Ontknoping hockeycompetitie was nooit eerder zo spannend; Droog kunstgras in voordeel HGC

EINDHOVEN/WASSENAAR, 28 mei Het is in het hockey heel normaal dat spelers van de verslagen ploegen het feest van de landskampioen bezoeken. Vandaar dat internationals als Tom van 't Hek en Floris Jan Bovelander gisteravond in de clubtenues van respectievelijk Kampong en Bloemendaal en met een glas bier in de hand door het clubgebouw van HGC, de nieuwe titelhouder, stapten. Vooral van de aanwezige vertegenwoordigers van Kampong was het sportief dat ze aanwezig waren, want de Utrechtse club was de grote verliezer in de meest nipte competitie-ontknoping uit de geschiedenis. HGC (5-3 tegen Oranje Zwart) en Kampong (5-0 tegen SCHC) eindigden zowel in punten als doelsaldo gelijk en alleen het feit dat de Wassenaarse ploeg in het hele seizoen zeven doelpunten meer had gescoord besliste over de titel.

HGC speelt al jaren in de top van het mannenhockey. Een kampioenschap bleef echter uit. Tot drie maal toe was HGC er heel dichtbij, in '71 onder coach Lou Leefers (verlies in verlenging tegen HTCC), in '82 onder Ton van Gils (verlies na dubbele finale tegen KZ) en drie jaar geleden, in '87. Destijds had HGC met Mark Bouwman als coach in de laatste wedstrijd een punt nodig tegen Amsterdam. Daar slaagde de ploeg niet in en Bloemendaal greep de landstitel. Bouwman, nu weer de verantwoordelijke man, vreesde gisteren in Eindhoven even dat het kampioenschap andermaal aan zijn neus voorbij zou gaan. Het felle Oranje Zwart kwam van 1-4 terug naar 3-4, terwijl Kampong er in Utrecht vrolijk op los scoorde tegen SCHC. Op het moment dat de ploeg van bondscoach Bianchi op 5-0 kwam had het zelfs de leiderstrui om de schouders. 'Daarna hoorde ik iemand uit het publiek '6-0 voor Kampong' roepen. Nu is het voorbij, dacht ik', aldus Bouwman.

HGC, dat na vijf duels in de competitie slechts vier punten had (doelsaldo 4-10), werd echter geholpen door een toevallige bijkomstigheid. Aangezien de arbiters Elders en Gorissen vonden dat een deel van het kunstgras in Eindhoven niet nat genoeg was, liep de start van de tweede helft een flinke vertraging op. Daardoor wist men bij HGC tijdens het zenuwslopende slot van de eigen wedstrijd de einduitslag van Kampong-SCHC al en kon de nerveuze ploeg na de derde rake strafcorner van Gijs Weterings met een gerust hart de 5-3 voorsprong naar het einde brengen.

De vreugde na afloop was enorm. In februari kreeg Marc Delissen als aanvoerder van Oranje temidden van 70.000 toeschouwers in Lahore de wereldcup overhandigd. Gisteren waren er aan de Aalsterweg in Eindhoven amper duizend mensen aanwezig op het moment dat de middenvelder als captain van HGC de kampioensbeker in handen kreeg gedrukt. Toch was er bij Delissen absoluut geen verschil in beleving en vreugde te bespeuren tussen toen en nu. 'Dit succes is persoonlijker. Je hebt toch een speciale band met al die mensen van de club', sprak de uitgelaten Delissen.

Clubliefde

Het plezier dat Delissen aan dit succes beleefde heeft met clubliefde te maken. Die is zelfs bij de topspelers in het hockey nog altijd volop te vinden. Een hockeyer of hockeyster verandert eigenlijk alleen van vereniging als hij of zij wegens studie naar een andere stad moet verhuizen of op een hoger niveau wil spelen. Vandaar ook dat het bij HGC drie jaar geleden een heel emotionele gebeurtenis was toen vijf spelers na een conflict met coach Bouwman uit de selectie werden gezet en noodgedwongen naar een andere club moesten vertrekken om in de top te kunnen blijven spelen.

