Hof: schot op kolonel had niet mogen worden gelost

ROTTERDAM, 29 mei Heel televisie kijkend Nederland was 22 juni vorig jaar getuige van de noodlottige afloop van een gijzeling van een kolonel door een crimineel. Niet de crimineel, maar de kolonel werd dodelijk getroffen door een politiekogel.

Hoe kon het gebeuren dat een ervaren scherpschutter op amper zeventien meter afstand zijn doel zo dramatisch miste? Politie en justitie bleven het antwoord schuldig. Maar het gerechtshof in Arnhem kwam onlangs, in het hoger beroep van de strafzaak tegen de verdachte, tot een opmerkelijk oordeel: bij het afgeven van het schot was een buitengewoon groot risico aanwezig dat de verkeerde persoon zou worden getroffen. Ergo: dit schot had niet gelost mogen worden.

De gijzeling eindigde bij een tankstation langs de snelweg tussen Arnhem en Utrecht. De kolonel zat achter het stuur van een personenauto, onder schot gehouden door de gijzelnemer naast zich. Op enige afstand bevonden zich een arrestatieteam van de politie en twee scherpschutters van een bijzondere bijstandseenheid van de rijkspolitie. Een van de scherpschutters, gelegen achter een hek met stevig gaas, loste kort na elkaar twee schoten, waarvan de laatste de kolonel fataal werd.

Een maand na het misdrijf, dat de thriller-achtige journaalbeelden opleverde, maakte de hoofdofficier van justitie in Arnhem de resultaten bekend van het onderzoek dat was ingesteld naar de beeindiging van de gijzeling. Gebleken was dat voor de inzet van het arrestatieteam en de scherpschutters formeel geen toestemming was verleend. Wel had de scherpschutter van de commandant van het arrestatieteam de opdracht gekregen: 'Als je hem pakken kunt, dan pak je hem'. Verder was duidelijk geworden dat de positie van gijzelnemer en gegijzelde zodanig was dat 'een geoefend precisieschutter geacht wordt een verantwoord schot te kunnen lossen'. Het eerste schot was afgeketst op de voorruit van de auto, doordat de kogel een draad had geraakt van de metalen afrastering, die de schutter door zijn vizier niet zag. De tweede kogel had wel voldoende doordringend vermogen om de voorruit te doorboren. 'Uit het onderzoek kan de conclusie getrokken worden dat de baan van de tweede kogel niet beinvloed is door aanraking met de voorruit.' Ten slotte had het onderzoek uitgewezen dat het uitgesloten was dat de scherpschutter per abuis op de kolonel had gericht en geschoten. Maar de reden waarom de tweede kogel desondanks niet de crimineel maar de kolonel had getroffen was niet duidelijk geworden, aldus de hoofdofficier.

Over de gebruikte munitie trad de hoofdofficier niet in detail. Hij volstond met de volgende opmerking: 'De schiet- en wapenvaardigheid van de schutter, de afstand waarover geschoten diende te worden, het gebruikte vuurwapen en de gebruikte soort munitie, alsmede de wetenschap dat met het voorhanden zijnde materiaal tijdens oefeningen onder gelijkwaardige omstandigheden probleemloos door een voorruit van een personenauto geschoten kon worden, waren voor deze schutter reden om er vanuit te kunnen gaan in staat te zijn onder geboden omstandigheden een precisieschot te kunnen lossen'. Begin augustus antwoordde demissionair minister van justitie Korthals Altes op Kamervragen dat gebruik was gemaakt van munitie van het type 'hollow point', kaliber 7.62 mm x 51 mm. 'Er is geen reden te twijfelen aan de precisiewerking van de gebruikte munitie', aldus de minister.

In het gerechtelijk vooronderzoek in de strafzaak tegen de gijzelnemer, die het politie-optreden had overleefd, rapporteerde de door de verdediging naar voren geschoven munitie-expert D. W. Zoetmulder: 'De gebruikte munitie, de FN Ball, kaliber 7.62 Match, is geladen met een projectiel voorzien van een dunne tombakmantel met een open punt. Deze constructie maakt dat het projectiel zeer gemakkelijk op harde voorwerpen zal fragmenteren'. Verder stelde de expert: 'Na het doorboren van de gelaagde autoruit kan ten aanzien van de fragmenten van het projectiel niet meer van een ballistische kogelbaan worden gesproken. De rondvliegende fragmenten hebben meer het effect van een ongecontroleerd schot gemengde hagel op korte afstand'. Zoetmulder berekende dat het trefpunt van de kogel op de voorruit naar alle waarschijnlijkheid vijf centimeter lager lag dan het richtpunt, doordat het telescoopvizier was afgesteld op 100 meter, terwijl de afstand tot de auto circa 17,5 meter bedroeg. De schutter zou daar bij het richten geen rekening mee hebben gehouden.

Noch officier van justitie, noch de Arnhemse rechtbank hechtte tijdens de strafzitting op 30 januari veel gewicht aan Zoetmulders rapportage. Zij achtten wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich onder meer schuldig had gemaakt aan 'gijzeling, de dood ten gevolge hebbende'. Daarentegen ging het gerechtshof uitvoerig in op de bevindingen van de expert. Het hof concludeerde: 'Op grond van het rapport van D. W. Zoetmulder moet als vaststaand worden aangenomen, dat de mogelijkheid, dat het projectiel uit dat geweer tijdens het doorboren van de voorruit van de auto zou fragmenteren, zich vrijwel voor honderd procent zeker zou realiseren'. In combinatie met de instelling van het vizier volgt hieruit, aldus het hof, dat 'bij het afgeven van het schot, objectief en achteraf bezien, een buitengewoon groot risico aanwezig was dat de verkeerde persoon zou worden getroffen, aangezien de verdachte en de gegijzelde betrekkelijk dicht bij elkaar voorin de auto zaten'. Dit oordeel leidde ertoe dat het hof, anders dan de rechtbank, tot de slotsom kwam dat de dood van de kolonel juridisch niet mag worden aangemerkt als een gevolg van de gijzeling. Van de achttien jaar die de rechtbank de verdachte oplegde, haalde het hof drie jaar af.

Maar relevanter lijkt de vraag naar de les die Justitie eruit trekt. Het Kamerlid Lankhorst (Groen Links) heeft daarnaar inmiddels geinformeerd. Vindt de minister nog steeds dat er geen reden is te twijfelen aan de precisiewerking van de gebruikte munitie, zoals in augustus geruststellend werd gemeld? Antwoord is er nog niet.

Zoetmulder zegt: 'De scherpschutter treft geen blaam. Hij mocht ervan uitgaan dat hij met optimaal materiaal was uitgerust. Maar kennelijk heeft niemand van zijn superieuren er ooit bij stil gestaan dat deze kogel onder bepaalde omstandigheden zeer waarschijnlijk zou fragmenteren. Er is veel met de kogel geoefend en telkens ging hij probleemloos door de ruit, zegt de politie. Dat zal best, maar kennelijk heeft nooit iemand zich afgevraagd wat er achter die ruit gebeurt'. Hof: dood kolonel was geen gevolg van gijzelingsactie