Rotterdam wil vrijhaven zijn voor onderwijsvernieuwing

ROTTERDAM, 29 mei Een 'vrijhaven' voor het onderwijs, waar de bureaucratie minder zwaar drukt, wettelijke regels eenvoudig opzij kunnen worden gezet en gemakkelijker kan worden geexperimenteerd. Dat staat de Rotterdamse Ontwikkelingsraad voor het onderwijs (ROTOR) voor ogen in de regio die zowel de Maasstad zelf als Rijnmond en de Drechtsteden omvat.

Vooral in het beroepsonderwijs is een andere aanpak nodig, meent een werkgroep van ROTOR die gisteren het idee van een vrijhaven lanceerde. In Rotterdam is nu 83 procent van de werklozen onvoldoende opgeleid voor een baan, aanzienlijk meer dan elders in het land. Een groot deel van de tienduizend bedrijven in de regio kampt met een gebrek aan goed opgeleide vakmensen. Soms leidt het beroepsonderwijs nog op voor beroepen die al bijna zijn verdwenen, terwijl voor nieuwe beroepen nog geen reguliere opleidingen bestaan, aldus ROTOR. Intensieve samenwerking tussen bedrijven en scholen, met name in het lager beroepsonderwijs, is op dit moment vrijwel onmogelijk. 'Met de huidige regels lukt het je al bijna niet om leerlingen in het lager beroepsonderwijs eens een week te laten rondkijken in het bedrijf waar ze straks misschien zullen gaan werken', zuchtte voorzitter van de ROTOR-werkgroep en bestuurskundige prof. dr. R. J. in 't Veld gisteren bij een toelichting op het idee van een vrijhaven.

Scholen, bedrijven, de lokale overheden en de minister van onderwijs moeten volgens dat idee een convenant tekenen waarin ze afspreken dat ze zich een tijdje eens niet volledig aan de regels zullen houden, maar gezamenlijk experimenteren hoe de problemen kunnen worden opgelost. Misschien kan dat door leerlingen werken en leren regelmatig af te laten wisselen, zodat ze minder snel uit het onderwijs verdwijnen. Allerlei varianten zijn mogelijk, waar later ook de rest van het land zijn voordeel mee kan doen. Zoals op den duur misschien ook elders 'vrijmarkten' voor het onderwijs nodig zijn.