Een van hen, topkeeper Simon Zijp, verkoos echter om vele niveaus lager, in het zevende elftal, te spelen zodat hij toch bij HGC kon blijven. Later vertrok hij alsnog naar stadgenoot Klein Zwitserland en kwam heel snel in de selectie van het Nederlands elftal terecht. Bij het WK in Lahore was hij reservedoelman achter Frank Leistra. Zijp hielp indirect toch mee aan het kampioenschap van HGC. Hij stopte verleden week in het doel van KZ op een cruciaal moment een strafbal van Tom van 't Hek van Kampong dat het duel daarna verloor.

Een ander staaltje van clubliefde was gisteren ook middenin het feestgewoel van HGC te aanschouwen. Daar nam manager Jan Carel Strick van Linschoten nog de tijd om naar de uitslag van Hattem te informeren. De routinier is inmiddels weliswaar acht jaar bij HGC actief, maar daarvoor was hij dertig jaar lang nauw betrokken bij Hattem. 'En dat blijft toch mijn club.'

Strick van Linschoten bracht dan ook met gemengde gevoelens de avond door, want Hattem degradeerde gisteren uit de hoofdklasse.

Van het elftal dat HGC tegen Oranje Zwart de eerste titel uit de historie van het mannenhockey bezorgde, speelden overigens slechts drie spelers in de jeugd van de Wassenaarse club. De rest is import. Dat is een hele andere situatie dan bij clubs als Bloemendaal en KZ die hun eerste teams voornamelijk uit 'eigen kweek' hebben samengesteld. Dat moet in de toekomst ook bij HGC het geval zijn. Het vier jaar geleden gestarte jeugdplan waarin Marc Delissen en zijn broer Robbert ook een grote rol spelen, werpt al zijn vruchten af. Dit weekeinde werden acht jeugdhockeyers van HGC in de nationale A- en B-jeugd gekozen.

Mark Bouwman

Volgens de trouwste HGC'ers zijn de huidige spelers van het eerste elftal die door de jaren heen van andere clubs kwamen echter niet te onderscheiden van 'echte' verenigingsmensen. Bij de club uit Wassenaar is iemand volgens zeggen zo ingeburgerd. International Stephan Veen kan dat beamen. Hij heeft pas zijn tweede seizoen aan de Roggewoning voltooid. De zoon van ex-profvoetballer Sietze Veen is afkomstig uit Doetinchem. 'Maar', realiseerde hij zich na het binnenhalen van de titel, 'ik begin me al aardig een HGC'er te voelen.'

De winnende coach van het seizoen 1989-'90, Mark Bouwman, is een echte clubman. Hij is al 25 jaar lid van HGC. Bouwman stopte na het seizoen dat hij problemen met een deel van zijn ploeg kende als trainer-coach van het eerste elftal. Na twee jaar keerde hij op de bank terug en met succes. 'Bouwman is veranderd. Hij is toegankelijker geworden voor de spelers', oordeelde manager Strick van Linschoten. 'Ik ben rustiger geworden', aldus Bouwman zelf. 'Ik vond het prettig om twee jaar vanaf de achtergrond toe te kijken. Daardoor kon ik zien wat er nu eigenlijk fout ging bij HGC.' HGC is nu zowel bij de mannen als de vrouwen kampioen. Zo'n 'dubbelslag' deed zich voor het laatst voor in 1975 (Amsterdam). Het is dan ook niet vreemd dat HGC zich kandidaat stelt om volgend jaar beide Europa-Cuptoernooien te organiseren. Aanvoerder Marc Delissen is dan van de partij. Hij zegt geen afscheid van HGC te kunnen nemen en gaat mede daarom niet in op het aantrekkelijke aanbod van Racing Club de France. Of trainer Frank Dikmoet, ook assistent-bondscoach van de vrouwen, blijft is daarentegen nog niet zeker. Hij heeft gesproken met Amsterdam dat hem en Roelant Oltmans als trainers van de mannenselectie hoopt te kunnen aantrekken. Bouwman wil Dikmoet echter niet kwijt en wijst op de mondelinge afspraak die er al zou zijn gemaakt tussen de assistent en het bestuur van HGC.