EG en Japan beginnen regulier handelsoverleg a la Tokio, Washington

BRUSSEL, 30 mei De Europese Commissie en Japan hebben gisteren besloten een werkgroep op te zetten om de problemen te bestuderen die de toegang tot de markt belemmeren.

Dat is volgens veel waarnemers het nogal magere resultaat van de ministersbijeenkomst die gisteren in Brussel is gehouden, de eerste in meer dan drie jaar. De twee partijen kwamen ook overeen een programma uit te breiden om de Europese export naar Japan te stimuleren.

De akkoorden zijn bedoeld om het grote verschil in de handelsbalans tussen de Europese Gemeenschap en Japan kleiner te maken. Dat verschil bedraagt ongeveer 20 miljard dollar in het voordeel van Japan, wat betekent dat de Japanse export naar de EG voor slechts 45 procent wordt gedekt door de Europese uitvoer naar Japan.

De meest netelige kwestie in de betrekkingen tussen de EG en Japan, de invoer van Japanse auto's, is gisteren niet aan de orde gekomen, volgens de Japanse minister van buitenlandse handel Kabun Muto 'wegens tijdgebrek'.

Wel zei Muto nog dat Japanse produkten die in Europa worden vervaardigd, zoals de in Groot-Brittannie geassembleerde Nissan, beschouwd moeten worden als Europese produkten. Met name Frankrijk verzet zich tegen die zienswijze.

De Japanse minister van buitenlandse zaken Taro Nakayama zei op een persconferentie na het overleg met onder meer EG-vice-commissaris Frans Andriessen dat de twee partijen waren overeengekomen om een 'politiek partnerschap' op te bouwen dat invloed zou hebben op de relaties tussen de twee op wereldbasis. 'We worden geconfronteerd met grote omwentelingen', zo zei Nakayama. 'Een gedachtenwisseling tussen de EG en Japan is nuttig om samenwerking mogelijk te maken op alle gebieden.'

Nakayama beloofde dat Japan zal streven naar meer evenwicht in de handel.

Andriessen zelf toonde zich gisteren niet teleurgesteld over de gesprekken. Er was, zo zei Andriessen, nu een start gemaakt om bilaterale en multilaterale problemen te bespreken. Minister van buitenlandse handel Muto herinnerde eraan dat het Japanse belastingsysteem zal worden gewijzigd om de import aan te moedigen. Ook worden missies naar het buitenland gestuurd waardoor landen zelf initiatieven zullen ontwikkelen om de export uit te breiden. Muto zei te hopen dat de Europese investeringen in Japan daardoor net zo zullen toenemen als de Japanse investeringen op de EG-markt. Eind 1988 bedroegen de Japanse investeringen in de EG in totaal 28 miljard dollar, die van de EG in Japan ongeveer vijf miljard dollar.