BONTJASSEN EN LUIERS

Vrouwen die nu nog een bontjas durven te dragen bij het winkelen in New York hebben een dikke huid nodig. Zij zijn, schrijft het Britse weekblad The Economist, er steeds minder goed tegen bestand om op straat verantwoordelijk te worden gesteld voor de wrede dood van de dieren in wier huiden ze gekleed gaan. De bonthandel zit dan ook serieus in de problemen. Nadat in 1987 nog een winst werd gemaakt van vijf miljoen dollar leed de handel daarna alleen nog verlies. Schaamtecampagnes tegen wegwerpluiers die slecht voor het milieu zouden zijn, leverden tot nog toe minder spectaculaire resultaten op, wellicht - vermoedt het blad - omdat het gebruik van katoenen luiers de ouders onvoldoende ontlast. Het blad noemt deze en andere voorbeelden in een artikel waarvan de essentie luidt dat consumentenboycots in de VS epidemische vormen hebben aangenomen omdat ze zo succesvol blijken te zijn. Hoe groot de aangevallen ondernemingen ook zijn, ze voelen er weinig voor om de strijd tegen een boycot lang vol te houden. Een van de actiemethoden is een advertentiecampagne tegen een bepaald merk. Dit wapen werd dit jaar met succes gebruikt tegen drie leveranciers die samen zeventig procent beheersen van de markt voor tonijn in blik. Het doel van de actie was om geen tonijn te kopen die gevangen was met netten waarin ook dolfijnen verstrikt kunnen raken en sterven. Toen Heinz eenmaal had aangekondigd alleen nog dolfijnveilige tonijn te zullen verkopen, ging de concurrentie kort daarna ook overstag. Na een soortgelijke campagne kondigde Burger King aan geen vlees meer te zullen afleveren van leveranciers die verantwoordelijk zijn voor het kappen van regenwouden in Latijns Amerika.

Een andere manier om bedrijven onder druk te zetten is het ongevraagd toekennen van onderscheidingen en oneervolle vermeldingen. Zo verleende de invloedrijke Amerikaanse Raad voor Economische Prioriteiten' dit jaar The Corporate Conscience Award aan AT en T en kreeg Exxon een rode kaart voor de manier waarop de onderneming reageerde op de olielozingen in Alaska.

Wirtschaftswoche

Ook de Japanse consumenten beginnen zich te roeren, schrijft het Duitse weekblad Wirtschaftswoche. Iedereen bemoeit zich met de produkten die het bedrijfsleven aflevert. Niet alleen het door de overheid gesubsidieerde Centrum voor Consumentenvragen, maar ook het grootste Japanse dagblad Asahi Shimboen, het ministerie van verkeer en het machtige ministerie voor handel en industrie. Het consumentencentrum verwijt de ondernemingen dat de veiligheid van de gebruikers hen onverschillig laat. De krant riep op tot een heilige oorlog tegen vermindering van kwaliteit en klaagde dat de Japanse consument veel meer moet betalen dan buitenlandse en dan ook nog voor onveilige en inferieure produkten.

De ministeries riepen vertegenwoordigers van de auto- en elektronica-industrie op het matje. Zo kreeg Toyota een standje wegens belangrijke gebreken bij 200.000 nieuwe wagens. Toen Toyota's luxe limousine Lexus vorig jaar december door gebreken in de VS uit het verkeer moest worden genomen, nagelde het ministerie de industrie aan de publieke schandpaal. De collega's van Handel en Industrie hadden hun handen vol aan de elektronica-industrie door de brandgevaarlijkheid van televisietoestellen. Matsushita, Sony, Pionier en Toshiba namen samen 460.000 onveilige toestellen terug. De woordvoerder van Toshiba concludeerde dat 'de defecten laten zien dat we met onze produktietechniek grenzen hebben bereikt'.

Hij stelde tevens vast dat niemand was overleden aan de gevolgen van brandgevaarlijk televisiekijken.

Eurobusiness

De werknemers van British Aerospace hebben zo weinig op met Airbus waarvoor zij werken dat zij er niet voor terugschrokken vier maanden lang te staken voor een kortere werkweek op het moment dat de orderportefeuille voor tien jaar gevuld was. Het Britse maandblad Eurobusiness schrijft dit in het omslagverhaal waarin de verdiensten en de tekortkomingen van de paneuropese ondermening op een rijtje zijn gezet. Het bedrijf is een samenwerkingsverband van het Franse Aerospatiale, het Duitse Messerschmitt-Bolkow-Blohm, British Aerospace en het Spaanse Casa.

Het grootste probleem is volgens het blad dat de onderming niet commercieel maar politiek wordt bestuurd. Ook na een recente reorganisatie, bedoeld om het politieke karakter van de besluitvorming uit te wissen, blijft de Raad van Toezicht en het topmanagement bestaan uit mensen die de vier nationaliteiten naar evenredigheid vertegenwoordigen. Ondanks de problemen is de onderneming er in geslaagd om na korte tijd de drie grote Amerikaanse concurrenten naar de kroon te steken, schrijft Eurobusiness tevreden. De onderneming mikt nu op een marktaandeel van 22 procent van de vliegtuigbouwmarkt, waar de komende vijftien jaar plaats is voor 9.935 jets. Het verwachte aandeel van Airbus vertegenwoordigt een waarde van 115 miljard ecu.

    • Herman Frijlink