Stop de gruttomoord!

Dit jaar waren de grutto's eind februari al terug. Zes maanden tevoren waren ze hier vertrokken. Ze vlogen vijfduizend kilometer, trotseerden geweervuur, honger en dorst, overwinterden in de rijstvelden van West-Afrika en vlogen vijfduizend kilometer terug, opnieuw met gevaar voor eigen leven.

De terugkeer van de grutto altijd op hetzelfde hoekje weiland, meestal met dezelfde partner. Dat glorieuze moment, wanneer zijn prachtige roep zich verheft boven de polder, een en al tinteling en levenslust, dat heb ik in deze krant eerder beschreven. Nu het vervolg.

Rond 20 maart zaten de vroegste grutto's op eieren. Het broeden neemt 22 tot 24 dagen in beslag. Half april verschenen dus de eerste kuikens.

Het gras stond toen al bijna dertig centimeter hoog. De groeisnelheid wordt bevorderd door ontwatering en kunstmest aan de ene en een vroeg voorjaar aan de andere kant.

Grutto's zijn zeer gesteld op lang gras, zeker als het nog is vermengd met kruiden. Het biedt dekking aan hun jongen en voorziet rijkelijk in de insecten waarmee deze zich voeden.

Ideale omstandigheden voor de grutto zijn echter ook niet slecht voor de boer op wiens land hij zich heeft gevestigd. Wordt er vroeg genesteld, dan kan er vaak ook vroeg worden gemaaid. Zelfs in gebieden waar de eerste snee gras gewoonlijk pas laat kan worden gewonnen, verschenen dit jaar al op 28 april tractors met cyclomaaiers op het land. Begin mei, tijdens de hittegolf, greep een enorme kaalslag om zich heen.

Onlangs heb ik een tocht gemaakt door Waterland, vlak boven Amsterdam. Hetis mijn stellige overtuiging dat dergelijke uitstapjes een mens genoegenbehoren te doen. Maar wat valt er te genieten als je overal sporenontwaart van de massaslachting die zojuist heeft plaatsgehad? De polder was veranderd in een oord van verderf, een grote groene grafkelder. Je moet wel helemaal blind zijn om niet beroerd te worden van zoveel ongelukkige grutto's om je heen.

Ik werd vergezeld door Nieko Groen, die sinds 1984 onderzoek doet naar grutto's in de Schaalsmeerpolder bij Wormer. Dit terrein behoort aan Natuurmonumenten. Het grasland is uitgegeven aan boeren met wie een beheersovereenkomst is gesloten. De belangrijkste bepaling daarbij is dat niet mag worden gemaaid voor 15 juni 15 juni! Dat helpt. In de polder broeden op 53 hectare elk jaar 65 tot 80 gruttoparen.

Er zijn meer van dergelijke terreinen in ons land, maar hun oppervlakte is beperkt. Je mag aannemen dat negen van de tien grutto's nestelen in weiland, waar de boer alleen gebonden is aan zijn eigenbelang.

Zodra een machine het land inrijdt, beginnen de vogels te alarmeren. Schreeuwend en met trillende vleugels en afhangende poten komen er grutto's boven de tractor hangen.

Geen centimeter weiland blijft gespaard, elk legsel wordt vernietigd. Ook jonge kuikens zijn naar de bevindingen van Nieko Groen ten dode opgeschreven. Ze drukken zich op de grond en blijven roerloos liggen zolang het alarm duurt. Dat zou een adequate reactie zijn als het gevaar van een kraai kwam, maar het helpt beslist niet tegen tractorbanden of het rondtollende geweld van een cyclomaaier.

Pas als ze een dag of twaalf oud zijn, maken de kuikens een kans. Dan zijn ze minder geneigd zich te drukken, eerder om weg te lopen. Afhankelijk van de snelheid en de methode waarmee het perceel wordt afgewerkt, kunnen grutto's erin slagen hun kleintjes naar de sloot te lokken.

Daar komen ze dan doodsbang te voorschijn voor het eerst van hun leven in het volle daglicht. Ze kunnen uitstekend zwemmen, dat is het probleem niet. Toch deinzen ze vaak terug, rechtsomkeert het lange gras in, gruttokuikens houden nu eenmaal van dekking.

Wanneer boer of loonwerker verdwijnt, blijft de vogelbevolking in chaos en wanhoop achter.

Overlevende gruttokuikens worden door hun ouders naar een belendend perceel met lang gras geleid, waar de beproeving zich een of twee dagen later zal herhalen.

Het vergt weinig fantasie om je voor te stellen hoe de slachtoffers erbij liggen. Toch herkent de grutto nog een kuiken in zo'n hoopje verwoest dons. Hij/zij strijkt erbij neer, loopt er opgewonden omheen en probeert het over te halen om overeind te komen en mee te gaan, gauw van dat gevaarlijke, naakte weiland af. Dit is een normale uitoefening van ouderlijke plichten. Later komen kraaien en meeuwen het karwei afmaken.

Rouwende grutto's. Je pikt ze er makkelijk uit. Mistroostig staan ze aan de slootrand. Sommige zijn al een week hun jongen kwijt en alarmeren nog bij de nadering van een kraai of een blauwe reiger of een bewogen wandelaar, maar zonder veel overtuiging en in elk geval zonder nut. Bij andere zie je het mannetje alweer baltsen en het vrouwtje druk bezig met het vergaren van voedsel om aan te sterken voor een tweede legsel dat hetzelfde risico zal lopen, want het maaien gaat door.

