Ruding: rol van G-7 uitgespeeld

ROTTERDAM, 28 mei De oprichting van een Europese centrale bank voor de internationale economische samenwerking tussen de belangrijkste industrielanden in de jaren negentig drastisch veranderen. De rol van de Groep van zeven belangrijkste industrielanden zal dan zijn uitgespeeld. De VS, Europa en Japan zullen dan de drie partijen in het internationale economische overleg worden.

Dit betoogde ex-minister van financien Ruding eind vorige week op een bijeenkomst van valutahandelaren in Kopenhagen.

De G-7 (de ministers van financien en centrale-bankpresidenten van de VS, Japan, West-Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannie, Italie en Canada) houdt zich sinds 1985 bezig met coordinatie van het wisselkoersbeleid. Daarnaast wordt in het kader van de G-7 steeds vaker over andere onderwerpen beslist. Ruding heeft zich herhaaldelijk kritisch uitgelaten over de toenemende macht van de G-7. Hij sprak in dat verband van een 'werelddirectoraat' van de grote industrielanden.

Ruding werd zelf slachtoffer van de G-7 toen deze begin mei besloot dat de Fransman Jacques Attali de functie van president van de Ontwikkelingsbank voor Oost-Europa zou krijgen.

Bij de formele oprichting van de Ontwikkelingsbank, morgen in Parijs, zal Nederland niet op ministersniveau vertegenwoordigd zijn. Van het begin van de onderhandelingen over de bank af is het de bedoeling geweest dat de ministers van financien van de lidstaten de oprichtingsakte zouden ondertekenen.

Namens Nederland zal evenwel niet minister Kok (financien), maar de Nederlandse ambassadeur in Parijs en de thesaurier-generaal van financien aanwezig zijn. Volgens een woordvoerder van het ministerie in Den Haag gaat Kok niet naar Parijs omdat zijn agenda overvol is. De afwezigheid van de Nederlandse bewindsman zou niets te maken hebben met de mislukte kandidatuur van Ruding of van Amsterdam.

Aansluitend op de oprichting van de bank voor Oost-Europa wordt in Parijs de jaarvergadering van de OESO, de club van 24 rijke industrielanden, gehouden. Daar zal namens de Nederlandse regering minister Van den Broek (buitenlandse zaken) aanwezig zijn. Hij vertrekt pas woensdagochtend.