INDYRACE ALS MOEDERS APPELTAART

In de 500-mijlsrace van Indianapolis, een even onwrikbaar in de Amerikaanse harten verankerd instituut als moeders appeltaart, speelde Arie Luyendijk de glanzende hoofdrol. De 36-jarige Nederlandse coureur won met overmacht de 'greatest race in the world', zoals de Amerikanen hun geliefde Indy 500 aanprijzen. Met deze prestatie schrijft Luyendijk een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de Nederlandse autosport.

De 24-uursrace van Le Mans en de Rally van Monte Carlo zijn door Nederlanders gewonnen, maar de Indy 500 bleef jaren lang een onbereikbaar ideaal. Arie slaagde bij zijn zesde poging die hij begon vanaf de derde startpositie: rechtsvoor, aan de kant van de muur. 'Het is ongelooflijk voor me. Een droom is uitgekomen met deze overwinning. Nog geen enkele keer heb ik een race gewonnen in de Indycar-serie, waaraan ik sinds 1984 deelneem. En nu is het meteen goed raak met de Indy 500.' En het was niet alleen een verdiende overwinning, maar ook een sympathieke. Arie werd door de Amerikaanse race-liefhebbers op handen gedragen. In het begin van zijn zeer tactisch gereden wedstrijd kwam hij enkele ronden voorop te rijden toen de koplopers naar de pits gingen om brandstof te tanken en hij dat nog even uitstelde. Maar toen hij dertig ronden voor het eind van de 200 ronden lange wedstrijd voorbij koploper Bobby Rahal flitste, werd hij uitbundig toegejuicht door de 400.000 toeschouwers die de baan omzoomden.

Miljoen dollar

Luyendijk, die voor zijn schitterende prestatie ruim een miljoen dollar prijzengeld incasseerde, reageerde verrassend ontspannen op het huldebetoon dat hem ten deel viel. Voor de microfoon bedankte hij het team van Doug Shierson, waarvoor hij rijdt, en verklaarde dat het snelle pitswerk hem bijzonder goed had geholpen. Daarmee bleek hij de op en top professional die zijn draai in de Amerikaanse racesport goed heeft gevonden. Bij de manshoge bokaal waarop zilveren kopjes van alle winnaars sinds 1911 staan afgebeeld, werd hij vereeuwigd. Een emotioneel moment. De ereronde, in alle rust langs de volgepakte tribunes, was een ritueel dat hem altijd zal bijblijven na zijn zesde Indy 500 die hij won voor Bobby Rahal (Lola-Chevrolet) en Emerson Fittipaldi (Penske-Chevrolet). Luyendijk reed met zijn Lola-Chevrolet een bekeken wedstrijd. In de beginfase liet hij Emerson Fittipaldi, winnaar van verleden jaar, en Rick Mears, die de race al drie keer won, de kop nemen. Arie Luyendijk startte vanaf de voorste rij. Een eer die hij bevocht door zijn talent, een perfect afgestelde wagen en de motor die hij verleden jaar ontbeerde. 'Pas als ik een Chevrolet V8 heb, kan ik denken aan winnen', vertelde Arie verleden jaar. Nu, in zijn zevende Amerikaanse raceseizoen, beschikte hij over een dergelijke motor en maakte hij zijn woorden waar.

De voorbereidingen op de belangrijkste wedstrijd van het Amerikaanse seizoen wezen al uit dat het goed zal gaan met Arie in de rood-wit-blauwe Lola. Het kleurenschema heeft niets te maken met de Nederlandse vlag, maar is het handelsmerk van de pizzafabrikant die zijn team sponsort. Dat hij na de trainingen werd gebombardeerd tot een van de mogelijke winnaars, leek hem uiterlijk niet te beroeren, al was het een aanzienlijke belasting bij zijn mentale voorbereiding op de grote dag. 'Die hele heisa met de publiciteit hoorde er gewoon bij. Maar mijn startplaats gaf uitzicht op een goed resultaat. Ik kon de drukte wel aan', meende hij vastberaden. En Luyendijk vertelde vooraf honderduit over zijn tactiek. Er volgde een waslijst slimmigheidjes bij snelheden van 360 kilometer en meer. Bij deze wedstrijd moet een keer of zeven worden getankt, en inhalen vergt voorzichtigheid en dan zijn er de onverwachte ongelukken.

