Toptrainer zonder voetbalcarriere; Leo Beenhakker weet dejuiste snaar te raken

Nerveus trekkend aan een sigaret op het trainersbankje, de blik gespannen op het spel gericht. Bekende beelden van Leo Beenhakker, een vlotte, zelfverzekerde prater, die goed aanvoelt hoe hij de media moet bespelen. Beenhakker, die als trainer internationaal aanzien verwierf bij de Spaanse voetbalclub Real Madrid leidde dit jaar Ajax naar het kampioenschap. De komende weken begeleidt hij op het WK voetbal in Italie het Nederlandse elftal als interim-bondscoach.

Mensen die Leo Beenhakker kennen, roemen zijn vakmanschap, niet aflatende werkdrift en sociale vaardigheden. Open en recht door zee zijn kwalificaties die vaak vallen. Iemand die als geen ander weet hoe hij met voetballers moet omgaan. Maar sommigen ergeren zich aan zijn wat blufferige pose, het quasi-onverschillige achteroverleunen tijdens interviews, de gekwelde zuchten waarmee hij aangeeft dat de vragensteller toch wel heel onnozel bezig is.

Beenhakker is bezeten van zijn vak. Daarbuiten houdt hij maar weinig vrije tijd over. Van vakantie is al jaren nauwelijks sprake. Een avond in de week ontspant hij zich met andere Ajax-medewerkers in een cafe in de Rivierenbuurt in Amsterdam-Zuid, waar hij door niemand wordt lastiggevallen. 'Als collega is hij geweldig', zegt Dick Advocaat, in 1985 assistent-trainer van de bondscoach en momenteel trainer van de Schiedamse eerste-divisiekampioen SVV. 'Lang geleden had hij me beloofd: als SVV kampioen wordt, kom ik. Vier weken geleden was het zover. Ajax had die dag tegen Groningen gespeeld en ze waren dus laat terug. Ik had het niet verwacht, maar 's avonds om tien uur was hij op ons feest. Dat is tekenend voor hem.' Anders dan de meeste andere toptrainers heeft Beenhakker zelf geen voetbalcarriere achter de rug. Hij bracht het niet verder dan het eerste elftal van Zwart-Wit '28, een christelijke amateurclub in Rotterdam-Zuid. Een handicap, omdat spelers niet geneigd zijn aanwijzingen te accepteren van iemand die zelf niet goed kan voetballen. De Rotterdammer beschikt echter over voldoende verbale kwaliteiten om dat op te vangen. 'Hij weet precies de juiste snaar te raken', zegt Keje Molenaar, bestuurslid van de spelersvakbond VVCS en van de Centrale Spelersraad en ex-speler van onder andere Ajax en Volendam. 'We moesten een keer met Volendam tegen FC Groningen spelen. Groningen was veel sterker, daar konden we eigenlijk niet van winnen. Maar Beenhakker hield een zo perfect praatje, waarin hij zei hoe goed we eigenlijk wel waren, dat we met 3-1 wonnen.' Beenhakker werd in 1942 als enig kind geboren in een arbeidersgezin in de wijk Charlois in Rotterdam-Zuid. Toen hij veertien was, stierf zijn vader aan een slopende ziekte. 'Van toen af ben ik radicaal van mijn geloof gevallen', zei hij twee jaar geleden in een vraaggesprek. 'Een God die alles bestiert en zo'n blunder maakt dat hij mijn vader, vriend en gabber, mijn alles dus, van mij wegrooft, die ken ik geen enkele autoriteit meer toe.'

Die uitspraak kwam hem te staan op een regen van positieve en negatieve reacties.

Onopvallend

Hij volgde de opleiding voor sportdocenten aan het CIOS. Aanvankelijk was er geen geld om deze studie te betalen, maar na zijn vervroegde diensttijd kon hij er alsnog met een studiebeurs terecht. Om rond te kunnen komen kluste hij er in zijn vrije uren bij. Het was een rustige, kalme jongen die niet opvallend op de voorgrond trad, weet een jeugdvriend zich te herinneren. Maar de bezetenheid en prestatiedrang zaten er al in. Later, naarmate hij zich meer aan de voetbalwereld aanpaste, kwam er de 'overdadig zelfverzekerde' houding bij.

