Limburg was eerder toneel van IRA-aanslagen

ROERMOND, 28 mei De aanslag op Australische toeristen, zondagavond in Roermond, was niet de eerste op Limburgs grondgebied. Ruim twee jaar geleden werden drie Britse militairen gedood en drie zwaar gewond bij twee aanslagen, kort na elkaar, in Roermond en het Noordlimburgse Nieuw Bergen. In beide gevallen werd toen de verantwoordelijkheid opgeeist door het Ierse Republikeinse Leger (IRA). De daders zijn nooit gevonden.

In de nacht van 1 op 2 mei 1988, even na twaalven, werd in het centrum van Roermond, bij het cultureel gebouw de Orangerie, een auto met daarin drie Britse militairen van dichtbij met een automatisch geweer beschoten. De 21-jarige Ian Shinner, ingedeeld bij het 16de squadron van de Royal Air Force in het Westduitse Wildenrath, overleed ter plaatse. De twee anderen raakten gewond.

Voor de auto, waarin 23 kogelgaten zaten, werd verwijderd onderzocht de Explosieven Opruimings Dienst het voertuig op de aanwezigheid van explosieven. In de directe omgeving moesten ruim honderd mensen hun woningen ontruimen. Pas laat in de middag konden ze terug naar huis.

Een uur na de schietpartij in Roermond ontplofte op het Raadhuisplein in Nieuw Bergen een auto met drie Britse militairen. Twee van hen, de 21-jarige John-Dunn Baxter en de 22-jarige John-Miller Reid, waren op slag dood. De derde liep ernstige verwondingen op. Ook zij waren gelegerd op een luchtmachtbasis in West-Duitsland. De ontploffing werd toegeschreven aan een bom die in de auto was geplaatst. Een speciaal ingesteld IRA-rechercheteam, dat nauw samenwerkte met de Britse en Westduitse politie, is er destijds niet in geslaagd de daders op te sporen. In september 1988 arresteerde de Westduitse politie in Karlsruhe twee IRA-leden, die ervan werden verdacht betrokken te zijn geweest bij de aanslagen in Limburg. Foto's van beide verdachten werden getoond op de televisie en gebruikt bij een uitvoerig buurtonderzoek in zowel Roermond als Nieuw Bergen, maar die actie leverde geen concrete aanwijzingen op. In april 1989 is het IRA-rechercheteam opgeheven.

Jaren eerder, op 22 maart 1979, waren de Britse ambassadeur in Den Haag, sir Richard Sykes, en zijn huisbediende doelwit geweest van een aanslag. Beiden werden voor de ambtswoning van de ambassadeur neergeschoten en overleden korte tijd later in een ziekenhuis. Deze aanslag is nooit door het IRA geclaimd, maar de Haagse politie ging er wel van uit dat de daders in die hoek gezocht moesten worden. Ze zijn echter niet gevonden.

In januari 1986 zijn in een Amsterdamse woning twee IRA-leden gearresteerd die in het bezit waren van een container vol wapens. Na diverse juridische procedures werden ze in december van hetzelfde jaar uitgeleverd aan Groot-Brittannie. Daar zijn ze in 1988 veroordeeld tot respectievelijk vijf en zeven jaar gevangenisstraf.

Eind vorig jaar stuitte de Belgische Rijkswacht bij een identiteitscontrole in de haven van Antwerpen op twee vermoedelijke IRA-leden. In hun auto, die een Nederlands kenteken droeg, vond men vier pistolen en 500 patronen, alsmede een Brits paspoort voorzien van een Iers douanestempel. Tijdens de controle trok een van van de inzittenden plotseling een pistool en schoot een van de Rijkswachters in de arm. Vervolgens wisten beide inzittenden te ontkomen, vermoedelijk richting Nederland.