Angstwekkend

Arie zei geen angst te hebben. Maar iedere coureur op Indianapolis is bang tot in zijn laatste vezel. Vooral het onverwachte is een voorbode van bange gedachten. Ook nu weer waren er in de maand mei angstwekkend uitziende ongelukken tijdens de trainingen. Een communique meldde droogjes over Bernard Jourdain, die de betonnen muur op zijn sterkte testte. 'Zijn milt is verwijderd. Het gaat goed met hem.'

Jim Crawford, een Schot met een blozend gezicht, knalde twee keer deze maand in de muur. Hij maakte een verschrikkelijke vlucht, steeg tot vijf meter hoogte en steeds meer onderdelen vielen van de wagen af. Tot ieders verbazing kwam hij ongedeerd uit het wrak. Hij was er bij tijdens de race, wat verbazing mag wekken bij de nuchtere waarnemer. Coureurs denken echter anders. 'Hij vergat bij de toren vergunning te vragen om op te stijgen', grapte Arie, met een verwijzing naar het dichtbij gelegen vliegveld. Luyendijk legde uit, dat een coureur bij snelheden van bij de 360 kilometer per uur niet meer is dan een passagier als er wat gebeurt. 'Het is niet zo vermoeiend als een stratencircuit, maar je nekspieren worden zwaar belast in de bochten, want je lichaam reageert op de G-krachten. Op mijn boordcomputer werd 3,4 G in de derde bocht gemeten. Zuiver sturen is hier heel belangrijk. Uiterste concentratie kan verkeerd uitpakken. Soms raak je in een soort trance en dan moet je tegen jezelf praten om bij de les te blijven.'

Verademing

Mogelijke uitbreiding van de populaire Indycar-racerij buiten de Verenigde Staten geeft problemen, want de machtige internationale autosportfederatie (FISA) ziet niet graag het aureool van de Formule I aangetast. Voor rijders die vanuit de Formule I in de Indycar-serie komen is de sfeer een verademing. Robert Guerrero die zijn March-Alfa Romeo met een gebroken aandrijfas aan de kant zette, herinnerde zich zijn debuut. 'Dat was zes jaar terug. Wat een verschil met de Grand Prix-sport. Ze gaven me advies en het leek alsof ik er al jaren bij hoorde. Vooral hier is het belangrijk dat je wordt geholpen, want het is heel gevaarlijk.'

Hij kan het weten, want hij knalde door een afgebroken vleugel tijdens een van de vele trainingen tegen de muur. 'De wagen zag er verschrikkelijk uit, maar ik had geen schrammetje. Dat geeft me het vertrouwen dat het materiaal heel goed is bestand tegen ongelukken.'

Dit keer verliep de race gladjes voor wat betreft de crashes die er vaak angstaanjagend uitzien. In de trainingen waren er zestien wall-bangers, zoals dat eufemistisch heet in het Indy-jargon. In de race raakten alleen Danny Sullivan en Pancho Carter de muur. Ongedeerd stapten zij uit hun vernielde wagens.

Arie Luyendijk werd geen enkele keer gehinderd door incidenten. Hij reed een gave race en toonde zich een briljant tacticus, waarmee hij de positieve lijn van de hele maand bekroonde. Kwinkslagen had hij genoeg over. 'Als ik met mijn nieuwe motor niet had kunnen winnen, kan ik beter gaan tuinieren.'

En op de prangende vraag van Amerikaanse verslaggevers of er in Nederland iets naar hem wordt vernoemd, had hij als reactie paraat. 'Misschien alle dijken.'