Beenhakker begon zijn trainersloopbaan bij de amateurclub Epe, die onder zijn leiding degradeerde. Na een korte periode als tweede jeugdtrainer van Go Ahead Eagles in Deventer ging hij over naar SC Veendam. Het was de eerste stap in het betaald voetbal voor de toen 26-jarige trainer. Hij kreeg er 12.000 gulden bruto per jaar. De spelers zagen een rossige, beetje slungelachtige jongen binnenkomen van wie ze eerst dachten dat het een nieuwe speler was. Bestuurslid Bart Nijland van Veendam: 'Wij zochten indertijd naar een jonge trainer in opkomst die na een jaar of twee de toenmalige trainer kon opvolgen. We hadden gehoord dat Beenhakker het bij Go Ahead Eagles goed deed. Bij ons ging het ook prima. Onder hem gingen we van de tweede naar de eerste divisie. Hij had het niet breed. Toen mijn bejaarde schoonmoeder naar een verpleeghuis moest, heeft Leo haar meubeltjes nog overgenomen'. Hoewel alle spelers vol lof over hem waren, was het wel even wennen aan de soms wat ruige Oostgroningers. Rechtsback Jan Blijham, een aardige man zolang je hem niet beledigde, heeft Beenhakker ooit een draai om zijn oren gegeven. En een andere keer moest de jonge trainer rennen voor zijn leven, nadat hij Blijham op iets te autoritaire toon had opgedragen de bal uit de sloot te halen. Beenhakker wist al vroeg wat hij wilde: de top. 'Hij zei altijd dat hij voor zijn 35ste trainer wilde zijn van een grote eredivisieclub', zegt Nijland. Het grote ideaal van Beenhakker was altijd hoofdtrainer bij Feijenoord te worden. Op die wens is hij nooit teruggekomen, met die beperking dat nu hij alleen zal willen terugkeren als de Rotterdamse club weer op een voldoende hoog peil staat om er internationaal eer mee te kunnen behalen.

Na vier jaar bij Veendam ging hij naar het Friese Cambuur, waar meer geld omging dan bij Veendam. Gerrie de Jonge speelde er in die tijd als centrale spits. 'Beenhakker was toen nog vrij jong. Het was een blufgozertje, maar in positieve zin. Hij kon toen ook al verschrikkelijk goed de pers te woord staan. Hij bracht veel variatie aan in zijn oefenstof en zorgde dat er een hecht team ontstond. We hebben indertijd een spelershome in elkaar gezet en Beenhakker verfde en timmerde daar gewoon met ons mee.'

Gezellige trainingen

Hans Ooft, nu directeur van FC Utrecht, voetbalde onder Beenhakker bij zowel Veendam als Cambuur. 'Hoewel hij bijna de jongste was, had hij er geen moeite mee met oudere spelers om te gaan. Hij had flair en zijn trainingsmethodieken waren goed op de persoon afgestemd. Het was altijd gezellig op de trainingen.' Toen in 1973 De Jonge en een andere spits, die samen goed waren voor 45 doelpunten in hun laatste seizoen, Cambuur verlieten, kreeg Beenhakker het moeilijk. Hij kampte met gebrek aan 'materiaal'. Na drie jaar keerde hij terug naar Go Ahead Eagles, nu als hoofdtrainer. Voor het eerst werkte hij met full-profs in de eredivisie. Maar het werd een desillusie. De trainer klaagde over het gebrek aan motivatie bij de beroepsvoetballers. Resultaten bleven uit en in 1976 werd Beenhakker op straat gezet, precies op de negende verjaardag van zijn zoon. Zijn wereld stortte in. Wekenlang sloot hij zich op, gekwetst en vernederd. Beenhakker accepteerde een aanbod om jeugdtrainer bij Feyenoord te worden. Ook die pret was van korte duur, omdat Peter Stephan, die hem bij Go Ahead had ontslagen, manager in De Kuip werd. Beenhakker stelde zich principieel op. Hij weigerde onder Stephan te werken. De volgende stap was Ajax, waar hij ook de jeugd onder zijn hoede kreeg. In september 1979 werd hij hoofdtrainer.

