Bollentelers bezorgd over aanbod seizoenarbeiders

ROTTERDAM, 29 mei Ruim tweehonderd langdurig werkloze Amsterdammers zullen deze zomer aan de slag gaan in de bloembollenoogst bij Hillegom en Lisse. Dat is het resultaat van een massale wervingscampagne van het Gewestelijk Arbeidsbureau Amsterdam om Nederlandse werklozen in te schakelen voor werk dat in het verleden veelal door illegale buitenlandse werknemers werd gedaan.

Het arbeidsbureau toont zich 'gematigd tevreden' dat is voorzien in ongeveer de helft van de 450 vacatures voor twee maanden en langer die de werkgevers hebben aangemeld. Maar de werkgevers in de bollensector blijven bezorgd over de grote vraag naar seizoenarbeiders in de komende maanden.

Zij vrezen in Nederland, en zelfs in de Europese Gemeenschap, niet voldoende mensen te kunnen vinden om de oogst binnen te halen. Net als in voorgaande jaren willen zij graag Poolse arbeiders inschakelen. Maar minister De Vries van sociale zaken vindt dat zij eerst moeten werven in Nederland en de Europese Gemeenschap. De minister droeg de Nederlandse arbeidsbureaus begin deze maand op 'alles in het werk te stellen' om geschikt personeel te vinden.

Nu het werklozenproject van de samenwerkende arbeidsbureaus van Amsterdam en Lisse niet voldoende mensen heeft opgeleverd, moeten de werkgevers hun seizoenarbeiders zoeken in de Europese Gemeenschap exclusief Spanje en Portugal. Vervolgens komen de Spanjaarden en Portugezen aan de beurt en pas daarna mogen de bollentelers volgens de zogenoemde 'bollenregeling' van minister De Vries een beroep doen op Oosteuropeanen. 'Het probleem van de bollensector is met dit werklozenproject niet opgelost', zegt mr. H. Westerhof, secretaris van de Bond van Bloembollenhandelaren. Westerhof verwacht dat de bollentelers en -handelaren duizenden mensen tekort zullen komen. 'Niet alleen is de helft van de vacatures die wij hebben aangemeld niet vervuld. Wij hebben ook nog heel veel mensen nodig voor contracten van minder dan twee maanden, waarvoor het arbeidsbureau niet bemiddelt.' De bollensector telt ruim 4100 bedrijven. Naar schatting werken er op jaarbasis ongeveer tienduizend mensen: enkele duizenden buiten het seizoen en vele tienduizenden voor korte periodes tijdens de campagne. Het gaat daarbij niet alleen om rooien, rapen en verwerken (het zogenoemde 'pellen') van de bollen, maar ook om sorteren, tellen en verpakken.

Van Engelsen en Ieren maken de werkgevers al op grote schaal gebruik, maar het aanbod van arbeidskrachten uit die landen is niet voldoende, aldus Westerhof. En voor Spanjaarden of Portugezen lopen de bollentelers en -handelaren niet erg warm. 'Voor iedere Spanjaard ben je in ieder geval duizend gulden aan bemiddelings- en reiskosten kwijt. Als je bedrijf veertig man nodig heeft, ben je al veertigduizend gulden kwijt al voordat ze aan het werk zijn.' Ing. J. H. de Boer, hoofd tuinbouw en sociale zaken van de Katholieke Land- en Tuinbouwbond (LTB), voegt daar aan toe: 'De Polen komen hier uit zichzelf. En de meesten spreken redelijk goed Engels of Duits. Met Spanjaarden en Portugezen verwachten we taalproblemen.' Volgens de werkgevers is de 'bollenregeling' redelijkerwijs niet na te leven. 'Een aantal van hen heeft zich daarom verenigd in de stichting Fleurasyl', aldus De Boer. Als justitie de komende maanden zal ingrijpen bij bedrijven waar toch niet-EG-ingezetenen aan het werk zijn, moet Fleurasyl klaar staan om 'juridische ondersteuning te bieden' en 'aan te tonen dat naleving van de regeling niet haalbaar is'.

Veel Polen hopen intussen nog altijd op werk in de bollenstreek, en de Poolse regering steunt hen. J. Litynski, adviseur van de Poolse minister van arbeid, benutte vorige week een bezoek aan Nederland om te pleiten voor werkvergunningen voor seizoenarbeiders uit Polen. 'De EG-landen spreken veel over hulp aan Oost-Europa, maar met werkvergunningen kunnen ze ons werkelijk helpen', aldus Litynski. 'De werkloosheid in Polen stijgt met 100.000 per maand en zal aan het eind van dit jaar waarschijnlijk een miljoen bedragen. Natuurlijk lost het werk in de bollenvelden het werkloosheidsprobleem niet op, maar het helpt ons wel onszelf te helpen. Door hier te werken krijgen onze mensen een breder zicht op de organisatie van arbeid. Het levert ze behalve geld ook ervaring op.' Litynski wijst op een overeenkomst met de Bondsrepubliek, waarbij duizend Polen een werkvergunning hebben gekregen. 'Zoiets zou ook met Nederland kunnen worden afgesproken. Als de Nederlandse regering niets doet, ontstaat er een zwarte arbeidsmarkt. Wij willen geen banen van Nederlanders afpikken. Maar als voor dit werk geen Nederlanders te vinden zijn, begrijpen wij niet waarom de bollenproducenten geen Polen mogen aannemen.' De Nederlandse werklozen die vanaf 1 juli in de bollenstreek zullen werken krijgen na twee maanden boven op het CAO-loon een zogenoemde bindingspremie van 700 gulden 'om te zorgen dat de werkgever erop aan kan dat de mensen niet alleen komen, maar dat ze ook blijven komen', aldus J. Vlaar, adjunct-directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau Amsterdam.

Volgens Vlaar is deze premie voor de meesten echter van minder belang dan de voorkeursbehandeling die het arbeidsbureau mensen die aan dit project meedoen in het vooruitzicht stelt. Het arbeidsbureau zal hen intensiever begeleiden bij het zoeken naar een vaste baan, scholing en werkervaringssprojecten dan anders het geval zou zijn. Met bussen zal het vervoer van de bollenwerkers van Amsterdam naar de bollenstreek worden verzorgd.

Niettemin heeft de campagne van het arbeidsbureau slechts ongeveer 225 mensen die een jaar of langer werkloos zijn kunnen interesseren. Vlaar: 'Het is een nieuw project. Het is ook de eerste keer dat we massaal hebben geworven onder Amsterdammers, en we hadden maar twee weken de tijd. Daarom zijn we met vervulling van de helft van de vacatures gematigd tevreden.'

    • Juurd Eijsvoogel