Waxinelichtjes voor Aids-slachtoffers

AMSTERDAM, 28 mei In de hoge ruimte van de Nieuwe Kerk in Amsterdam weerklinken namen. Soms zacht, vaak schallend, vol woede. Het zijn namen van overleden AIDS-patienten. Minutenlang houdt het noemen van hun namen aan: in Nederland zijn ongeveer zeshonderd mensen overleden aan AIDS. Afgelopen zaterdag herdachten naar schatting 1.500 mensen deze doden tijdens de vijfde zogeheten AIDS Memorial Day.

De kerkbanken zijn overwegend gevuld met jonge mannen, maar er zijn ook veel oudere echtparen, familieleden die een dode betreuren. Langs de muren van de kerk houden mensen bonte spandoeken omhoog. Op elk spandoek de naam van een AIDS-dode. Op een lange tafel flakkeren honderden waxinelichtjes. Een jongen draagt een T-shirt met de tekst 'Never forget' en daaronder tien namen. Een groep mannen en vrouwen is gekleed in gele truien met het opschrift 'HIV-cafe De Residentie'. Een spreker, 'Hans', houdt een strijdbaar verhaal over wat besmetting met het HIV-virus betekent. 'Ik voel mij als iemand die onschuldig ter dood veroordeeld is.'

Momenteel lijden ongeveer zeshonderd mensen aan AIDS, een ziekte waarvoor nog steeds geen geneesmiddel bestaat. Volgens schattingen zijn tussen de 10.000 en 30.000 mensen besmet met het virus.

Sonate

De sprekers worden afgewisseld met muziek: een negro spiritual, een sonate voor clavecimbel, viool en cello van H. Schmelzer. Een mannenkoor zingt Gershwin. Een vrouw spreekt over de dood van een anderhalve week geleden aan AIDS overleden vriend, een van de organisatoren van de vorige AIDS Memorial Day. Een moeder vertelt hoe zij twee jaar geleden haar 24-jarige zoon aan de ziekte verloor. 'Na een ziekte van negen maanden hij was verlamd, spastisch en kon niet meer spreken overleed hij in een verpleeghuis hier in Amsterdam.' veel mensen verlaten de kerk met betraande ogen. Ze vormen een optocht naar het monument op de Dam. De spandoeken gaan voorop, sommige mensen dragen fakkels. Witte gasballonnen worden uitgedeeld waarop de nabestaanden stickers plakken met de namen van overledenen.

De junks en toeristen die bij het monument op de grond zitten kijken verbaasd op naar de rouwende menigte die hen opeens omringt en verdwijnen even later. De menigte zingt Amazing Grace en legt bloemen. Geen kransen maar een enkele bloem, haastig uit een tuin of plantsoen geplukt. De ballonnen worden losgelaten, soms met tranen in de ogen nagekeken.

Voormalig gemeenteraadslid B. van Schijndel, nu medewerker van het AIDS-preventieproject van Amsterdam en beleidsmedewerker bij de provincie Noord-Holland, vindt de herdenkingsdag 'wel erg Amerikaans'.

'Zo'n bijeenkomst zit vol verwerkingsstrategieen en kennelijk is daar grote behoefte aan. Maar Hollanders zijn eigenlijk te nuchter voor dit soort dingen. De gemiddelde AIDS-patient hier zal geneigd zijn te zeggen:Ach ja, volgend jaar ben ik zo'n ballonnetje.'