Poolse schijn

DE GESTALTE van de Poolse premier Mazowiecki symboliseert de Poolse samenleving, uitgeput maar strijdbaar, bereid tot het laatste offer. Maar vermoedelijk is die symboliek slechts schijn. Niet wat de premier betreft, maar de Polen beginnen te morren over het lot dat hun is opgelegd. De kiezers lieten het zondag afweten, het treinpersoneel in het noorden des lands gaf er een paar weken geleden de brui aan, deze week dreigde de spoorstaking nationaal te worden. Er waren zo wat eisen in de materiele sfeer die de regering onder de gegeven omstandigheden onvervulbaar achtte.

Waar Mazowiecki faalde, daar slaagde dit weekeinde Lech Walesa. De treinen rijden weer (nog). De twee mannen, vrijwel tegelijkertijd als eerste voorvechters van Solidariteit aangetreden, de een intellectueel, de ander werkloos arbeider, zijn nu elkaars rivalen. De botte manier waarop Walesa kort geleden kandideerde voor de opvolging van president-generaal Jaruzelski deed de gebogen gestalte van de premier nog iets verder krommen. Walesa had in zijn eigen voet geschoten en het nerveuze evenwicht in de Poolse politieke verhoudingen bijna verbroken.

NU IS de verpersoonlijking van Polens gewone man terug waar hij is begonnen: de eenvoud zelve, die weet wat er onder de mensen leeft, hun taal spreekt en hun vertrouwen heeft. Maar Walesa heeft met zijn geslaagde bemiddeling in de spoorstaking ook een risico genomen.

Walesa heeft geput uit een droogstaande bron, beloftes gedaan die de Poolse economie niet straffeloos kan inlossen. Hij heeft tijd gewonnen en dat is in een crisis altijd de moeite waard, maar hij heeft ook krediet opgenomen. Voor het geval de afbetaling op zich laat wachten, zal de aanmaning bij Walesa worden gedeponeerd.