Start-akkoord maakt de weg vrij voor nog meer afspraken

ROTTERDAM, 28 mei President Bush en Sovjet-leider Gorbatsjov zullen deze week op hun topbijeenkomst in Washington waarschijnlijk een beginselakkoord tekenen voor een verdrag over een reductie van de strategische nucleaire bewapening van beide supermogenheden (START). Hoewel de eigenlijke verdragstekst, vermoedelijk circa 500 pagina's, nog niet gereed is, zijn Moskou en Washington het eens over de belangrijkste onderdelen van het verdrag, dat waarschijnlijk begin volgend jaar formeel ondertekend kan worden.

De Amerikaanse toponderhandelaar bij de Strategic Arms Reduction Talks, Richard Burt, omschreef de betekenis van het START-verdrag het eerste akkoord tussen de VS en de Sovjet-Unie over strategische wapens in twintig jaar onlangs in een vraaggesprek (in Arms Control Today) als volgt: 'Het verdrag zal de algehele strategische stabiliteit bevorderen en zo het risco van een kernoorlog verminderen. Dat wil zeggen: we verminderen de verleiding om, in geval van een crisis, als eerste kernwapens te gebruiken. Ten tweede zal het verdrag tot een grotere voorspelbaarheid in de algehele strategische relatie leiden. Dat kan bijzonder belangrijk zijn in een tijd van grote politieke veranderingen. En ten derde zal het akkoord tot een grotere doorzichtigheid leiden en daamee vertrouwen scheppen als gevolg van verstrekkende afspraken over inspecties en verificatie met betrekking tot de naleving van de verdragsbepalingen'. Bij de START-onderhandelingen, die oorspronkelijk naar het woord van president Reagan halvering van de strategische kernbewapening tot doel hadden, hebben beide partijen zich laten leiden door enkele fundamentele uitgangspunten. De eerste is de continue 'survivability' van de nucleaire arsenalen die volgens de verdragsbepalingen zijn toegestaan. Volgens de logica van de 'delicate balans van afschrikking' waarin Moskou en Washington elkaar met hun nucleaire wapens gevangen houden, komt het erop aan dat beide partijen het vermogen willen behouden om op een nucleaire aanval (first strike) met een even vernietigende tegenaanval (second strike) te kunnen reageren.

Naast survivability houden beide partijen uiteraard rekening met de mogelijkheid van nieuwe technische doorbraken (zoals strategische defensie of Star Wars, of, in een verdere toekomst 'transparantie' van de zee waar onderzeeers met strategische nucleaire wapens aan boord nu nog als 'onvindbaar' gelden). Daarnaast is vergaande verificatie een derde gemeenschappelijk uitgangspunt bij het doorvoeren van reducties. Want zonder een streng controleregime is er geen kans dat de Amerikaanse Senaat START zou ratificeren. Het strategische akkoord zal overigens ook het eerste verdrag van deze aard zijn dat aan het Sovjet parlement in zijn nieuwe vorm ter goedkeuring zal moeten worden voorgelegd.

Het START-verdrag bevat een aantal bepalingen die de mogelijkheid om 'uit te breken' uit het verdragsregime beperkt een ander belangrijk uitgangspunt. Zo hebben de Sovjets ingestemd met een reductie van de zogenaamde throwweight capability, het vermogen van een raket een nuttige last (kernkoppen) te vervoeren. Reductie van aantallen raketten zou weinig uitmaken als de overblijvende met meer kernkoppen zouden kunnen worden uitgerust. De bepalingen over throwweight gelden in de eerste plaats de ruggegraat van de strategische kernmacht van de Sovjet-Unie, de 308 SS-18 raketten die de Verenigde Staten beschouwen als het meest destabiliserende onderdeel van de Sovjet kernmacht. Vanuit hun silo's gelanceerd zijn deze raketten na twintig minuten boven Amerikaans grondgebied waar ze elk tien kernkoppen op tien verschillende doelen kunnen richten. Het aantal SS-18's zal worden gehalveerd en hun throwweight wordt eveneens met de helft verminderd, nog altijd voldoende overigens om tien koppen te kunnen vervoeren.

