Staking treft vooral Solidariteit

WARSCHAU, 28 mei De grimmige staking van spoorwegarbeiders in het noorden en noordwesten van Polen die gisteren is geeindigd heeft menig slachtoffer gemaakt. De Poolse economie is een prominent slachtoffer: de staking veroorzaakt miljoenenverliezen; een ander slachtoffer is de Poolse burgerij in het betrokken gebied, die zoveel overlast van de staking heeft ondervonden dat de politie vorige week herhaaldelijk moest ingrijpen om te voorkomen dat gestrande reizigers treinstations in brand staken. Een derde slachtoffer is de Poolse regering, die met lede ogen moest gadeslaan hoe een radicaal groepje van tweeduizend stakers als een olifant in de porceleinkast van de hervormingen ronddwaalde en voor heel Polen het resultaat van maandenlang geduldig opgebrachte opofferingen teniet dreigde te doen.

En het vierde slachtoffer heet Solidariteit. De vrije vakbond is er op geen enkel moment in geslaagd overtuigend over te komen in de pogingen, de staking te beeindigen of in het verbitterde conflict te bemiddelen. Zelfs de smeekbeden van Lech Walesa zijn lang door de stakers genegeerd of afgewezen.

De wilde staking bracht Solidariteit vanaf het begin in een moeilijk parket. De stakende spoorwegarbeiders eisten loonsverhogingen die ver uitgingen boven de maxima die in het kader van de hervormingen zijn toegestaan. De regering kon zich niet permitteren aan die eisen tegemoet te komen: dan zou Polen terechtkomen in een spiraal van stakingen, loonsverhogingen, nieuwe inflatie en ten slotte het eind van het hervormingsplan en van de regering zelf. Solidariteit, nog steeds de ruggegraat van het nieuwe bewind, kon derhalve de eisen van de stakers niet steunen zonder de regering in de rug aan te vallen.

Maar Solidariteit kon het zich evenmin permitteren de stakers geheel in de steek te laten, wilde ze haar geloofwaardigheid als belangenbehartiger van de arbeiders niet op het spel zetten. Het resultaat van dat dilemma was een vreemd geschipper. Enerzijds riep de vrije vakbond voortdurend dat de eisen van de stakers gerechtvaardigd zijn, dat de reele lonen op een onaanvaardbare wijze zijn uitgehold, dat de geeiste reorganisatie bij het Poolse spoor allang had moeten zijn begonnen en dat de oude nomenklatoera, waarvan het vertrek door de stakers werd geeist, allang aan de kant had moeten zijn gezet. Anderzijds wees Solidariteit de stakers er voortdurend op dat hun actiemiddelen te drastisch waren, dat de regering geen keus had en dat de enige oplossing was gelegen in opschorting van de staking en onderhandelingen. Daarnaast heeft Solidariteit getracht samen met de OPZZ (de vakbond van het vorige regime) en twee autonome bonden in direct overleg met de regering voor de belangen van de stakers op te komen. Ook daarbij heeft Solidariteit gezichtsverlies moeten lijden. Want waar Solidariteit zich niet kon permitteren in dat overleg de geeiste loonsverhogingen te verdedigen, konden de drie andere bonden, niet gehinderd door enig verantwoordelijkheidsgevoel, dat wel. Toen de regering weigerde op de looneisen in te gaan liepen de OPZZ en de twee autonome bonden beledigd uit het overleg weg om in het stakingscentrum Slupsk mooi weer te spelen met de actievoerende arbeiders. En terwijl de leider van de OPZZ, Alfred Miodowicz, in Slupsk de held van de geplaagde arbeidersklasse uithing, zag Solidariteit zich gedwongen in Warschau verder te onderhandelen over zaken waar iedereen in het conflict het allang over eens was, zoals de reorganisatie van de spoorwegen. Dat heeft het imago van de vrije vakbond opnieuw flink geschaad.

Henryk Wujec, parlementslid, secretaris zowel van de parlementsfractie van Solidariteit als van het Burgercomite, het 'parlement' van Solidariteit, geeft openlijk toe dat Solidariteit over de hele linie heeft gefaald. 'Het begon al midden mei, toen de actie nog beperkt en overzichtelijk was. De afdeling van Solidariteit in Slupsk zag die actie als iets marginaals en is er niet in gesprongen. Toen de actie zich uitbreidde was het te laat.'

In een later stadium, toen Solidariteit er niet in slaagde de stakers weer aan het werk te krijgen, werd, aldus Wujec, aangetoond hoezeer het prestige van de bond is aangetast: 'De aanhang van Solidariteit is niet meer vergelijkbaar met die van 1980 en 1981: toen had de bond tien miljoen leden, nu nog maar twee miljoen. Solidariteit is niet sterk genoeg, is te zwak gebleken om de stakers te overreden weer aan het werk te gaan of hen naar de onderhandelingstafel te brengen.'

De verbittering bij Solidariteit over het eigen falen in de spoorstaking is groot. Gazeta Wyborcza, het dagblad van Solidariteit omschreef de staking ronduit als een poging, de regering te chanteren. De verbittering klink duidelijk door in de felle aanval die Lech Walesa vrijdag deed op Alfred Miodowicz, de leider van de OPZZ. Hij, aldus Walesa, speelt met de gerechtvaardigde eisen van de stakers een 'groezelig spel' dat geen succes kan hebben maar Polen wel naar 'een burgeroorlog' kan leiden. In zulke termen heeft men in Polen lang niet over elkaar gesproken en de felheid illustreert Walesa's wanhoop. Solidariteit, voor het eerst geconfronteerd met serieuze arbeidsonrust, is er nog niet in geslaagd haar nieuwe rol in het post-socialistische Polen te bepalen en dat komt hard aan. Zaterdag bood Walesa de actievoerders in Slupsk aan als hun stakingsleider op te treden. Ze wezen het aanbod af. Een diepere vernedering heeft Walesa in jaren niet moeten incasseren. Zijn bijdrage aan de uiteindelijke beeindiging van de staking is maar een schrale troost. De OPZZ spint bij dit alles garen. Wujec: 'Voor het eerst heeft de OPZZ aangetoond een reeel gevaar voor de regering te kunnen vormen en bereid te zijn hoog spel te spelen in een periode van zeer groot risico voor het lot van de Poolse hervormingen. Dat is zeer gevaarlijk.' Miodowicz heeft de hele vorige week geroepen niet uit te zijn op de val van de regering. Er zijn niet veel Polen die dat werkelijk geloven. Als hij erin slaagt de regering ten val te brengen is dat, zegt Wujec, een ramp voor de hervormingen. 'Niet alleen omdat ze tot de verkiezingen zouden worden onderbroken, maar ook omdat niet zeker is of het nieuwe parlement dezelfde benadering heeft ten aanzien van de hervormingen als dit parlement en deze regering.'