Bij Ajax kreeg hij te maken met de komst van Johan Cruijff als technisch adviseur. Bekend is het incident waarbij Cruijff tijdens een wedstrijd tegen FC Twente, tegen de afspraken in, van de tribune afdaalt naar de dug-out om daar voor het oog van een vol stadion en tv-camera's het heft in handen te nemen. Deze actie van Cruijff werd door Beenhakker als een geweldige belediging ervaren. Later verklaarde hij tegen Voetbal International dat hij Cruijff op dat moment 'een beuk' had moeten verkopen.

Zaragoza

In maart 1981 ging Beenhakker weg bij Ajax, omdat het bestuur zich met de opstelling bemoeide. Hij waagde een sprong in het diepe bij de Spaanse club Real Zaragoza. 'Hij behoedde Zaragoza voor een dreigende degradatie en zorgde ervoor dat we meer aanvallend gingen spelen', zegt Jorge Valdano, ex-speler van die club, die later ook bij Real Madrid onder Beenhakker voetbalde. Na drie jaar ging het gezin Beenhakker terug.

De directeur van Nike sportschoenen haalde hem vervolgens naar Volendam. Keje Molenaar: 'Het was een totaal andere Beenhakker die terugkwam uit Zaragoza in uitstraling, ervaring en trainingsvormen. Bij Ajax kwam hij nog erg onervaren over, al vond ik toen al dat hij veel kwaliteiten had. Maar later dacht ik: dat is een kanjer'. Volendam werd een deprimerende ervaring. Beenhakker voelde zich niet thuis in het vissersdorp. Tijdens zijn trainerschap trok de KNVB hem aan als interim coach van het Nederlands elftal. Door een verloren beslissingswedstrijd tegen Belgie miste Nederland het WK in 1986 in Mexico. Molenaar: 'Het ging in die periode slecht met Volendam. We kwamen een keer teleurgesteld terug van een verloren wedstrijd en Leo nodigde mij met nog een paar spelers in zijn kantoortje. Daar ging de koelkast open en 's nachts om een uur of vier gingen we dronken naar huis. Hij is er sterk in om op het moment dat het echt nodig is de groep te mobiliseren'. Volendam degradeerde. Omdat een definitief contract met de KNVB maar niet van de grond kwam, besloot Beenhakker in 1986 in zee te gaan met Real Madrid. Er volgden drie tropenjaren waarin hij zonder zijn gemalin ditmaal, omdat zijn huwelijk averij had opgelopen als een kluizenaar leefde in een flat vlakbij het stadion. Ter ontspanning draaide hij videobanden met de shows van Freek de Jonge plat.

De Spaanse fans maakten het hem onmogelijk ongestoord over straat te gaan. 'Real Madrid stelt heel andere eisen aan een trainer dan Zaragoza', legt Jorge Valdano uit. 'In Zaragoza was de sfeer ontspannen. Als spelers gingen we vaak met Leo uit eten. Maar bij Real Madrid, een club die altijd kampioen moest blijven, was de druk veel groter. Er was veel minder gelegenheid voor onderling contact.' Drie jaar hield hij Real aan de kop van de competitie. Zijn grootste wens echter, de Europa Cup, ging niet in vervulling. 'Dat waren, denk ik, de moeilijkste momenten voor hem', zegt Valdano. Bekend is het beeld waarop hij na de nederlaag tegen PSV in april 1988 met gebogen hoofd het stadion verlaat. Hoewel de Madrileense ploeg hem graag had willen houden, besloot Beenhakker vorig jaar naar Ajax terug te keren. 'In Madrid moest hij veel problemen oplossen. Iedere dag was een nieuw avontuur', zegt Valdano. 'Dat heeft hem rijper en rustiger gemaakt.'

Een scheidsrechter: 'Tijdens wedstrijden is hij de rust zelve en altijd aanspreekbaar als er iets is met een speler.'

Zelf zei Beenhakker in een vraaggesprek: 'De dadendrang van het jonge ventje met de knalrode haren is weggevallen. Ik ben erachter gekomen dat je met hysterisch gehobbel op en rond de bank niets bereikt. Mij zie en hoor je niet meer'.