Voorzitter Rabobank voorziet impuls voor Europa van Duitseeenwording; 'Voor macro-economen moet het een tijd zijn om te smullen'

UTRECHT, 26 mei De westerse landen beleven al sinds 1982 een krachtige conjunctuur, die langer blijkt aan te houden dan deskundigen dachten. 'Kennelijk zitten we in een fase dat de groei telkens nieuwe impulsen krijgt', zegt drs. H. H. F. Wijffels, voorzitter van de hoofddirectie van de Rabobank. 'In Europa levert de opening naar Oost-Europa nieuwe conjunctuurimpulsen op. In Oost-Duitsland wordt straks geinvesteerd, daar komen nieuwe bestedingsmogelijkheden. De politieke reactie op de Duitse eenwording is een versnelde Europese integratie en dat stimuleert het bedrijfsleven in Europa om doelmatiger te werken.' In de glazen burcht van de Rabobank in Utrecht heeft Wijffels een ruime, sobere werkkamer. Zijn bureau is keurig opgeruimd. Dat is opmerkelijk, want de afgelopen twee weken was de bank volop in het nieuws. Eerst met de verrassende aankondiging van samenwerking op beleggingsgebied met Robeco. Vervolgens met de overneming van het verzekeringsconcern Interpolis.

Wijffels (47), trefzeker formulerend als een docent, combineert een gevoel voor zaken met een maatschappelijke visie. Daarbij beperkt hij zich als voormalig CDA-ideoloog niet tot Nederland. Hij kijkt over de grenzen, naar Oost-Europa. Vanuit zijn Zeeuwse calvinistische achtergrond benadert hij als een hedendaagse Max Weber de ontwikkelingen in Oost-Europa. 'Waarom zijn al die mensen in beweging gekomen? Natuurlijk vanuit het idee van persoonlijke vrijheid, maar toch ook om nu eindelijk eens een behoorlijk welvaartspeil te bereiken. Dat willen die volkeren. Daarvoor moet je economisch groeien en waardegroei realiseren in de ondernemingen. Op de lange duur zullen die economieen zeker van de grond komen.'

Voorziet U grote problemen bij de komende Duitse economische en monetaire unie?

'Ik denk dat de monetaire eenwording redelijk moet lukken. De moeilijkste knoop was de omwisselingskoers en die heeft men doorgehakt in de buurt van wat men kon verwachten. In ons soort samenleving is geld nu eenmaal de spil waar heel veel om draait. De omwisselingskoers brengt de intrinsieke waarde van een deel van Duitsland tot uitdrukking. Je voelt je natuurlijk gauw achtergesteld als je minder dan een op een waard zou zijn. 'De uitkomst levert ook problemen op. Het verhoogt de kosten voor Oostduitse ondernemingen, want de lonen worden ook tegen een koers van 1: 1 omgezet, terwijl de Oostduitse economie half zo efficient is als de Westduitse. Men zal dus moeten saneren. Maar een minder gunstige omruilkoers, bij voorbeeld 1: 5, zou een veel langere overgangsperiode betekenen en niet zo snel tot de gewenste veranderingen leiden als nu. Men heeft duidelijk voor de harde monetaire benadering gekozen. 'Voor macro-economen moet het een tijd zijn om te smullen, dit zijn reusachtige experimenten op macro-economisch gebied. Een harde munt dwingt iedereen om zich aan te passen door de doelmatigheid op te voeren. 't Is een schoktherapie, door te sleutelen aan het geld en hoge rente worden de inefficienties uit de economie gesneden. Dat moet een schok voor de mensen zijn, sommige fabrieken zullen snel de helft van het personeel moeten afstoten. 'Of dit in Oost-Duitsland tot een drama zal leiden, hangst af van de snelheid waarmee de ondernemers de nieuwe situatie oppikken en zorgen voor investeringen die werkgelegenheid creeren. Wat Oost-Duitsland betreft ben ik daar niet zo somber over, omdat veel Westduitse ondernemingen klaar staan om erin te trekken. Bovendien valt verschrikkelijk veel te doen aan de infrastructuur en dat zal ook een enorme impuls aan de werkgelegenheid geven.'

