Niet elke Brit kan in een vesting wonen

ROERMOND, 29 mei 'U moet begrijpen dat al onze veiligheidsmaatregelen zinloos worden als we daarover praten', zegt de woordvoerster van het opperbevel van het Britse leger in West-Duitsland, wier naam en uiterlijk geheim moeten blijven. Zij wil alleen via de telefoon praten, 'want de IRA ligt overal op de loer', verontschuldigt ze zich.

Hoeveel Britse militairen met hun gezinnen in Roermond en omgeving wonen wil ze ook niet kwijt. Maar volgens de hoofdofficier van justitie mr. J. Booster zijn dat er 1200 en volgens de gemeente Roermond wonen er daarvan 700 binnen de gemeentegrenzen. De laatste jaren probeert de Royal Air Force zoveel mogelijk woningen te bouwen binnen de omheining van de drie luchtmachtbases in Bruggen, Wildenrath en Laarbruch, die tegen de Nederlandse grens aan liggen. Maar er zijn niet genoeg woningen om alle twaalfduizend Britten in de kampen onder te brengen. Daarom zijn huurhuizen in Nederland nog steeds noodzakelijk.

De grootste vijand van de Britten is niet meer dezelfde als die waarvoor ze vijfenveertig jaar geleden hier legerplaatsen vestigden. 'Europa is nog nooit zo veilig geweest als nu, dus we hebben vanuit het oosten inderdaad minder de vrezen dan van de IRA', zegt de woordvoerster. Of de ontspanning in Europa inderdaad zal leiden tot het vertrek van een deel van de Britse militairen, hangt af van de besprekingen over troepenreducties die de NAVO voert in Wenen. Er zijn nu 55.000 Britse militairen in Duitsland gelegerd, die samen met het civiele personeel en hun gezinsleden een kolonie van 170.000 mensen vormen. De strijd tegen de IRA heeft de afgelopen jaren het vredelievende aanzien van de legerbases langs de grens veranderd. De toegang tot de basis Bruggen wordt niet langer bewaakt door een slaperige schildwacht, maar is beveiligd met metershoge betonnen obstakels, zandzakken en prikkeldraad. Schermen maken de inkijk onmogelijk. Wie zich bij de poort meldt, wordt onder schot gehouden met een automatisch geweer, terwijl zijn auto op explosieven wordt onderzocht. Geen enkele bezoeker wordt binnengelaten en het personeel houdt zich strikt aan het consigne dat er niet wordt gepraat over wat binnen het legerkamp gebeurt. 'Dat is geen order, iedereen houdt zich aan dat beginsel, omdat men weet dat men alert moet zijn op de IRA-mensen'. De radio- en tv-stations waarover het Britse Rijnleger beschikt, voert sinds 1988 een uitvoerige campagne onder de titel 'Stay alert, stay alive'.

Tientallen keren per dag worden spots uitgezonden om de kijkers en luisteraars op het hart te drukken dat ze voorzichtig moeten zijn. De auto met het stuur aan de rechterkant en het Engelse nummerbord is de zwakke plek. Als de IRA-leden, die zondag twee Australische toeristen doodschoten, een korte studie van het gedrag van Britten in Roermond hadden gemaakt, zouden ze hun fatale vergissing niet hebben begaan. Een Britse militair gaat niet op zijn gemak bij zijn auto staan om een statief op te zetten. 'We adviseren iedereen heel voorzichtig te zijn bij de auto. Kijk voor het instappen goed of er niets onder zit', zegt de woordvoerster. 'Dat heeft zijn nut bewezen, want enkele maanden geleden heeft een sergeant in Hannover een bom onder zijn auto ontdekt.'

Inderdaad blijkt iedere bestuurder van een auto met een Engels nummerbord, zaklamp bij de hand, eerst even de auto van onderen te inspecteren. Zelfs op de parkeerplaats bij de supermarkt blijkt het gebaar tot de routine te behoren. 'Over het algemeen zeggen we: zorg dat je nergens opvalt, hou je rustig. Als je in een cafe zit, praat dan niet te hard, want er kan iemand in de buurt zij die het op je leven gemunt heeft.' Niemand van de Britse bewoners van Roermond wil antwoorden op de vraag wat hij doet aan zijn veiligheid. 'Ik woon hier graag en ik wil niet worden gedwongen hier te vertrekken omdat er iets misgaat. Ik voel me tamelijk veilig, omdat ik gewoon voorzichtig ben', is het meest uitgebreide antwoord dat een Engelse bewoner valt te ontlokken. De rest smakt resoluut de deur dicht bij het horen van de bewuste vraag. 'Het is me wel opgevallen dat ik vandaag niemand buiten heb gezien', zegt een Nederlander die tussen veel Britten woont. 'Anders zie je ze bij mooi weer wel eens buiten zitten. Maar contact met Nederlanders hebben ze nooit. Ze hebben hun eigen voorzieningen op de basis, winkels en scholen.'s Morgens en 's avonds komt de schoolbus van het kamp met de politie voorop door de straat om de kinderen op te halen of terug te brengen en dan heb je het wel gehad.'