Malle eis

DRIE MAANDEN geleden bood de Westduitse regering de DDR aan om op korte termijn te komen tot een monetaire unie. Gegeven de grote verschillen tussen de West- en de Oostduitse economie was deze termijnstelling griezelig kort. Zonneklaar was het aanbod er vooral op gericht om de kolossale stroom Oostduitsers die naar de Bondsrepubliek vertrok in het belang van beide staten te stoppen of te beperken. En in dat opzicht heeft de monetaire unie al aardig gewerkt voor zij een feit is.

Het inmiddels getekende staatsverdrag, dat de voorwaarden van de Duitse monetaire, economische en sociale eenheid per 2 juli regelt, is op zichzelf een geschenk voor de DDR. Maar tegelijkertijd is heel goed te begrijpen dat veel Oostduitsers, gewend als zij in 40 jaar zijn geraakt aan de alles regelende hand van de staat, zich toch bezorgd afvragen wat er dadelijk in de markteconomie van de beminde D-mark gaat gebeuren. In de DDR, aan de 'interne kant' van het op straat afgedwongen Duitse eenwordingsproces, bestaat bij velen onzekerheid. Uitstel van de monetaire unie, zo al mogelijk, zou die onzekerheid vermoedelijk slechts groter maken. Verder naar het oosten, in Moskou, wordt de positie van president Gorbatsjov, de sleutelfiguur voor de 'externe kant' van de Duitse eenheid, er niet beter op. Het is zogezien verklaarbaar dat kanselier Kohl het 'momentum' niet door vertragingen wil laten schaden en de Duitse eenheidstrein op snelheid probeert te houden. MET DE KOMST van de D-mark verdwijnt een flink stuk soevereiniteit van de DDR en daarmee invloed van de Oostduitse kiezer. Dat ook Kohl nu streeft naar snelle gemeenschappelijke Duitse parlementsverkiezingen zal daarmee te maken hebben. Al zullen bij zijn bekering tot die opvatting de pijnlijke nederlagen die zijn CDU pas leed in de deelstaatverkiezingen in Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen mee een rol hebben gespeeld. Het thema Duitse eenheid en Bonns bezorgdheid over Gorbatsjovs positie kregen er in elk geval een iets sterkere electorale geur van. Naast de vraag Hoe komt de Duitse eenheid tot stand, komt de vraag Wie wordt de eerste kanselier in het verenigde Duitsland steeds meer naar voren.

Kanselierskandidaat Lafontaine van de Westduitse SPD antwoordt op dezelfde golflengte. Zijn tweeslachtige campagne moest tot vandaag (rijke) Westduitse kiezers de indruk geven dat Bonn de werkelijke kosten van het (te) snelle Duitse eenwordingsproces verzwijgt terwijl (arme) Oostduitsers de boodschap kregen dat Kohl in feite voor een koopje de DDR overneemt. Nu de SPD in de DDR ja heeft gezegd tegen het staatsverdrag is dat laatste moeilijker geworden. De Ost-SPD vroeg Lafontaine gisteren zelfs hardop om minder Westduits en meer Duits te willen denken. Misschien heeft zij zo ook wel de kern van het (zijn) probleem aangegeven. LAFONTAINES recente malle eis aan zijn partij om in de Bondsdag tegen het staatsverdrag te stemmen maar het in de Bondsraad, waar de SPD een meerderheid heeft, te 'laten passeren' past zelfs als partij-interne machtsproef slecht bij het thema dat in het geding is. De kandidaat uit het Saarland lijkt uit op electoraal gewin als straks in de DDR, niet als gevolg van Kohls haast maar als gevolg van 40 jaar communistisch wanbeheer, de onvermijdelijke aanvankelijke Verelendung om zich heen grijpt. De ooit in het Middenduitse Gotha geboren SPD staat er nu vrij ontredderd bij, zij is niet te benijden om het optreden en de koers van haar eigensoortige kanselierskandidaat.