De feitelijke reductie van de strategische bewapening, die in zeven jaar tijd zal worden doorgevoerd, komt eerder op dertig dan op vijftig procent uit. De VS en de Sovjet-Unie zijn het eens dat ze elk over 1600 systemen (raketten en bommenwerpers) mogen beschikken waarmee kernkoppen kunnen worden gelanceerd. De VS hebben 1872 en Moskou 2440 van deze systemen (zogenaamde 'strategic nuclear delivery vehicles'), zodat hier sprake is van een daadwerkelijke reductie. Maar als gevolg van de ingewikkelde 'telregels' waarover de Geneefse onderhandelaars het eens zijn geworden, gaat de reductie bij de kernkoppen aanzienlijk minder ver.

Volgens START mogen beide landen niet meer dan elk 6000 kernkoppen hebben. De VS hebben thans circa 12.000 kerkoppen op strategische weapens, de Sovjet-Unie heeft er 11.300. Maar de limiet van 6000 is grotendeels fictie als gevolg van de telregels. Deze zijn wat vliegtuigen betreft 'eenvoudig' gehouden in verband met onoverkomelijke verificatieproblemen. Zo is overeengekomen dat de algemene regel wordt dat voor een bommenwerper een kernkop zal worden geteld. Maar een Amerikaanse B-2 bommenwerper kan 16 tot 20 kernkoppen vervoeren. De B-52 telt overigens voor tien kernkoppen, maar kan 20 kruisraketten elk met een kernkop (ALCM's) vervoeren. Kruisraketten die vanaf schepen kunnen worden gelanceerd (SLCM's), blijven buiten het START-verdrag. In aan aparte verklaring zullen Moskou en Washington vastleggen dat ze elk 880 SLCM's mogen hebben. De feitelijke reductie in kernkoppen zal dus beperkt zijn. Berekend is dat de VS 9000 (een reductie van 25 procent) en de Sovjet-Unie circa 7000 kernkoppen (een reductie van 35 procent) zal hebben na de suplementatie van het START-verdrag.

De grotere strategische stabiliteit en doorzichtigheid die Richard Burt aanprijst als de verdiensten van START, komen wat de Verenigde Staten betreft vooral tot uiting in de reductie bij de te land geplaatste raketten. Afgesproken is dat binnen het toegestane plafond van 6000 kernkoppen er 4900 op raketten mogen worden geplaatst en daarvan 3000 tot 3300 op te land geplaatste raketten, de first-strikewapens bij uitstek. De rest mag worden geplaatst op onderzeeers die tot de second-strikewapens worden gerekend. De Sovjet-Unie heeft nu 58 procent van zijn kernkoppen op te land geplaatste raketten tegen 20 procent voor de Verenigde Staten. Na de START-reducties zijn deze percentages respectievelijk 37 en 14, waarmee een verschuiving naar second-strikewapens tot uitdrukking komt en daarmee naar grotere stabiliteit.

Critici van het START-akkoord zeggen dat de overeenkomst de opruiming en vernietiging van wapens 'regelt', die wegens ouderdom toch al voor vervanging in aanmerking kwamen. De modernisering van de strategische strijdkrachten van beide supermogenheden kan in grote lijnen doorgaan, al zullen er enige beperkingen worden vastgelegd. Net als bij het INF-akkoord over verwijdering van de nucleaire wapens voor de middellange afstand, kunnen de kernkoppen opnieuw worden gebruikt.

Illustratief voor de voortgaande modernisering is de recente 'koehandel' tussen de ministers van buitenlandse zaken Baker en Sjevardnadze. De Amerikaan accepteerde twee weken geleden in Moskou de Sovjet-eisen over beperking van het bereik van ALCM's en een limiet voor aantallen SLCM's, nadat de Sovjet-Unie ermee had ingestemd dat een nieuwe Amerikaanse raket (Tacit Rainbow, die door vliegtuigen moet worden gelanceerd) buiten het START-verdrag zal worden gehouden.

Nog voor het START-verdrag gereed is, gaan er al stemmen op die pleiten voor een vervolg-akkoord om verdere reducties door te voeren. Een Amerikaanse onderhandelaar bij de START-besprekingen in Geneve zei onlangs, gevraagd naar de betekenis van START: 'Er komen kwantitatieve reducties. Je kunt van mening verschillen hoe belangrijk die zijn. Maar het gaat niet alleen of in de eerste plaats om de aantallen. Het akkoord, zoals het er nu uitziet, houdt de strategische dialoog open voor de volgende ronde.'