Er studeren meer Duitsers Nederlands dan andersom; Vak inopmars: Niederlandisch

Toen prof. dr. J. J. Goossens in 1969 zijn eerste college Nederlands gaf aan de universiteit van Munster zaten er twee studenten in de zaal. Nu kijkt hij regelmatig tegen meer dan zestig gezichten aan. Aan zijn instituut studeren een kleine vierhonderd mensen, van wie 180 hoofdvakkers. In totaal telt Duitsland ver over de duizend studenten Nederlands en de belangstelling neemt nog steeds toe.

Voor het eerst in de geschiedenis heeft Duitsland meer studenten Nederlands dan Nederland studenten Duits. Want tegelijk is de belangstelling voor de taal van Heine en Hitler hier tot een minimum gedaald: vorig jaar meldden zich 122 eerstejaars, verdeeld over zes universiteiten.

Enige jaren geleden was er nog een heel voor de hand liggende reden om als Duitser Nederlands te gaan studeren: de kansen op een baan waren riant. Goossens: 'In het begin van de jaren zeventig werd Nederlands in Nordrhein-Westfalen erkend als schoolvak. Geschoolde leraren waren er toen niet.'Die markt begint echter verzadigd te raken. Dat is ook te merken aan de keuzes die studenten maken. Tien jaar geleden wilde tachtig a negentig percent van de studenten leraar worden en deed het staatsexamen dat de lesbevoegdheid geeft. Slechts een enkeling koos de alternatieve uitgang van een talenstudie in de Bondsrepubliek: het magister-examen. Nu is die verhouding precies andersom, schat Goossens.

Er bestaat geen goede verklaring voor de toegenomen belangstelling voor Niederlandisch. De motiveringen van de studenten zijn over het algemeen vaag. Men moet in het achterhoofd houden dat Duitse studenten altijd twee hoofdvakken doen en Niederlandisch leent zich goed voor het tweede vak.

Taalverwerving

De personeelsbezetting van het midden in Munster gelegen instituut heeft geen gelijke pas gehouden met de snelle groei van het aantal studenten. Vooral de colleges taalverwerving zijn overvol. Het aantal cursussen dat kan worden gegeven is beperkt, omdat er maar een lectrice is die taalverwerving geeft. Het aantal deelnemers aan de beginnerscursus kan niet groter zijn dan veertig, omdat het talenpraktikum nu eenmaal niet groter is. En taalbeheersing is de basis voor de verdere studie.

Het Nederlands instituut in Keulen is net zo groot als dat in Munster, maar zit nog krapper in zijn personeel. Bij de wat kleinere instituten in Oldenburg, Berlijn en in mindere mate Munchen is men beter af.

't Kofschip

Nederlands is bepaald geen gemakkelijke taal voor Duitsers. Goossens: 'Het probleem ligt in de verwantschap met de eerste taal. Een type fout dat veel wordt gemaakt is bijvoorbeeld het letterlijk vertalen van woorden.' Andere vaste struikelblokken zijn de geslachten, 't kofschip en de uitspraak.'Je kunt het al snel verstaan, maar echt perfect Nederlands praten is veel moeilijker dan Engels of Frans', aldus Irene, studente aan het instituut in Munster. 'Het probleem is oefenen. Het talenpraktikum is heel kunstmatig. Als je niet in Nederland of Belgie zit kom je nauwelijks in aanraking met gesproken taal. Toen ik in Utrecht studeerde zeiden ze dat ik de eerste tijd daar praatte als in een boek.'Een groepje studenten organiseert nu een kom- en praatuur, waarin ze gezamenlijk kijken naar het Nederlandse journaal en over van alles en nog wat praten. Irene: 'Dat verlaagt de drempel voor degenen die de basiscursus en de eerste voortgezette cursus hebben gedaan.'Goossens stimuleert de studenten om in elk geval een paar maanden in Nederland te gaan studeren. Door het Erasmusprogramma van de EG is dat gemakkelijker geworden. Daardoor leren ze wellicht beter Nederlands spreken, maar daarmee zijn ze nog geen goede neerlandici. Goossens: 'Nu heeft al het personeel hier de Nederlandse of Belgische nationaliteit. Slechts een persoon heeft Duits als moedertaal. Ik zou ernaar streven op den duur allen, behalve de docenten taalverwerving, door Duitsers te vervangen. Het vak is niet volwassen als de meerderheid van het personeel uit het buitenland moet komen.'

