Arditti geeft de 'rijke stiltes' van Luigi Nono beklemmendweer

Bij het horen van de drie werken die zaterdagavond in de IJsbreker in Amsterdam werden uitgevoerd door het Arditti Quartet bekroop mij het bizarre gevoel dat ze door een en dezelfde componist waren geschreven. Alle drie de werken begonnen hoog en etherisch, hyperverfijnd en alle drie waren uiterst virtuoos, maar een stevige baslijn, een duidelijke basnoot ontbrak. Alleen de Deen Bent Sorensen (1958) schreef in zijn Angel's Music uit 1988 een snellere middensectie met reminiscenties aan de trotto, een furieuze middeleeuwse dans, maar zodanig gestileerd dat het ook een Schotse springdans had kunnen zijn. De titel Angel's Music verwijst naar de ontelbare engeltjes die de componist tijdens zijn studietijd in Rome zag, maar afgezien van de etherische sfeer zeker in het eerste deel, getiteld Pre-echo, en niet minder het derde (Echo) met citaten in belcanto-stijl is er tussen engelen en zijn muziek geen hoorbare relatie.

De Belg Philippe Boesmans (1936) wilde met zijn kwartet Driving (1989) afrekenen met post-seriele compositietrends, want zijn kwartet keert zich tegen de discontinuiteitsdwang van veel muziek in de jaren zestig en zeventig. Aldus ontstond een kwartet in ononderbroken tempi, die uitgaan van een homogene klank. Maar het resultaat was vreemd genoeg toch even detaillistisch nerveus als die muziek waartegen hij zich wilde afzetten!En dan was er nog Franco Donatoni's La souris sans sourire uit 1988. Ook hij maakte gebruik van een volkomen vrijblijvende verklaring: de titel verwijst naar glimlachen (sourire) en muis (la souris), een fonetische associatie die weinig zegt, alhoewel verfijnd pieperige klankkleuren soms niet ontbraken. Nog meer dan Boesmans streefde Donatoni ernaar om het kwartet als een instrument te laten klinken. Bij alle verschillen Donatoni toont meer humor, Boesmans is verbeten om niet te stoppen, Sorensen heeft weer wat gekkere accenten waren vooral de overeenkomsten frappant.

Samengevat: subtiel gefriemel. Nee, dan was het werk van de twee weken geleden overleden Luigi Nono voor de pauze van een heel ander gehalte, verre van speels. In zijn kwartet onder de titel Fragmente Stille, an Diotima uit de jaren 1979-1980 zijn de stiltes zo geladen dat je het soms bijna wilt uitschreeuwen, en dat is in feite precies de betekenis van het werk: 'reiche Stille', om met de dichter Holderlin te spreken. Van hem heeft Nono 47 citaten in de partituur verwerkt, zwijgende gezangen, want zij worden niet gesproken. Zij dienen als inspiratie voor de musici. Nono is eigenlijk de enige componist uit het seriele tijdperk die is blijven zoeken, die een strenge ascese trouw bleef en nooit concessies deed. Zijn fragmentarische denkwijze, maakt van de onzekerheid op een verrassende manier een heel zekere compositie. Voor mij was de uitvoering van dat ene kwartet meer dan genoeg geweest.

Na Fragmente Stille, an Diotima componeerde Nono nog zo'n twintig werken en het wordt hoog tijd dat we daar meer van horen. Zou het Holland Festival zich niet eens moeten wagen aan Nono's chef d'oeuvre Prometeo? Het Arditti Quartet musiceerde deze zaterdagavond op het hoogste niveau, maar had wel enige tijd nodig om Nono's bijna onuitvoerbare pianissimi zonder krasserige bijgeluiden en trillende stokvoering weer te geven, maar geleidelijk aan groeide de uitvoering naar een beklemmende precisie. Een buitengewoon inkervende ervaring!