Latijns Amerika profiteert van openbreken Oost-Europa

MEXICO-STAD, 28 mei De stormachtige veranderingen in de Oosteuropese landen en hun opmars naar de markteconomie zijn nadelig voor Latijns Amerika. Een aanzienlijk deel van de economische hulp en de particuliere investeringen zal naar Oost-Europa worden gezogen. Dat gebeurt uitgerekend nu de kapitaalbehoeften in Latijns Amerika, dat zich probeert te herstellen van de schuldencrisis, groter zijn dan ooit.

Dit is zo langzamerhand algemene wijsheid in Latijns-Amerikaanse landen en hun leiders maken van hun bezorgdheid geen geheim, ondanks kalmerende woorden uit de internationale financiele centra.

In particuliere sectoren in Latijns Amerika wordt het pessimisme niet zonder meer gedeeld. Zo inventariseerde het Londense Latin American Weekly Report de meningen in drie Latijns-Amerikaanse exportsectoren, waar de ontwikkeling in Oost-Europa eerder als kansrijke uitdaging dan als bedreiging wordt gezien.

Toen de Unie van bananenexporterende landen (Colombia, Costa Rica, de Dominicaanse Republiek, Guatemala, Nicaragua, Venezuela en Panama) onlangs in Panama bijeenkwam, toonde voorzitter Haraldo Rojas zich zelfs optimistisch. Vorig jaar exporteerde zijn Unie 203 miljoen kisten (van ruim 18 kilo), waarvan 110 miljoen naar de Verenigde Staten gingen, 69,5 miljoen naar de Europese Gemeenschap en ruim 23 miljoen naar kleinere afnemers, waaronder de Oosteuropese landen. Nu voorziet Rojas op redelijke termijn een verdubbeling van de bananenexport naar Oost-Europa tot 46 miljoen kisten. Hoopvol tonen zich ook de Colombiaanse koffietelers. In een recent rapport voorspelt de Nationale federatie van koffieplanters dat de Colombiaanse koffie-export naar Oost-Europa en de Sovjet-Unie in de jaren negentig kan verdubbelen van 7,4 tot 14,6 miljoen zakken. De Colombiaanse federatie ziet de meeste kansen in de Sovjet-Unie en verwacht dat de export naar dat land kan groeien van 1,5 tot 6 miljoen zakken. Voor het overige voorspelt de federatie een belangrijke groei van de bananenconsumptie in Oost-Duitsland en Polen.

Verder zien de Venezolaanse aluminiumhandelaren perspectief in Oost-Europa. Tijdens een recente conferentie in Mexico-Stad verzekerde Enrique Castells, president van het Venezolaanse Mega Aluminium, dat Oost-Europa over enkele jaren een half miljoen ton aluminium per jaar uit zijn land zal kunnen absorberen. De Mexicaansepresident Carlos Salinas de Gortari heeft zondagavond een verlenging tot eind dit jaar aangekondigd van het zogeheten 'Pact voor stabiliteit en groei'. Dit eind 1987 geintroduceerde en steeds maar verlengde akkoord tussen regering, werkgevers en werknemers dat voorziet in loon- en prijscontroles, leidde tot een belangrijke vermindering van de inflatie die vorig jaar op 16 procent bleef steken.

Uit het hernieuwde akkoord blijkt dat de regering-Salinas absolute voorrang geeft aan de bestrijding van de inflatie die dit jaar volgens plan op 15,3 procent moet uitkomen, maar over de eerste vier maanden van dit jaar al 10 procent bereikte. Daarom is besloten dat de dagelijkse waardevermindering van de peso met 20 procent zal worden beperkt tot 80 cent. Tot ongenoegen van de exporteurs die klagen dat hun activiteiten door een te dure peso worden bemoeilijkt wat de handelsbalans nog verder in het rood zal drukken. Verder zullen de minimumlonen gelijk blijven, ook al had de met de regering gelieerde officiele vakbeweging naar aanleiding van de recente opleving van de inflatie een verhoging van 15 procent geeist. Maar de Mexicaanse president verordonneerde dat de reele koopkracht van de minimumloontrekkers meer gebaat is bij inflatiebestrijding dan bij loonsverhoging. Hij beloofde verder overheidsbezuinigingen, al gaan in de grote steden de prijzen van benzine en van elektriciteit wel met gemiddeld 10 procent omhoog. Salinas verzocht het bedrijfsleven deze kostenverhogingen niet door te berekenen naar de consument.