Anecdotische literatuur

Zijn Berlijnse collega prof. dr. Frans de Rover signaleert hetzelfde probleem: 'Willen ze kunnen concurreren met Nederlandse neerlandici, dan zullen ze meer tijd in hun studie moeten steken.'Hij legt daarmee de vinger op de wonde: wat is de kwaliteit van die vele Duitse neerlandici? De Rover, gespecialiseerd in moderne literatuur, constateert dat het lezen van literatuur heel lang moeilijk blijft voor de studenten, ook al verstaan ze de taal al vrij snel. 'Veel studenten hebben een voorkeur voor anecdotische literatuur, meer dan voor de Revisor-achtige, academische literatuur. Poezie, bijvoorbeeld de vijftigers, is voor Nederlanders al moeilijk, dus voor deze studenten helemaal. Het blijkt ook moeilijk voor ze om te zien wat in het Nederlands ironisch is. Reve bijvoorbeeld is alleen weggelegd voor de allerbesten. Het Nederlands hier staat op een lager niveau dan het Duits in Nederland. Nederlandse studenten moeten bijvoorbeeld wel moeilijke Duitse literatuur lezen.'In Berlijn heeft de vakgroep Nederlands geen lerarenopleiding, zodat het beroepsperspectief voor afgestudeerden daar nog onduidelijker is dan in Munster. Michael Kurtz, die naast zijn studie Nederlands in Berlijn ook nog politicologie heeft gestudeerd in Amsterdam en Berlijn, wil vertaler worden: 'Zowel literatuur als non-fiction. Ik denk dat je niet veel keus hebt. Het liefst zou ik literair vertalen. Er is nog een tekort aan Duitsers die uit het Nederlands vertalen.'De Rover wil ook meer aandacht besteden aan vertalen. Hij zou bijvoorbeeld graag eens een vertaler in residence willen hebben in plaats van een writer in residence. 'Daarvoor krijgen we wel steun van ambtenaren, maar het loopt tot nog toe stuk op Den Haag.'Carsten Neumann wil handelstolk worden. Hij studeert Nederlands als tweede hoofdvak naast zijn eerste vak Zweeds en ziet zijn toekomst vooral in de Scandinavische talen. De scandinavistiek huist samen met de neerlandistiek in een eigen vleugeltje van de Rostlaube, het reusachtige met roestige platen bedekte gebouw van de Freie Universitat. Ze vormen een oase van kleinschaligheid binnen de germanistiek, met zevenduizend studenten een van de grootste studierichtingen. Nederlands heeft in Berlijn een stuk of zestig studenten, schat De Rover, van wie vijftien het als eerste hoofdvak doen. Iedereen kent elkaar dus. Binnen het instituut spreekt men Nederlands en heersen tamelijk Nederlandse omgangsvormen. Een professor die gewoon Frans heet en zich laat tutoyeren is zeer on-Duits.

Onbetaalbaar

Het contact met de Nederlandse taal is vanuit Berlijn veel moeilijker dan vanuit Munster, omdat je er geen Nederlandse televisie en radio kunt ontvangen. De Rover laat wel wat programma's op video opnemen. Naast de Wereldomroep is men verder geheel aangewezen op de pers. De Volkskrant, NRC Handelsblad en De Morgen, en enige Nederlandse en Vlaamse weekbladen vormen de schakel met het Nederlandse taalgebied.

Net als zijn collega uit Munster klaagt De Rover steen en been over de kosten van abonnementen. Vooral dagbladen zijn door de hoge verzendkosten bijna onbetaalbaar. Verder zit de vakgroep er warmpjes bij: geen personeelsgebrek en een goed geoutilleerde bibliotheek.

