Piep-piep-knor door kwintet en harmonie

Saxofonist Michel Mast laat zijn instrument kakelen als een kip. De geluiden zijn absoluut niet nieuw: er is in de Nederlandse jazz van de afgelopen twintig jaar heel wat afgekakeld. Er bestaat voor dit soort nabootsingen zelfs een gepatenteerde verzamelnaam: piep-piep-knor.

Het programma behelst een ontmoeting tussen een jazzkwintet en een groot non-jazzorkest en ook dat is niet nieuw. De Amerikaanse componist en muziektheoreticus Gunther Schuller lanceerde er al in 1957 een omschrijving voor: Third Stream. Hoewel er dus zaterdag in het BIMhuis in absolute zin niets nieuws aan de orde was, was de sfeer er niettemin een van verwondering en bewondering. De verklaring hiervoor moet vooral worden gezocht in de jeugdigheid van het veertig koppen tellende orkest op het podium en zijn aanhang in de zaal. Voor historici en belegen jazzfans mochten piep-piep-knor en Third Stream dan misschien oude koek zijn, voor de jonge musici was het onbekend terrein dat met grote inzet en ware pioniersgeest moest worden veroverd.

Het sociale en educatieve aspect maakten de ontmoeting tussen het kwintet van componist/rietblazer Dies Le Duc en het uit Heemskerk afkomstige harmonie-orkest Sint Caecilia boeiend. Met de monden open en elkaar met de ellebogen aanstotend slaan de leden van het harmonie-orkest het gekrakeel van de jazzheren gade. Hoor je dat? Zie je dat? Uiterst geconcentreerd en vastbesloten er iets moois van te maken volgen zij de instructies van hun dirigente Prisca Aardenburg, ze zijn ten slotte niet voor niets van de uitmuntendheids- naar de ereklasse gepromoveerd. En soms, zoals aan het einde van Norwegian Ballad, stijgen zij even naar Gil Evans-achtige hoogten. De kleine bugel-soliste stapt van het voor de microfoon geplaatste bierkratje, schudt met haar paardestaart, en loopt zelfbewust naar haar plaats terug. Zo, die zit. Soms zou je wensen dat de jazzmusici wat meer naar het harmonie-orkest zouden luisteren in plaats van andersom. De 40 amateurs hebben hun instrumenten een stuk zuiverder gestemd dan de vijf profs. Hoogtepunt van het concert zijn uiteraard de speciaal voor deze ontmoeting door Le Duc geschreven stukken die samen een half uur beslaan. In Stratus zorgt Sint Caecilia vooral voor fraaie achtergrondkleuren, aan het eind van Hihafa wordt het, na een krachtig intermezzo voor zes tuba's, echt feest. Uitgelaten vallen de musici elkaar en hun aanhang in de armen. Dat niemand zich de vraag stelt of zo'n soort ontmoeting 'vernieuwend' is, wordt op dat moment begrijpelijk. Als Bach en Beethoven 'klassiek' zijn, Sam Cooke, en John Lee Hooker ' gouwe ouwen' uit het rockarchief, wie zal zich dan storen aan een herhaling van piep-piep-knor en Third Stream?

Concert: Het Jazzkwintet van rietblazer Dies Le Duc en het Harmonie-orkest St. Caecilia o.l.v. Prisca Aardenburg in Noorderwind. Gehoord: 26/5 BIMhuis, Amsterdam. Herhaling: in het najaar in Zeeland, Friesland en Groningen.