'Het is pech dat hij nu minister is geworden, we haddenkamers naast elkaar en veel contact.'

Drs. Harry van Dalen (29) onderzoekt sinds 1987 als assistent-in-opleiding de economische gevolgen van vergrijzing. Hij werkt bij de Vakgroep Openbare Financien en Belastingrecht van de Erasmus Universiteit in Rotterdam, die met beide Amsterdamse economische faculteiten samenwerkt in het Tinbergen Instituut.'Als ik even niets te doen heb, werk ik aan mijn proefschrift. Problemen zijn nooit echt af, je moet altijd doordouwen. Overdag gaat de telefoon, studenten lopen in en uit. 'sAvonds thuis kun je je pas echt concentreren en voor je het weet is het dan twee of drie uur in de nacht.

Vier van de vijf AIO's hier zijn mannen. Economie heeft de naam saai te zijn. Dat vind ik absoluut niet, hoor, maar je moet door een brok wiskunde heenbijten en niet iedereen heeft daar het uithoudingsvermogen voor. Voor zover er meisjes zijn, kiezen ze meestal bedrijfseconomie, niet het filosofische werk. Mijn proefschrift gaat over de economische gevolgen van vergrijzing. Zolang de ene helft van de wereldbevolking sneller groeit dan de andere, blijft de gemiddelde levensstandaard op aarde achteruit hollen. Je kunt je afvragen, of investeren in ontwikkelingslanden soulaas kan bieden. Dat blijkt alleen zo te zijn, als op den duur die groeivoeten convergeren, of als de ontwikkelingslanden meer besparen.

Ik heb onderzocht of het loont, om zoals soms wordt bepleit goed opgeleide mensen uit ontwikkelingslanden naar het Westen te halen. Dat betekent voor ons een besparing op opleidingskosten, anderzijds drukt het hier de lonen. En in de derde wereld, waar toch al een onderinvestering in het onderwijs plaats vindt, wordt de onderwijsellende alleen maar groter. Zo'n politiek van selectieve immigratie is een zwaktebod van een westerse overheid. Investeren in het eigen onderwijs loont juist in een vergrijzend land de moeite, want het rendement op zo'n investering stijgt bij een dalende bevolkingsgroei. Dit zijn natuurlijk theoretische excercities. Ik werk de algemene principes uit, ik zit hier geen beleid te maken. Een andere poot van mijn proefschrift is de vraag, hoe de overheid de lastendruk moet uitspreiden in de tijd om de overgang te financieren van een laag naar een hoog uitgavenniveau. Een vergrijzende bevolking kost meer aan gezondheidszorg, AOW enzovoorts en dus stijgen de collectieve lasten. Dat heeft zijn weerslag op de arbeidsmarkt. Vooral vrouwen reageren in hun arbeidsaanbod sterk op fluctuaties in het loonpeil. En omdat je die arbeidskrachten juist nodig hebt als de vergrijzing doorzet, moet je zulke effecten op de arbeidsmarkt proberen te verzachten.

Ik werk met wiskundig-economische modellen, tamelijk abstract. Je probeert het analytisch te houden, algemene principes te achterhalen. Er zijn wel gevallen waarin je er niet meer uitkomt, omdat de wiskunde te moeilijk wordt. Dan moet je gaan simuleren, getallen uit de praktijk in je model stoppen en kijken wat er dan gebeurt. Beleidseconomen doen niets liever, maar voor een theoretisch econoom is dat een laatste redmiddel.

Soms rollen er hele gekke dingen uit. Misschien ben je dan iets leuks op het spoor, maar meestal zit er iets fout in je model. Je wordt als AIO wel door schade en schande wijzer. Als je ergens enorm veel tijd in had gestoken raak je wel eens in de put. Maar goed, je leert programmeren en echte waarden toekennen aan abstracte begrippen, zo leer je hoe een economie werkt.

Mijn modellen zijn zo algemeen, dat ik niet van Oost-Europa in de war raak. Modellen zijn altijd abstracties. Dat zijn ook de standaardopmerkingen bij congressen, dat er geen werkloosheid in het model zat, of iets anders wat mensen juist heel belangrijk vinden. Een beleidseconoom wil alles meenemen, maar dan krijg je een grote black box, waarvan je niet meer ziet hoe die werkt.

Die academische vrijheid heeft wel iets moois. Zelfstandig een mening vormen vind ik belangrijker dan op een ministerie zitten en de mening van je baas verkondigen. En in het bedrijfsleven overheerst, denk ik, de visie dat je al een heel eind komt door gewoon je gezonde verstand te gebruiken. Mijn drijfveer is nieuwsgierigheid naar hoe de economie echt werkt.

Ik ben hier in drieenhalf jaar afgestudeerd, nadat ik eerst de HEAO had gedaan, commerciele economie. Ik ben dus een totaal andere kant op gegaan. Misschien was ik altijd al wat filosofisch ingesteld, ook op de HEAO. Mijn promotor, prof. Ritzen, kende ik nog uit mijn studententijd. Ik heb altijd driftig zijn colleges gevolgd en het kwam er op neer dat hij mijn kwaliteit voldoende kende om de aanstelling als AIO van een leien dakje te laten verlopen. Het is pech dat hij nu minister van onderwijs is geworden, we hadden kamers naast elkaar en altijd veel contact.

Je ziet vaker dat een onderzoeksprogramma instort als een persoon vertrekt. Iedereen zit toch op zijn eigen eiland. Soms zit je te springen om deskundig commentaar als je diep in een probleem duikt, maar voor je het weet kan niemand je meer volgen. Je zou meer overlappende onderzoeksgroepen moeten samenstellen.

Overigens zitten veel AIO's stukken slechter dan wij hier. Wij hebben geen last van overdadige onderwijsverplichtingen, je kunt reizen, krijgt boekengeld en je proefschrift wordt centraal uitgegeven.

Het Tinbergen Instituut heeft in 1987 een startsubsidie gekregen van 2.5 miljoen voor de eerste vijf jaar. Het valt nog te bezien hoe het daarna gaat, maar het instituut trekt ook sponsorgelden aan. Je krijgt prima workshops met allerlei gastsprekers, meestal vrij pittig, maar het maakt je enthousiast. Een van de moeilijkste dingen is het kiezen van het meest relevante model, dat is het halve werk. En dan is er de creativiteit van het interpreteren. De kunst is om die theoretische aspecten terug te vertalen naar zaken van alledag. Daar herken je de grote economen aan. Je kunt de techniek wel leren beheersen, maar je moet ook een soort intuitie zien te ontwikkelen om achter die abstracte begrippen te kijken. Ik heb daar moeite mee, maar ik sta ook nog maar aan het begin.'Adres: Faculteit der Economische Wetenschappen, Erasmus UniversiteitVakgroep Openbare Financien en belastingrecht.

Kamer HB 1132 Burgemeester Oudlaan 503062 PA Rotterdam Tel. 010 4081412