Frans gesprek over bestrijding racisme mislukt

PARIJS, 30 mei Het ronde-tafelgesprek over de strijd tegen het fascisme tussen de Franse oppositie en de regering is gisteren mislukt. De politici konden het niet eens worden over zelfs de geringste plechtige verklaring.

Aanvankelijk wilde de meerderheid van de oppositionele politici niet ingaan op de uitnodiging van de socialistische premier Rocard voor een gesprek en de opstelling van een plechtige oorlogsverklaring aan het racisme en de rechts-extremist Le Pen. Rocard meent dat een gemeenschappelijk front van socialisten en oppositie een nuttig psychologisch effect kan hebben in Frankrijk, dat zich de laatste weken opwindt over uitingen van racisme en anti-semitisme. De kwetsendste gebeurtenis was de ontwijding van de joodse begraafplaats in Carpentras.

Alleen de christen-democraten waren vanaf het begin van plan het ronde-tafelgesprek bij te wonen. De rest van de oppositie wilde gisteren niet thuisblijven om de zoveelste demonstratie van verdeeldheid, en ditmaal over een zeer gevoelig onderwerp, te vermijden. De uitkomst van het gesprek stond echter van te voren vast. De woordvoerders van de oppositie hadden het slotcommunique al in de zak voordat de vergadering op het Matignon, het paleisje van de Franse premier, begonnen was.

De oppositie schoof bij Rocard aan, niet om te praten over de problemen van een herlevend racisme in Frankrijk, maar om haar eenheid te demonstreren. Jacques Chirac benutte de gelegenheid en de afwezigheid van oud-president Giscard d'Estaing om zich te profileren als oppositieleider. Hij mocht van alle andere oppositieleiders als eerste spreken.

De meningsverschillen gisteren waren nog altijd hetzelfde als tijdens de eerste ronde van gesprekken. Rocard had een lijstje opgesteld van voorstellen die naar zijn mening geen tegenstellingen opleverden. De voorstellen komen neer op minder rechten voor immigranten. De twee kampen bleven echter onverzoenlijk. De oppositie wil de oude wet-Pasqua met strenge eisen voor het binnenkomen van Frankrijk en snelle uitzettingsprocedures in ere herstellen. Rocard stelde alleen scherpe controles bij binnenkomst voor.

De premier, die vorige week in de Assemblee gezegd heeft af te zien van het lokale stemrecht voor immigranten, weigerde gisteren dit besluit plechtig vast te leggen. De oppositie eiste dit bij monde van Chirac. De burgemeester van Parijs wilde bovendien dat de Rocard verklaarde dat hij dit stemrecht voor immigranten definitief uit zijn programma schrapte. Verder vindt de oppositie dat gezinshereniging pas na tien jaar mag gebeuren, de socialisten vinden dat dat al na een jaar kan. Gezinshereniging is tegenwoordig de belangrijkste reden van de komst van legale immigranten (in 1988: 29.000). De oppositie wil de sociale rechten van de immigranten ernstig beknotten door de uitkeringen die de staat betaalt, zoals bijstandsuitkeringen, te stoppen. De socialisten en communisten zijn daar fel tegen. Tenslotte willen de oppositiepartijen vereisten voor toekenning van de Franse nationaliteit verscherpen. Kinderen van immigranten die in Frankrijk zijn geboren, zouden de nationaliteit moeten aanvragen en die niet meer automatisch krijgen. Rocard voelt daar niets voor. Chirac vond na afloop dat 'Rocard op alles nee had gezegd en dat er alleen eensgezindheid bestond over de opvatting dat op het gebied van vreemdelingen in Frankrijk de drempel van tolerantie bereikt was'.