Protest vrouwen tegen gelijke pensioenleeftijd

DEN HAAG, 29 mei Een groot aantal vrouwenorganisaties heeft bij de Eerste Kamer geprotesteerd tegen het wetsvoorstel om de pensioenleeftijd voor mannen en vrouwen gelijk te trekken. Zij achten het voorstel een inbreuk op de rechtszekerheid 'omdat afspraken met de pensioenfondsen opeens waardeloos blijken'.

Het protest is een initiatief van werkneemsters van Shell, die zich hebben verenigd in de 'Commissie van verontruste vrouwen'. Volgens het wetsvoorstel, dat de bestaande regeling in overeenstemming brengt met de EG-richtlijn over gelijke behandeling, kunnen vrouwen niet langer eerder met pensioen dan mannen. Op verzoek van de Tweede Kamer, die al met het plan heeft ingestemd, is een overgangsregeling toegevoegd. Deze bepaalt dat vrouwen die op 31 juli 1989 vijftig jaar waren hun rechten behouden. Maar volgens de vrouwenorganisaties biedt dit slechts aan een kleine groep soelaas. Naar schatting 40.000 tot 100.000 werkneemsters hebben momenteel het recht vijf jaar eerder dan hun mannelijke collega's met pensioen te gaan. Zij kozen hiervoor in het midden van de jaren tachtig, toen veel pensioenregelingen werden aangepast aan internationale wetgeving over gelijke behandeling. De vrouwen kozen veelal voor een vroegere pensionering wegens de dubbele werklast van baan en huishouden die op latere leeftijd steeds zwaarder gaat wegen. De pensioenpremie is in de meeste gevallen wat hoger.

Volgens de Stichting Landelijke Ombudsvrouw is het wetsvoorstel inmiddels al achterhaald door een uitspraak van het Europese Hof van twee weken geleden. Het Hof bepaalde in het geval van een Britse werknemer dat mannen recht hebben op dezelfde gunstige pensioenrechten als vrouwen. 'Dat betekent dat de overgangsbepaling in het wetsvoorstel niet gehandhaafd kan blijven', aldus mr. J. Dierx van de stichting. Er zou daarom een nieuw wetsvoorstel moeten komen, waarin een voorkeursbehandeling voor vrouwen is vastgelegd. Dat is volgens haar mogelijk op grond van het EG-verdrag, wanneer sprake is van het opheffen van 'achterstandsposities' of een grotere werklast.