Fietstocht moet minister Maij tot inkeer brengen

VORDEN, 29 mei Hij zou graag met minister Maij-Wegen (verkeer en waterstaat) en bij voorkeur op de fiets van Vorden naar Ruurlo rijden: tien kilometer rijksweg door een van de mooiste streken van Nederland. Ir. W. M. J. den Boer, directeur van de stichting Het Geldersch Landschap, acht zo'n excursie van belang om de minister ervan te doordringen hoe verwoestend haar eigen dienst te werk dreigt te gaan. Volgens de plannen van Rijkswaterstaat, die in detail gereed liggen, moet het bewuste traject worden uitgebreid met een parallelweg voor langzaam verkeer, waardoor opnieuw een stuk natuurschoon naar de knoppen gaat.'Kantjesvreterij' noemt Den Boer dit soort geknaag aan bos en beemd en hij signaleert een krasse tegenstelling met wat politiek Den Haag, blijkens beraadslagingen in de Kamer, voor ogen staat: 'Nieuwe golfterreinen mogen niet meer in bossen en militaire oefenterreinen zouden voortaan op landbouwgrond moeten komen. Daar wordt tenminste over gepraat, maar tegelijk dendert het oude beleid maar voort, terwijl bos en natuur zo duidelijk in de risicosfeer zitten. Men is blijkbaar niet in staat een daad te stellen. In onze omgang met de natuur is onverschilligheid troef'. Den Boer (38) werkte vroeger bij Staatsbosbeheer en in die ambtelijke hoedanigheid waarschuwde hij al in een vroeg stadium voor de verzuring en de noodlottige invloed daarvan op het vaderlandse naald- en loofhout. Dat ging zijn superieuren op het ministerie van landbouw menigmaal te ver en hij kreeg zelfs een spreekverbod opgelegd. Later verhuisde hij naar de directie Bos- en Landschapsbouw en sinds een jaar dient hij de particuliere natuurbescherming, speciaal in het Gelderse.

Lyrisch

Over de bestaande route Vorden-Ruurlo, onderdeel van de oude rijksweg die kort na 1800 door de Achterhoek werd aangelegd, kan Den Boer zich lyrisch uitlaten: 'Het is een gave weg, dwars door een magnifiek landgoederenlandschap. Huize Medler en De Wiersse, kasteel Vorden en Huize Onstein. Langs eeuwenoude essen en boomgroepen, met hier en daar een huis of boerderij en overal van die fraaie doorkijkjes'.

Als voorschot op de gewenste fietstocht met Maij attendeert hij ons, tien kilometer lang, op alles wat zijn netvlies treft en het moet gezegd: hier valt nog te genieten.

Maar tegelijk klinkt de verbittering door. Volgens de normen van Rijkswaterstaat komt de weg voor uitbreiding in aanmerking, omdat de bestaande dubbele rijstrook ontoereikend zou zijn om het verkeer ook in de toekomst te verwerken. Er wordt gerept van kop-staart-botsingen met landbouwtractoren en een gevaar voor fietsers. Den Boer is het met dat laatste eens en daarom zou er een afzonderlijk fietspad moeten komen, maar voor een viereneenhalve meter brede parallelweg om de hoofdbaan te ontlasten ziet hij geen enkele reden: 'Files komen hier niet voor en die kop-staart-botsingen heeft men aan zichzelf te wijten. Ze razen hier met honderdtwintig kilometer over de weg, terwijl tachtig de maximumsnelheid is'. Om de parallelweg met bijbehorende verkeersknopen aan te leggen zou bij elkaar negen hectare bos, voornamelijk loofhout, moeten wijken. Dat lijkt een gering offer, maar wat hier gaande is mag exemplarisch heten voor wat in heel Nederland gebeurt. Den Boer: 'Waterstaat rekent met drieeneenhalf procent meer autobewegingen per jaar en een dienovereenkomstige groei van het aantal ongelukken. Dus waar de politiek zegt: het autoverkeer moet terug, dendert men hier op de oude voet door. Zo krijg je het beleid natuurlijk nooit om'.

En hij trekt een vergelijking met de landinrichting (de vroegere ruilverkaveling), die nog altijd haar vernietigende sporen door natuur en landschap trekt: 'Ook die landinrichting, die maatschappelijk zoveel weerstanden oproept, gaat onverbiddelijk door'.

Geen pressiegroep

Den Boer lijkt het zich allemaal persoonlijk aan te trekken, maar als hij zijn gram de vrije loop geeft gebeurt dat formeel uit hoofde van zijn functie bij Het Geldersch Landschap. Doel van de stichting is: 'Belangstelling wekken voor behoud en beheer van natuur en landschap, met de daarvan deel uitmakende monumenten van geschiedenis en kunst'. Zelf bezit ze, verspreid over de provincie, zeventig terreinen die samen 8.000 hectare beslaan. Daartoe behoren het landgoed Vorden (400 hectare) en een perceel stokoude eiken in de bocht bij Ruurlo, twee eigendommen die onder de geplande ingreep te lijden zullen krijgen. Dat is ook de reden waarom Den Boer zijn nood klaagt: 'Wij zijn geen pressiegroep. Daarvoor hebben we de Gelderse Milieufederatie, maar als onze bezittingen rechtstreeks in het geding zijn komen ook wij in actie'. De Milieufederatie steunt hem natuurlijk en ook de Nederlandse Vereniging van Boseigenaren, die de bewoners van de aangrenzende landgoederen onder haar leden telt, heeft bezwaar aangetekend. Nu minister Maij nog. Als ze eenmaal met Den Boer Van Vorden naar Ruurlo of omgekeerd is gefietst, zal ze misschien bezwijken. Voor een krant en croissant kan hij ook nog zorgen.

    • F. G. de Ruiter