De vraag is alleen wie al die boeken leest. De Rover vindt het moeilijk te schatten hoeveel zijn studenten eigenlijk gelezen hebben. 'In Nederland heeft iemand die Nederlands gaat studeren tenminste de namen van twintigste-eeuwse schrijvers gehoord. Hier niet. Je bent vaak meer leraar: je moet uitleggen wie Vestdijk was. In Keulen hebben ze een boekenlijst. Ik zou hier ook wel een minimumlijst willen invoeren, maar dat stuit op grote problemen. Studenten hebben zoiets van: boeken lezen we zelf wel. Een ander punt is het ontbreken van tentamens. Vanouds gold de aanwezigheid en de Hausarbeit. Mensen waren helemaal over hun toeren toen ze een mondeling tentamen moesten doen. Dat waren ze niet gewend. Ik zou wel meer willen, maar je moet oppassen: voor je het weet heb je een Vau-Vau aan je broek, een Vollversammlung met een Forderungskatalog.'Michael Kurtz zegt zestig boeken te hebben gelezen. Dat is veel in vergelijking tot zijn medestudenten, maar hij heeft dan ook drie jaar in Nederland gestudeerd. Toch steekt elke VWO'er met enige literaire belangstelling hem qua lengte van de boekenlijst naar de kroon. Eerstejaars Jens Uwe Legde heeft nog maar vijf boeken achter de kiezen, en Carsten Neumann is aan zijn eerste bezig.

Kurtz, die over ruim een jaar hoopt af te studeren, meent dat je om het Nederlands goed te beheersen je veel meer moet doen dan voor Frans of Italiaans: 'Ik spreek ook Italiaans. Dat gaat veel meer volgens grammaticale regels. Als je de woorden kent, begrijp je de zin. Bij Nederlands is dat niet zo. Dat bestaat veel meer uit uitdrukkingen. Dat maakt het een boeiende, krachtige taal: 't Valt mee, 't valt tegen, zien waar het schip strandt: dat hebben wij hier niet.'

Accenten

Juist doordat men in Berlijn weinig contact heeft met gesproken taal, gaan de accenten van de docenten een dominerende rol spelen. Neumann: 'Ik vind het heel moeilijk dat iedereen een ander accent heeft. De eerste taalcursus kreeg ik van een Limburgse. Degene die het nu doet heeft een heel andere uitspraak.'Ondanks de nabijheid van Nederland worstelen ook de studenten uit Munster met de uitspraak. De ui bijvoorbeeld blijkt een notoir struikelblok. Veronica: 'Je leert het hier niet echt. Vooral voor het taalonderwijs zijn meer docenten nodig. En je zou meer naar Nederland moeten. Maar dat gaat niet zo makkelijk als je geen geld hebt en geen auto.'Zo ver is het toch niet? 'Wie wil er nou naar de Achterhoek?' merkt medestudent Michel op.

Over hun toekomstplannen zijn de studenten in Munster vaag. Irene: 'Werkloos worden. Ik heb soms wel vertaalopdrachten, maar daar kun je niet van leven. Daar heb je bovendien speciaal opgeleide vertalers voor.'Michel: 'Ik doe ook geschiedenis; dan is die taal toch handig.' Andrea: 'Ik ben wel optimistisch. Ik zie in mijn kennissenkring wel belangstelling voor Nederland.' De Nederlandse trend dat afgestudeerden uit letterenrichtingen zich storten op het bedrijfsleven is in Duitsland nog nergens te bespeuren. Andrea: 'Het carrierebewustzijn is in Nederland groter dan hier.'

Nederlands recht

Niet alleen de belangstelling voor de Nederlandse taal groeit, ook die voor Nederland. Er is bijvoorbeeld een sterk toenemende behoefte aan Duitse juristen die iets van Nederlands recht weten, heeft dr. Loek Geeraedts gemerkt. Hj is Geschaftsfuhrer van het Zentrum fur Niederlande-Studien van de universiteit van Munster. De oprichting van dit centrum is een uitvloeisel van het cultureel akkoord tussen de Bondsrepubliek en Nederland dat in 1961 is gesloten. Hierin verplichtten de beide landen zich om een centrum voor studies van het andere land in te richten. Het duurde echter nog twintig jaar eer de plannen voor Duitslandstudies concreter werden. Uiteindelijk werd pas in 1986 het Centrum voor Duitslandstudies opgericht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Duitsland kon toen niet achterblijven. Na enig gebakkelei tussen Duisburg, Aken en Munster werd afgelopen najaar het centrum in Munster officieel geopend.

