In De Panne ratelen nu de kassa's als mitrailleurs

DE PANNE, 29 mei 'Dunkirk Veterans you are welcome in De Panne.' Dat staat dezer dagen op praktisch elk raam in deze Zuidbelgische badplaats. De kassa's ratelen als destijds de mitrailleurs. Meer dan vijfduizend merendeels bedaagde Britten, Canadezen, Nieuw-Zeelanders, Fransen, Belgen, Denen en een enkele Nederlander koesterden zich er gisteren in een stralende zon en in innige bewondering. Allemaal met een baret op, de borst behangen met medailles. Enkelen voortgeduwd in rolstoelen, sommigen een been missend, of steunend op een stok. Mannen ook met bolhoeden of de pet van een zeeman op, fier stappend achter kleurrijke vaandels. De meesten met een klaproos (poppy) in de revers. Bejubeld door mensen langs de kant. Daddy's army op een vredige voorjaarsdag.

Ze waren op pelgrimstocht om te herdenken hoe ze tussen 26 mei en 4 juni 1940 als jongens van achttien, twintig jaar in deze streek tussen Duinkerken en De Panne uit de dodelijke omarming van de Duitsers werden bevrijd en werden verscheept naar veilige havens aan de overkant van Het Kanaal. Bij de operatie 'Dynamo' werden 338.226 soldaten, voornamelijk Britten en Fransen, onder een moordende bommenregen en mitrailleurvuur van Duitse Stuka's geevacueerd. Maar 68.111 redden het niet. Ze werden gedood, gewond of gevangengenomen. Het wapentuig van negen divisies werd vernietigd of viel in handen van de Duitsers.

Wat later 'het wonder van Duinkerken' zou worden genoemd had zich voltrokken. Vermoedelijk heeft bemoeizucht van Adolf Hitler met de oorlogshandelingen het grootste deel van de geallieerde troepen gered. Op 24 mei gelastte hij om tot nog toe niet geheel opgehelderde redenen stopzetting van de opmars van een van zijn tankdivisies, die vanuit Frankrijk de tang moest sluiten. Daardoor konden de geallieerden, bijeengedreven in de gordel Duinkerken-De Panne, zich hergroeperen en zo lang tegenstand bieden dat de evacuatie mogelijk werd. Kort na 4 juni zei een Duitse kolonel tegen de Belgische koning Leopold: 'Duitsland heeft de oorlog nu al verloren omdat het Britse expeditieleger in Duinkerken niet werd uitgeroeid.'

Een van de hogere Britse officieren van dat leger was luitenant-kolonel, later generaal, Ashton Wade. Terwijl de eregasten van de gemeente De Panne zich in het gemeentehuis te goed deden aan het koud buffet groef de nu 92-jarige Wade in zijn herinnering. Op 29 mei begaf hij zich tot aan zijn middel wadend in de zee bij De Panne op weg naar een mijnenveger, die vervolgens onder hevige beschietingen koers zette naar Engeland. 'Ik voelde', aldus Wade, die hoogste verbindingsofficier was onder opperbevelhebber Lord Gort, 'de evacuatie niet als beschamend. Ik was op het moment wel erg droevig. Maar later besefte ik dat het toch het begin van onze uiteindelijke overwinning zou zijn. Want het merendeel van die ruim 300.000 soldaten is nadien ingezet in de strijd tegen de Duitsers in Afrika, Italie en Normandie.'

Vanaf de stranden van De Panne werd eenderde van de soldaten geevacueerd. Dat ging met behulp van schepen en scheepjes, waaronder de meest vreemdsoortige, zoals baggervaartuigen, plezierboten, privejachten, vissersboten (waaronder Nederlandse) en zelfs driemasters uit de Boerenoorlog.

Hotelhouder Lucien Pelfrene uit De Panne, die in 1975 een deel van de festiviteiten van Duinkerken wist af te snoepen en die nu voorzitter is van de afdeling van de 'Dunkirk Veterans Association', was in 1940 elf jaar: 'Ik was elke dag op het strand. Ik zag ze daar dan staan in eindeloze rijen, gedisciplineerd wachtend op hun beurt voor inscheping. Vaak lagen ze onder vuur. Maar ondanks alles was er nooit sprake van echte paniek. Ik heb er vele doden gezien. Het strand was er mee bezaaid. Nooit zal ik de morgen van de vierde juni vergeten. De kust was toen ineens volledig verlaten. Toen de burgemeester en een Duitse kolonel op inspectie gingen, klonk er plotseling kanongebulder. Een laatste groepje Britten dat zich in de duinen had ingegraven, schoot er verwoed op los. Ze zijn later met bajonetten afgemaakt. Ik ben die morgen naar huis gegaan en ik schreide. Mijn ouders zeiden: Ge moet er niet zo over inzitten. Het is weliswaar een nederlaag, maar ook het begin van de overwinning.' De nu 72-jarige Hubert Newton uit Wrexham in Wales kan zich de dag van zijn aankomst in De Panne niet meer precies herinneren. Wel weet hij nog hoe hij er per ambulance arriveerde omdat hij bij een gevecht dieper in Belgie in zijn rug was geschoten. 'Op de avond van mijn aankomst raakte ik buiten bewustzijn. Toen ik de dag erop weer bijkwam, was de bemanning van de ambulance verdwenen. Ik was volstrekt hulpeloos, want ik kon me niet bewegen. Kameraden hebben me toen, wadend door de zee, naar een van de boten gebracht.'

Zijn strijdmakker Harold Taylor, destijds huzaar: 'Ik ben van hieruit lopend over het strand naar Duinkerken gegaan en vandaar scheep gegaan. Het was een vreselijke tocht omdat je bijna permanent onder vuur lag van de Duitsers. Links en rechts van je zag je mensen dood neervallen. We hebben 'm flink geknepen toen we daar zo in rijen op het strand stonden, maar er was geen echte paniek. Aan de overkant in Margate werden we als overwinnaars binnengehaald. Op 6 juni 1944 om half zes in de morgen was ik bij de invasie in Normandie en vandaar zijn we doorgestoten naar Arnhem en later naar Duitsland. Toen hebben we pas echt ons gelijk gehaald.' De nu 64-jarige Andre Bonte uit Veurne, dat vijf kilometer landinwaarts van De Panne ligt, en die tijdens de operatie 'Dynamo' naar de badplaats was geevacueerd: 'Ik heb die dagen vrachtwagens vol verbrande en verminkte lijken langs zien komen.' De veteranen hielden gisteren bij het standbeeld van Leopold I op het strand een herdenkingsbijeenkomst. Daar had vooraf een muziekkorps heimweeliedjes gespeeld: It's a long way to Tipperary, Pack up your troubles en een weemoedig makende stem, die door de luidspreker met rollende 'r' zong: 'Keep right on to the end of the war.'

Daar werd gebeden voor hen die de overkant niet haalden. Een priester: 'Er was geen overwinning. De afkeer van de waanzin die volkeren elkaar aandeden, drijft ons bijeen.'

In de etalage van een traiteur in de Zeelaan was een kerkhofje van karton gebouwd. Daarnaast lag een gedicht: 'De mensen gaan nu zonnebaden, kinderen gaan nu pootje baden. Op een toneel van vroegere strijd en bloed werpt alleen de zon nog dezelfde gloed.' In een brochure van de gemeente stond: 'Dit soort feesten zijn een enorme bron van inkomsten niet alleen voor de horeca, maar voor de ganse middenstand.'