Siegfried Woldhek, directeur van Vogelbescherming in Zeist, vertelde me dateen zekere kentering gaande is in de landbouwvoorlichting. Tot nog toe lagde nadruk op het eiwitgehalte van het vroege gras, nu schijnen er bezwarente kleven aan de vezelstructuur. De nieuwste teneur: iets later maaien.

Er gloort dus een streepje hoop aan de horizon. Maar meteen doemt daar ook de volgende bedreiging op het uitrijden en injecteren van mest. Landbouw zegt: niet voor 1 maart. Vogelbescherming wil: niet na 22 maart. Als je een foto bekijkt van zo'n injecteermachine, wordt duidelijk dat het hele weiland overhoop zal worden gehaald, geen enkel legsel kan een dergelijke behandeling doorstaan.

Bij Vogelbescherming heerst grote bezorgdheid over de toekomst van de weidevogels. Nu al kunnen soorten als goudplevier, kemphaan, zomertaling, slobeend en gele kwikstaart, die tot voor kort als vanzelfsprekend tot deze gemeenschap behoorden, vrijwel buiten beschouwing worden gelaten; ze zijn vervallen tot een figurantenbestaan. Zelfs de veldleeuwerik loopt schrikbarend terug.

Kievit en scholekster zullen wel blijven en ook de tureluur blaast vooralsnog zijn geheimzinnige partijtje mee. De grutto staat op de rand.

De grutto is in twintig jaar met zeker een kwart achteruitgegaan, van 120.000 tot 85.000 broedparen. Het zij nog maar eens gezegd: dat is ongeveer 90 percent van de hele populatie in Noordwest-Europa. Elke aantasting van de grutto in Nederland raakt meteen de stand in een half werelddeel.

Het is overigens de vraag of de achteruitgang wel in zijn volle omvang zichtbaar is. Grutto's kunnen oud worden. Nieko Groen vond verleden jaar een grutto die door een kat van het nest was gehaald en zeventien jaar tevoren geringd bleek te zijn. De populatie kan ongemerkt vergrijzen en dan opeens in elkaar storten.

De invloed van een voortdurend vroegere maaidatum valt niet te becijferen, maar het is waarschijnlijk dat in de eerste week van mei tienduizenden grutto's van hun eieren en pasgeboren jongen zijn beroofd. En dan praten we niet over de sluipende milieuvernietiging waaraan we in Nederland gewend zijn, die stille moord waarbij geen bloed vloeit. Nee, dan praten we over bruut geweld, dat direct gepaard gaat met pijn en leed.

Buiten de reservaten heeft de grutto nog maar weinig kans zich te handhaven en straks misschien helemaal geen meer.

Woldhek: 'Een Hollands voorjaar zonder grutto, is dat geen schrikbeeld? Het land is van de boeren, natuurlijk, maar het landschap is van ons allemaal. Als het daar stinkt, gaat mij dat wel degelijk aan. We hebben negentigduizend veetelers, een belangrijke groep, maar het is toch niet aan hen om te bepalen hoe Nederland eruit komt te zien? Onbegrijpelijk dat Nederland niet massaal in opstand komt tegen de verloedering van het landschap!' Er voltrekt zich in ons land buiten de bebouwde kommen een gruwelijke tweedeling. Aan de ene kant reservaten, waar met veel kunst- en vliegwerk enkele natuurlijke waarden worden gehandhaafd of gecreeerd, en aan de andere kant de rest, waar niets meer bloeit of zingt. Als we er geld voor over hebben, kunnen de reservaten worden uitgebreid, maar wat is het perspectief? De natuurliefhebber zal gedwongen worden tot steeds meer auto-kilometers.

Nu is het niet de bedoeling om een stel boeren aan de schandpaal te nagelen.

Ik heb nog nooit een boer ontmoet die een hekel had aan weidevogels. Ikherinner me er een die met tranen in zijn ogen vertelde dat hij de kop vaneen zomertaling had afgemaaid (dat was dan ook in Friesland). Er zijn boerendie vrijwilligers op hun land toelaten, zodat vogelnesten kunnen wordengemarkeerd en ontzien. Er zijn boeren die zelf als slachtoffer moeten wordenbeschouwd van het ziekelijke gemoderniseer. Hun bedrijf verkommert, delol is er af, de economische druk niet te harden.

Maar toch het uitmaaien van weidevogels is vermoedelijk in strijd met de Vogelwet van 1936. Niemand heeft ooit de moeite genomen dat tot op de bodem uit te zoeken, iedereen schijnt het vanzelfsprekend te vinden dat een boer op zijn eigen land zijn eigen gang gaat.

De wet is streng. Neem het geval van een merel die zijn intrek neemt in je tuin. Dat heb je maar te gedogen. Je mag hem niet doodmaken en laten opzetten. Je mag hem niet vangen en in een kooitje zetten. Je mag zelfs de eieren niet uit het nest halen.

Formeel geniet de grutto dezelfde bescherming. Je mag zijn kuikens geen strobreed in de weg leggen behalve als je toevallig moet maaien, dan kun je er gerust pulp van maken. Dat is toch niet logisch? Wat kan er trouwens ooit vanzelfsprekend zijn aan het doden van dieren? Stel je voor dat het zeehondjes waren of walvissen zou niet terstond onze totale schooljeugd moeten worden gemobiliseerd onder het spandoek: Stop de gruttomoord? De auteur is medewerker van NRC Handelsblad.