Ruzie om Kombrink door gebrekkig overleg

ROTTERDAM, 29 mei De ruzie die ontstond bij de kandidaatstelling van het toenmalig PvdA-Kamerlid H. Kombrink voor de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam is te wijten aan de slechte verhouding tussen het gewestelijk bestuur en de partij-afdelingen. Dit schrijft een speciale PvdA-commissie die de gebeurtenissen van december vorig jaar heeft onderzocht.

Het Rotterdamse Kamerlid had zich vorig jaar op verzoek van het Rotterdamse gewestelijk bestuur beschikbaar kandidaat gesteld voor een wethouderspost. Het bestuur had voor dit verzoek de instemming van de gemeenteraadsfractie en, naar het meende, ook van de afdelingen die uiteindelijk de volgorde van de kandidatenlijst vaststellen. Maar bij de stemming over de lijst zakte Kombrink naar een plaats die geen zekerheid bood op een wethouderschap. Daarop trok hij zich terug. Het gewestelijk bestuur trad vervolgens af. Kombrink is inmiddels directeur-generaal economie en financien op het ministerie van defensie.

Naar uit het gisteren verschenen rapport blijkt voelden de afdelingsbestuurders zich niet gebonden aan de kandidatuur van Kombrink, hoewel bijna iedereen in hem een geschikte havenwethouder zag. De afdelingen vonden het belangrijker hun eigen kandidaten hoog op de lijst te krijgen. De avond voor de eigenlijke stemming kwamen de afdelingsvoorzitters bijeen in een schoollokaal en bepaalden zonder het gewestelijke bestuur de volgorde van de kandidaten.

Volgens de onderzoekscommissie kon dit gebeuren door de slechte verhouding en slechte communicatie tussen het gewestelijk bestuur en de afdelingen. Het bestuur was te professioneel, te vrouw-onvriendelijk, en nodigde niet uit tot discussie, vond de achterban van de partij. Het bestuur meende op zijn beurt een gebrek aan inzet bij de afdelingsleden te constateren.

Het afgetreden bestuur was vanmorgen niet bereikbaar voor commentaar. Het is in Tsjechoslowakije om sociaal-democraten daar te helpen met de campagne voor de naderende verkiezingen. Kombrink zei vanmorgen dat voor hem belangrijk is 'dat is vastgesteld dat mijn persoon er eigenlijk buiten stond'.

Verder beschouwt hij de zaak als afgedaan. De PvdA-commissie vindt dat in de toekomst niet de afdelingen of het gewestelijk bestuur maar de gemeenteraadsfractie de wethouders moet aanwijzen. Verder moeten afdelingen en bestuur hun verhouding verbeteren en minder aandacht besteden aan procedures en meer aan inhoudelijke discussies. Het rapport wordt nu in de afdelingen besproken.