Uitstel voor met mestoverschotten kampende boeren

DEN HAAG, 29 mei Agrariers die kampen met mestoverschotten krijgen twee jaar respijt om aan te tonen dat zij daarvoor een verantwoorde oplossing hebben. Kunnen zij dat niet dan lopen zij de kans dat zij hun bedrijf moeten stilleggen.

Dat is volgens het Landbouwschap de uitkomst van gisteren gevoerd overleg met de ministers Braks (landbouw en natuurbehoud) en Alders (Milieubeheer). In verband met de nieuwe mestwetgeving die per 1 januari 1991 moet ingaan, vonden beide ministers eerder dat boeren in 1993 moeten kunnen aantonen dat zij op hun bedrijf goede oplossingen voor mestoverschotten hebben. Die milieu-eis is naar tevredenheid van het Landbouwschap dat over een 'overwinning' spreekt, nu met twee jaar uitgesteld tot 1995. Voor het Landbouwschap is echter onverteerbaar dat de overheid geen schadevergoeding wil geven aan boeren op de zogenoemde 'fosfaatverzadigde' zandgronden en in waterwingebieden in Oost- en Zuid-Nederland waar door overbemesting de grootste milieuproblemen bestaan. In bijna dertig procent (70.000 hectare) van deze gebieden zou een zeer strenge bemestingsregeling gaan gelden. Dat boeren daarvoor niet schadeloos worden gesteld zal volgens het Landbouwschap de grootste problemen opleveren. 'Dat betekent een aantasting van de rechtszekerheid waar tegen wij ons', aldus de woordvoerder van het schap, 'met alle middelen zullen verzetten en die wij ook juridisch zullen aanvechten'. Uit een gespreksnotitie van Braks en Alders voor het overleg met de georganiseerde landbouw blijkt verder dat de ministers ook eenden- en konijnenboeren en de pelsdierfokkers onder de mestwetgeving willen brengen. Tot nu toe geldt alleen voor kippen, varkens, rundvee en kalkoenen. Verder vindt Braks dat bij de overdracht van mestproduktierechten een korting van 30 procent moet worden toegepast.