'Heel veel mensen zullen weg moeten uit hun huidige posities. De enige manier om internationaal te kunnen concurreren is om net zo produktief te zijn als een ander. De arbeidsproduktiviteit moet enorm omhoog en pakweg worden verdubbeld in de industrie. Maar Oost-Duitsland is een apart geval. Ik denk dat ze het zullen presteren voor de eeuw uit is.'

Verwacht U nieuwe schokken op de financiele markten door de Duitse eenwording, zoals in februari het geval was?

'De reactie was toen een tikje overdreven. Vooral de Londense papierhandelaren (de internationale termijnhandel in obligaties is in Londen geconcentreerd, red.) reageerden overdreven op de psyschologie van dat moment. Inmiddels is dat wel iets gecorrigeerd: de korte rente is een heelpunt, de lange rente een half procentpunt lager. 'De monetaire unie hoeft geen additionele inflatie te veroorzaken, tenzij er onverwachte dingen gebeuren. Ik verwacht dat de Bundesbank een uiterst alert monetair beleid zal voeren. De omruil van het spaargeld zal tot een flinke vergroting van de geldmidddelen in Duitsland leiden, ook al is niet zeker dat de Oostduitsers hun spaargeld onmiddellijk zullen besteden. De Bundesbank zal bij elk signaal van oplopende inflatie op de rem trappen. Daarom verwacht ik dat de rente op een relatief hoog niveau blijft. Historisch gezien is sprake van een hoge reele rente. Maar ik geloof niet dat de rente boven het huidige niveau zal uitgaan.'

Wat vindt U van het aangekondigde Duitse eenheidsfonds van Dmark 115 miljard waarmee de wederopbouw van de DDR zal worden gefinancierd?

'Ik vind het niet zo'n gek idee. In wezen lenen de Duitsers het geld voor al die grote investeringen in de DDR op de kapitaalmarkt. Dat is een gezonde manier van financieren, want het gaat om grote, produktieve investeringen. Daarvoor mag je best op de kapitaalmarkt lenen, daar is die voor. Het hoeft niet per se via de begroting te lopen. 'Ik denk dat de Duitse kapitaalmarkt het ook wel kan hebben en er zal zeker belangstelling uit het buitenland voor zijn. Wie hier zijn geld in steekt, leent eigenlijk aan de grote, Duitse staat. Ik verwacht er wel Nederlandse belangstelling voor.'

Verwacht U spoedig de oprichting van fondsen die beleggen in Oost-Europa, zoals die ook voor andere 'groeilanden' bestaan?

'Zogauw de situatie is uitgekristallisseerd verwacht ik dergelijke fondsen. Het is nu nog een beetje vroeg, er moeten nog een hoop afrekeningen plaatsvinden met lieden van het oude regime, er is nog geen echte stabiliteit. Het is niet duidelijk met wie je nu zaken moet doen. Alle landen zullen een weg moeten vinden naar een goed evenwicht tussen vrijheid en economische ontwikkeling en rekening moeten houden met de offers die dat vraagt.'

Hoe staat het met de Nederlandse belangstelling voor Oost-Europa? Een half jaar geleden zei U dat de meeste bedrijven de kat uit de boom kijken.

'Die situatie is niet veranderd. Men toont belangstelling om te exporteren maar er is niet veel koopkracht en de financiering wordt een toenemend probleem. Zelfs in de Sovjet-Unie, die altijd een perfecte betaler is geweest. Mijn indruk is dat de meeste ondernemingen zorgen ter plekke aanwezig te zijn, maar niet toe zijn aan aan investeren. Men wil er bij zijn zonder er nu al in te gaan. Dat zal nog wel even aanhouden. Zo doen wij het zelf ook.'

    • Roel Janssen