Avant-garde

Op het bootje in Venetie probeer ik in gedachten de passagiers aan te wijzen die straks uit zullen stappen bij de halte voor de grote tweejaarlijkse tentoonstelling van beeldende kunst. Vaak speel ik dat spelletje met Nederlanders. Kan ik die herkennen als ik ze niet hoor praten? Dat lukt heel aardig. Ik herken ze, zij herkennen mij en het is nog niet zo makkelijk om aan te geven waar het precies aan ligt. Ook met de kunstkenners niet. Niet iedereen die mooi en vlot gekleed is stuur ik in gedachten naar de tentoonstelling. Er moet iets anders bij komen. Het kunstgezicht. Het is moeilijk te definieren, maar het drukt in ieder geval een meer dan normale tevredenheid met zichzelf uit, denk ik. Het zal wel inbeelding zijn, maar dat geeft niet. Kunst wil weerstand oproepen. De kunstenaar toont beelden die nog nooit gezien zijn en gedachten die de anderen niet durven denken. Daarom is hij altijd in verzet. Volgens de catalogi in elk geval. Goed. De gezichten die bij mij weerstand oproepen laat ik in gedachten uitstappen bij de Biennale en ik ben tevreden als het klopt. 'Jullie boekenwurmen zijn achterlijk', zegt mijn schildervriend vaak. 'Als schilders een boek lezen, lezen ze moderne literatuur. Ze hebben belangstelling voor literaire technieken en vormexperimenten. Maar de boekenmensen hebben een volstrekt achterlijke smaak voor het beeld. Ze willen geen schildering zien, maar een plaatje dat een verhaaltje vertelt, omdat ze met verhaaltjes vertrouwd zijn. Het liefst zouden ze overal onheilstijdingen van Willink zien hangen.'

Museumdirecteur Fuchs schreef een paar weken geleden hetzelfde. Zijn vriend Biesheuvel heeft een traditionele smaak op het gebied van beeldende kunst. Die wordt hem met enige aarzeling gegund, want er is een verzachtende omstandigheid: Biesheuvel laat zich er niet in het openbaar over uit. Voor wie dat wel doet, hoe genuanceerd ook, is Fuchs strenger. Zo iemand is een verdoolde, die de hele twintigste eeuw ongedaan wil maken. Ach, het is altijd weer Fuchs die het gedaan heeft. Het komt omdat hij de gave des woords heeft, daarom krijgt hij altijd kritiek als hij iets raars zegt. Zijn collega's zeggen veel vreemder dingen, maar daar gaat niemand op in, omdat er toch geen touw aan vast te knopen is. Raar blijft het. Wat zouden de redacteuren van een literair tijdschrift doen als iemand zou zeggen dat hij het liefst de klassieken leest? Waarschijnlijk zouden ze hem vragen om er een stuk over te schrijven. Alleen in de beeldende kunst wordt een traditionele smaak opgevat als een teken van achterlijkheid of zelfs morele kwaadaardigheid.

In het Oostduitse paviljoen spat het bloed van de muren. Er zijn anti-communistische teksten opgehangen en fotomateriaal dat met bloed bespat lijkt. De schilderijen van Hubertus Giebe tonen een inferno. Moordenaars, gemartelden, uitgemergelde mensen. Sommige werken zijn nog gemaakt om de verschrikkingen van het fascisme uit te beelden, die kunnen nu goed mee in deze anti-communistische tentoonstelling. Ik vind het indrukwekkend en prachtig geschilderd. Giebe mag de schilderprijs krijgen, maar ik besef bij het kijken al dat daar weinig kans op is. De catalogus zegt dat hij geinspireerd is door Max Beckmann en Otto Dix. De naam Ensor wordt genoemd. Geen aanbeveling waarschijnlijk op de Venetiaanse Biennale, die er altijd een eer in stelt om het allernieuwste te bekronen.

Is dat erg? Het ligt moeilijker dan ik het net deed voorkomen. Ik was wat huichelachtig bij de verdediging van ieders recht op een persoonlijke smaak. Zo tolerant ben ik zelf ook niet. Wie zegt dat hij geen enkel abstract werk kan waarderen, beschouw ik als bekrompen. Als ik een minimaal streepje zie loop ik er achteloos langs. Ik vermoed dat er wel een tekst zal zijn waarin aan de hand van Hegel en Baudrillard wordt aangetoond dat dit streepje heel bijzonder is, maar die wil ik niet lezen. Dat is mijn bekrompenheid.

Wie bang is voor zijn eigen bekrompenheid identificeert zich met de avant-garde. Al tientallen jaren geven solide overheidsinstellingen en miljardenbedrijven papieren uit waarin de kunstenaar als dissident en gezagsondermijner wordt geprezen. Hij ontregelt de samenleving en daarom drukt de samenleving hem aan haar hart. De tegenstrijdigheid daarvan is ook al heel lang geleden opgevallen. De samenleving financiert haar eigen ondergang, werd toen nog wel eens gnuivend opgemerkt. Dat gelooft nu niemand meer, maar het spel van de avant-garde wordt voortgezet.

Het werd in Venetie even verstoord toen bleek dat er werk was binnengesmokkeld waarin de paus werd beledigd. Door zijn gebrek aan enthousiasme voor condoom en schone naald zou hij de verspreiding van aids bevorderen. Opeens raakten de directeuren van de tentoonstelling in paniek. De een haalde een paar rechters binnen om een strafbaar feit te constateren. Hij had willen aftreden, meldde hij aan de pers, maar dat kon hij de Biennale niet aandoen. Een ander sprak van derderangs propaganda, een serieuze kunsttentoonstelling onwaardig. Er schijnt nu een bordje bij de ingang te komen, dat de toeschouwers moet waarschuwen dat hun moraal en heiligste overtuigingen door sommige werken gekwetst kunnen worden. Een verrassend bordje in het heiligdom van de avant-garde. Het zal vast door andere kunstenaars worden nageschilderd en straks op een concurrerende tentoonstelling een prijs winnen als scherp commentaar op de verhouding tussen kunstenaar, kunstwereld en maatschappij.'Dimensie toekomst' is het motto van deze tentoonstelling. Het is een uitdrukking die me ergert. Niet alleen omdat de toekomst onvoorspelbaar is en het pad naar de toekomst iedere twee jaar weer een heel andere kant uit gaat. De voorspellingen komen zelden uit. Het zijn ook geen voorspellingen, maar commentaren op het heden. Wie geen toekomst heeft is dood. Wie meent dat hijzelf de toekomst vertegenwoordigt tekent een symbolisch doodvonnis over de anderen. Als een politieke beweging de toekomst claimt worden de vonnissen ook werkelijk uitgevoerd. Typisch de zinloze muizenissen van een woordenman. Mijn schildervriend had gelijk. Ik lees teveel theorieen en ik kijk te weinig en dat maakt me onnodig somber. In de praktijk is er veel te zien en voor elk wat wils. De woorden worden alleen door een domkop ernstig genomen.

    • Hans Ree