Behalve de studierichting Nederlands met een bijbehorende bibliotheek van 130.000 banden heeft de stad nog veel meer te bieden op het gebied van contacten met Nederland. Zo staan er ook nog 100.000 banden van het Sondersammelgebiet Niederlandische Kulturkreis, een verzameling boeken over Nederland die wordt gefinancierd door de deutsche Forschungsgemeinschaft. Voorts herbergt Munster vele instanties die zich met Duits-Nederlandse betrekkingen bezighouden, zoals de deutsch-niederlandische Gesellschaft, gelieerd aan de kamer van koophandel, de deutschniederlandische Juristenkonferenz, de Fachverein niederlandisch (de vereniging van leraren Nederlands in de Bondsrepubliek) en een Nederlands consulaat. Tenslotte heeft Munster een historische band met Nederland, doordat Nederland formeel gestalte kreeg bij de vrede van Munster in 1648. Met het oog op 1992De taak van het centrum onderzoek, onderwijs en dienstverlening is nogal wijds. Een van de eerste activiteiten is het inventariseren wat er in Duitsland zoal aan scripties, rapporten en dergelijke verschijnt over Nederland en die te verzamelen, in eerste instantie uitsluitend bibliografisch, later wellicht ook fysiek. Verder zette men eens op een rijtje wat er aan de plaatselijke universiteit zoal aan colleges werd aangeboden die betrekking hadden op Nederland. Dat bleken er maar liefst 54 te zijn.

Geeraedts: 'Dat was voor ons ook verrassend. Er zijn erbij op het gebied van recht, economie, taal, geschiedenis geografie, pedagogie, politiek en media. Vaak zijn het colleges waarvoor een bepaalde voorkennis is vereist van het vak in kwestie. We zijn nu bezig een curriculum te maken voor een doctoraalstudie, waarvan de basis bestaat uit inleidende colleges in veel disciplines.'Al snel valt de magische formulering 'met het oog op 1992'. In de regio is men ervan overtuigd dat de contacten met Nederland flink zullen toenemen na 1992, aldus Geeraedts. Mensen blijken echter veel tijd nodig te hebben om zich in te werken in allerlei typisch Nederlandse regels en gewoonten. Bedrijven en instellingen willen die inwerktijd verkorten. Vandaar dat het centrum op korte termijn ook met post-academische cursussen begint. Dit najaar start een tweejarige avondopleiding voor mensen uit het bedrijfsleven, met onder meer Nederlands recht, taal en cultuur.

Nu al die op Nederland gerichte activiteiten bij elkaar om de hoek zitten, groeit de behoefte om alles te bundelen. Het Nederlands instituut, het Sondersammelgebiet en het centrum zouden samen moeten worden ondergebracht in een gebouw, vindt ook Geeraedts: een Nederlands huis, zoals er ook een in Parijs en Djakarta te vinden is. Nu staat er in Munster een prachtig gebouw dat daarvoor historisch gezien ideaal zou zijn: het Krameramtshaus, waar in de zeventiende eeuw de Nederlandse vertegenwoordigers verbleven die de onderhandelingen voerden voor de Vrede van Munster. Op het ogenblik is de stedelijke bibliotheek in dit gebouw gevestigd, maar die gaat verhuizen. Geeraedts: 'Gekscherend hebben we toen voorgesteld daar een Nederlands huis te vestigen. Daar is serieus over gepraat en nu is het waarschijnlijk zo dat we er in 1994 in kunnen.'Ondanks ambitieuze plannen zit het centrum met een groot probleem: personeelsgebrek. Geeraedts zelf staat nog steeds op de loonlijst van het Nederlands instituut en is uitgeleend aan het centrum.

De formele benoeming van een hoogleraar prof. dr. Horst Lademacher, een tweetalige historicus van de Gesamthochschule Kassel moet een dezer dagen plaatsvinden. Verder heeft het centrum enige student-assistenten. Geeraedts: 'In feite draait het centrum nu op kosten van het Nederlands instituut. De universiteit doet te weinig en het deelstaatministerie in Dusseldorf doet helemaal niets.'Voor gebrek aan belangstelling van studentenzijde hoeft niet te worden gevreesd. Normaal trekt de taalcurus voor beginners zo'n vijftig studenten, na de opening van het instituut waren dat er 87. Aan de studie Niederlande-Studien zijn al tegen de dertig studenten begonnen, die het in eerste instantie als bijvak doen. Vooral van juristen en economen is veel belangstelling. Geeraedts: 'Er zijn heel veel juristen in Munster en die komen moeilijk aan een baan. Met een specialisatie Nederland vergroten ze hun kansen op de arbeidsmarkt.'