederland.