Mexicanen verdienen extraatje in VS

MEXICO-STAD, 29 mei Hoewel de media en de politici in Mexico-Stad doorgaans op sombere toon de situatie op het stagnerende platteland bespreken, oogt de situatie in het dorp Cupareo in de deelstaat Guanajuato op zo'n 300 kilometer ten noorden van de hoofdstad lang niet slecht. De wegen mogen er dan onverhard zijn en forse gaten vertonen, vele huizen hebben er twee verdiepingen en zijn goed en stevig gebouwd. Stapels bouwstenen en zakken cement op straathoeken duiden op bouwnijverheid, de vier middenstanders in het centrum hebben het redelijk druk en bestelauto's, vaak uitgerust met Amerikaanse nummerborden, hobbelen door de straten. 'De stad groeit', bevestigt Gabriel Jaramillo, een gemeentelijke functionaris die zijn brood verdient als taxichauffeur. 'Dit is onze droom', zegt hij bij een paar kale muren die oprijzen uit een grasveld. 'Dit wordt onze salon de fiestas, en als er geen feesten zijn kunnen wij er graan en kunstmest opslaan.'

Het is Cupareo's grootste gemeenschapsproject en het wordt voornamelijk gefinancierd met dollars van companeros die in de Verenigde Staten werken. In dit gehucht wonen ongeveer 1500 families, maar op elk moment verblijft ruim de helft van de kostwinners aan de 'andere kant', waar de lonen zeven a acht keer zo hoog liggen.

Er zijn in Mexico vele gemeenschappen als Cupareo die elk jaar grote aantallen arbeiders naar het rijke noorden sturen en zichtbaar van deze uitwisseling profiteren. Onderzoekers van het Colegio de Mexico in Mexico-Stad becijferden enkele jaren geleden dat illegale Mexicaanse arbeiders in de Verenigde Staten jaarlijks twee miljard dollar naar het zuidelijke thuisfront sturen. Anderen houden het op zeker drie miljard. Hoe dan ook, het blijft een forse financiele injectie in honderden dorpen in de slechts acht centrale en noordwestelijke deelstaten in Mexico, die traditioneel tachtig procent van de illegale arbeiders naar het noorden sturen.

Sergio Zendejas, als sociaal onderzoeker verbonden aan het Colegio de Michoacan, een van die deelstaten, zegt: 'Elk jaar trekken ongeveer een miljoen illegale arbeiders naar de overkant. Per maand maken zij gemiddeld 175 dollar over naar huis. Ongeveer twintig procent blijft voorgoed weg, maar de rest keert binnen een jaar terug en brengt dan nog eens enkele duizenden dollars mee. Met dat geld worden duurdere consumptie-artikelen als televisies en ovens gekocht en huisjes gebouwd of uitgebreid. Na de kerstdagen, als de mensen permanent terugkeren of hun geboortedorp in ieder geval bezoeken, zie je dan ook een explosie van bedrijvigheid.' Volgens Zendejas zijn het, in tegenstelling tot de gangbare opvattingen, niet de allerarmsten die naar de Verenigde Staten trekken. 'Studies tonen aan dat negentig procent van de mensen op het moment van vertrek in Mexico werk heeft. Zij verdienen genoeg om van te leven, maar niet om hun leven te verbeteren. Het is voor de extra's dat zij naar de Verenigde Staten gaan.'

Hij voegt daaraan toe: 'Zo'n migratie is een investering. Je hebt geld nodig voor een buskaartje, om een coyote (gids) te betalen, om een baan te vinden. De mensen die gaan moeten dat geld hebben en de risico's van zo'n investering aankunnen'. Gustavo Verduzco, als onderzoeker verbonden aan het hoofdstedelijke Colegio de Mexico, ziet speciale patronen in de noordwaartse migratie. 'Het hoofd van het gezin gaat een of twee keer voor een klein jaar, als de kinderen nog klein zijn. Daarna is het meestal afgelopen. Zodra de eerste zoon volwassen is, gaat die. Later zal de tweede zoon gaan. De mensen leven daar dus niet permanent van. Het is een aanvulling, een middel om aan hogere verwachtingen te kunnen voldoen.

Dat tachtig procent van de Mexicaanse migranten uit slechts acht centrale en noordwestelijke deelstaten komt, duidt er volgens Verduzco op dat behalve zaken als levenspeil en nabijheid van de grens ook culturele en historische factoren een rol spelen. 'De geschiedenis van de migratie reikt tot in de vorige eeuw, toen Amerikaanse ronselaars naar deze dichtbevolkte deelstaten afdaalden om er goedkope arbeiders te werven', aldus Verduzco. 'En deze eeuw werden vooral tijdens de wereldoorlogen, toen de Verenigde Staten met grote arbeidstekorten kampten, miljoenen Mexicanen gecontracteerd. Daarmee ontstonden vaak geijkte migratiepatronen en je hoort aspirant-migranten soms zeggen: wij gaan naar deze plaats (in de Verenigde Staten) waar vader en grootvader ook werkten'. Onderzoeker Sergio Zendejas beaamt: 'De voortdurende uitwisseling leidde tot iets dat lijkt op een netwerk van zustersteden'.

Hij noemt het voorbeeld van een restaurant bij Berkeley in Californie waar sinds mensenheugenis een op de drie obers afkomstig is uit het gehucht Chavinda in de deelstaat Michoacan. Of op de kerk die Mexicanen in een stad in diezelfde Mexicaanse deelstaat bouwden, die een replica is van de moderne kerk te Santa Rosa in Californie. Zendejas: 'Het bestaan van vaste migratiepatronen is zeer functioneel want mensen die op de bonnefooi gaan, zonder iemand te kennen, mislukken vaak en zijn slechter af als zij terugkeren.' Ook het dorp Cupareo in Guanajuato ontwikkelde in de loop der tijd vaste banden met het noorden: met Elgin bij Chicago waar nu driehonderd uit Cupareo afkomstige families permanent wonen, en met Greenfield bij Los Angeles, waar er zo'n vijfhonderd leven. Victor Rios, de jeugdige priester van Cupareo, ging er vorig jaar langs en is ronduit enthousiast over de situatie in Elgin, waar de meeste ex-dorpsgenoten in de industrie werken of in de horeca. 'Het familieleven bleef er goed intact en zo'n vier of vijf mensen houden er de Cupareo-gemeenschap bij elkaar. Zij gaven mij spontaan 4.000 dollar voor de bouw van de salon de fiestas.' Over de situatie in Greenfield bij Los Angeles, waar de meeste ex-dorpsgenoten in de landbouw werken, is priester Rios minder enthousiast, al bespeurt hij vooruitgang. 'Toen ik er drie jaar geleden voor het eerst kwam, bleek de sociale desintegratie aanzienlijk en reageerden de mensen koel. Maar vorig jaar stelden zij zich positiever op.'

De priester ontmoette in Greenfield vooral bijval voor zijn initiatief om in Cupareo een gemeenschappelijk begrafenisfonds op te zetten, zodat voormalige dorpsgenoten die 'aan de overkant' sterven, in hun geboortegrond kunnen worden begraven.