Ozal doet als president aan premier Menderes denken

ISTANBUL, 28 mei Het was gisteren precies 30 jaar geleden dat de strijdkrachten van de Turkse republiek voor het eerst de macht grepen, en niet toevallig heeft de Turkse pers daar uitvoerig aandacht aan besteed. Op de staatsgreep van 27 mei 1960, die premier Menderes de macht en een jaar later het leven kostte, hij werd opgehangen, zijn er immers nog twee gevolgd, ongeveer elke tien jaar een. Maar het feit dat het nu 1990 is, is niet de enige oorzaak van de hernieuwde belangstelling voor wat er in 1960 gebeurde.

De coup van 1960 was de enige van de drie die een progressief karakter had. Hij richtte zich tegen een regime dat, na in 1950 democratisch aan de macht te zijn gekomen, steeds meer afgleed naar tirannie, ten koste van de oppositie, de pers, de universiteiten en andere 'levende' instellingen (vakbonden functioneerden toen nog nauwelijks). De generaals van 1960 gaven het land een inmiddels al weer afgeschafte grondwet die een toonbeeld van liberalisme was. Intussen zorgden zij er ook wel voor dat het leger meer prestige, macht en geldelijke middelen kreeg, een situatie die nog steeds voortduurt.

Het optreden van de tegenwoordige president Turgut Ozal doet in allerlei opzichten denken aan dat van Menderes. Ook op zijn initiatief is de pers gekneveld, in het bijzonder wat de informatie uit het roerige, Koerdische zuidoosten betreft. Dit is echter een fenomeen waar het leger deze keer geen stokje voor zal steken de militairen hebben zelf op deze persbreidel aangedrongen. Wat dit betreft is er heel wat veranderd sinds 1960. Net als Menderes wordt Ozal door oppositie en pers die zich in dat opzicht nog wel kan uiten verweten dat hij de grondwet schendt. Door zich letterlijk met alles te bemoeien, tot detailkwesties van de economie toe, en zijn premier Akbulut als een soort secretaris te behandelen, voert hij in de praktijk een presidentieel regime op zijn Amerikaans in, waarin de grondwet bepaald niet voorziet.

De televisie is het prive-domein van hem en zijn vrouw Semra, en deze twee vullen de binnenlandse nieuwsberichten zowat geheel: onlangs waren veertien van de vijftien items aan het echtpaar gewijd. Waarom wordt het presidentieel paleis zelf geen televisiestudio, vroeg een krant zich onlangs af.

Ozal zou als president ook boven de partijen moeten staan, maar vorige week heeft hij weer eens heel openhartig verklaard dat hij zich niet kan afwenden van zijn Moederland Partij (MP). 'Ik zal geen campagne voeren voor deze partij. Maar ik kan niet verhinderen dat zij nog steeds mijn voorkeur heeft.' Herhaaldelijk poneert Ozal in dit verband dat de instelling van een uit de partijpolitiek voortgekomen president veel gezonder voor Turkije is dan al die staatshoofden met militaire achtergrond die het heeft gehad. 'De enige andere president die uit een partij voortkwam was Celal Bayar', zei Ozel onlangs met veel waardering. Maar dat is nu juist de man die in 1960 samen met zijn premier Menderes door het leger werd afgezet omdat hij staat en partij te veel identificeerde. 'Ik ben een heel andere president dan de voorafgaande', verkondigde Ozal tijdens een recente vakantie. 'Ik draag geen uniform maar T-shirt en shorts. Ik rijd mijn eigen auto (met 150 kilometer per uur, maar dat zei hij er niet bij), ik zit op het strand en praat met het volk, ik gedraag me als een gewoon mens. Maar het volk moet er nog aan wennen.' Nazli Ilicak, de vinnige redactrice van de rechtse oppositiekraint Tercuman, en anderen, lopen nu rond in een T-shirt met de tekst alishamadim, hetgeen betekent: ik ben er niet aan gewend. Dit is mede een reactie op wat er is gebeurd met luitenant Nyrat Sheref Baba. Die had begin maart een telegram naar Ozal gestuurd met de woorden: 'Ik voor mij ben er nog niet in geslaagd aan uw presidentschap gewend te raken'.

Hij heeft daarna anderhalve maand in een psychiatrische inrichting moeten doorbrengen en is nu daaruit, maar ook uit het leger ontslagen.

Obstakel bij het gewendraken aan Ozals hoogste ambt is vooral ook dat men in hem iemand ziet die nog maar hooguit tien procent van het volk achter zich heeft. De parlementsmeerderheid die hem koos was een produkt van de 36 procent van het volk die in 1987 op de MP stemde, plus het geraffineerde kiesstelsel. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart vorig jaar was dit percentage gedaald tot 22, en volgens opinie-onderzoek is het sindsdien nog weer gehalveerd, niet in de laatste plaats als gevolg van de voortdurende inflatie.

Maar ook wat zijn aanhang betreft wil Ozal een positiever imago verbreiden. Zijn regering heeft 55 nieuwe gemeenten ingesteld, waar op 3 juni tussentijdse verkiezingen zullen worden gehouden. Aangezien deze tot steden bevorderde gemeenten redenen hebben Ozal dankbaar te zijn, wordt hier een flatterender uitslag verwacht. Misschien komt de MP wel weer op haar vroegere percentage van 36.