Triadische genoegens

Gepensioneerden, mits fit en vief genoeg, maken uitstapjes. Ze bevolken de treinen tegen gereduceerde tarieven, ze reizen naar allerhande buitenland in of buiten het seizoen, dat maakt niet meer uit, want ze hebben toch de tijd. Dat reizen is iets waar iedereen van tevoren met veel verlangen naar schijnt uit te kijken; het geldt als het volmaakte tegenwicht voor de dagelijkse verplichtingen van een baan en het opvoeden van nog thuiswonende kinderen. Als beloning voor al het harde werken volgt dan eindelijk de vrijheid om te gaan en staan waar je wilt. Hoe komt het dat die lang verbeide vrijheid er toch altijd zo treurig uitziet? Waarom stralen oudere echtparen in de trein, maar vooral in restaurants zo'n grondeloze verveling uit? Het kan de teleurstelling zijn over het reizen als levensvervulling, maar het heeft geloof ik meer te maken met de wijze van opereren van het echtpaar zelf. Wat thuis heel normaal kan zijn, bij voorbeeld min of meer zwijgend het avondeten naar binnen werken en daarna weer je eigen bezigheden opvatten, wordt tijdens een vakantie ineens een neerdrukkende manier van doen. Met z'n tweeen reizen vereist een geinteresseerde houding en een bereidheid om daarover van gedachten te wisselen, maar o wat is het saai om elkaar dingen aan te wijzen en commentaar te geven op de schoonheid ervan, of te klagen over de hitte, de vieze hotelkamer, het rare eten. Het echtpaar zit in de val van zijn eigen verplichting tot plezier, de dwang om ineens met de eigen partner te moeten converseren, terwijl gedurende de afgelopen dertig, veertig jaar alles al gezegd is.

Dit is geen teken van uitgepraat of op elkaar uitgekeken zijn, het is de leegte die ineens opdoemt als de dagelijkse routines wegvallen en men eindelijk tijd heeft voor elkaar. Om aan die beslotenheid te ontkomen probeert men groepsreizen of associeert zich met een ander echtpaar, maar in beide gevallen blijft het echtpaar het onneembare bastion, de loopgraaf van waaruit geopereerd wordt en waarachter maar al te snel geretireerd wordt.

Er is zo'n voor de hand liggende oplossing voor deze draderige tweezaamheid dat ik niet begrijp dat die niet veel vaker wordt aangewend: eenvoudig een derde persoon toevoegen aan de diade, een huisvriend of huisvriendin. Tegenover het driemanschap of, meer sekseneutraal, de triade bestaat een zeker wantrouwen. Het gaat door voor een asymmetrische configuratie die steeds uiteenvalt in wisselende coalities van twee tegenover een; wedijver en onenigheid worden erdoor in de hand gewerkt en er heerst een zekere onvoorspelbaarheid. Precies wat een ingesuft echtpaar nodig heeft. Het is leuker om een ander iemand erbij te hebben dan een ander echtpaar of stel. Twee echtparen zijn geneigd zichzelf naar sekse op te breken: de mannen praten met de mannen, de vrouwen met de vrouwen, en ze weten dat er later over hen gerapporteerd wordt. Bij een groepsgesprek met z'n vieren is bovendien de kans groot dat een van de vier buiten de boot valt. Met een combinatie van drie heb je dat allemaal niet, omdat de conversatie altijd centraal is. Tegenover een derde persoon in de huiselijke kring ben je wel bereid om opinies uit de doeken te doen waarvan je de moeite niet meer waard vindt om ze aan je partner te vertellen, en tot ieders verrassing blijkt dan dat het toch anders ligt dan je verwacht had. Zie je drie mensen aan tafel in een restaurant zitten, dan zijn ze altijd in een geanimeerde conversatie gewikkeld. Vier mensen ook wel, maar een huisvriend(in) in zijn of haar eentje heeft ook nog allerlei andere voordelen: je hoeft de tv niet af te zetten als hij of zij binnenkomt, hij kan moeiteloos zonder afspraak van tevoren blijven meeeten, een kwestie van twee slavinken in drieen verdelen, hij brengt levendigheid met zich mee, maar de ene helft van het echtpaar kan best tussendoor de krant lezen. En het is zoveel makkelijker voor een echtpaar om een iemand te vinden die ze allebei sympathiek vinden dan een ander echtpaar waarmee ze gelijkelijk goed kunnen opschieten. Er zijn zoveel alleenstaanden: gescheiden personen, weduwen, weduwnaars, vrijgezellen. Door echtparen gemeden en zelf bezig met de moeizame speurtocht naar een eigen partner om mee op vakantie te kunnen gaan. Terwijl het zo aangenaam kan zijn om huisvriend te zijn of er een te hebben.