Vakbondsleider in verzet tegen verstarde structuren

UTRECHT, 26 mei De Vervoersbond FNV is na een lange periode van bestuurlijke turbulenties in rustiger vaarwater terechtgekomen. De oppositionele bedrijfsgroepen hebben zich voorlopig neergelegd bij de realiteit dat het bondsbestuur, met dr. R. L. Vreeman (42) aan het hoofd, de steun heeft van de meerderheid in de bondsraad, het hoogste orgaan van de vakbond.

Vreeman werd vorige week tot voorzitter herkozen. Zijn opluchting is groot. 'Ik heb veel moeten incasseren', zegt hij. De komende maanden staat herstructurering van zijn bond centraal. 'Als wij daar doorheen komen, gloort nieuw perspectief. We zijn natuurlijk nog steeds een bond die een kikker van de kant kan duwen. Maar financieel en organisatorisch waren we op de verkeerde weg.' De reorganisatie, die onder andere afslanking van het personeelsbestand behelst en opheffing van de bedrijfsgroepen, zal zich waarschijnlijk voltrekken onder toezicht van een platform van vakbondsleden. Een deel van de dissidente bedrijfsgroep Weg en water is met de oprichting ervan bezig. Volgens de initiatiefnemers moet het platform worden gezien als een motie van wantrouwen aan het adres van het bezoldigde kader.

Het bondsbestuur keert zich fel tegen het platform. Vreeman: 'Het is een ontkenning van je eigen democratie. De bondsraad is ons parlement. Daar wordt het beleid van het bestuur beoordeeld.'

Volgens Vreeman zijn verreweg de meeste bondsraadsleden bereid om het bestuur 'loyaal-kritisch' te volgen. 'Ik reken erop dat de leden respect hebben voor de verkiezingsuitslag en niet op voorhand het bestuur zullen tegenwerken.' Het conflict, dat de Vervoersbond (62.000 leden) driekwart jaar nagenoeg stuurloos maakte, brak uit toen Vreeman een half jaar voorzitter was. Duidelijk werd dat de zwakke financiele positie van de bond allengs verslechterde. Het 'vakbondstientje' dat anderen bonden gebruikten voor vermogensopbouw stopte de Vervoersbond, die relatief veel bezoldigden heeft, in zijn dagelijkse huishouding. Waar de verhouding tussen personeelslasten en uitgaven voor activiteiten bij de gemiddelde bond 60 tegen 40 is, zit de Vervoersbond op bijna 75 tegen 25. Vreeman: 'We zijn steeds verder van gezonde verhoudingen af komen te staan.' Tegelijk met de financiele perikelen liep de discussie over de herstructurering van de vakbond. De Vervoersbond, een federatie van sectoren zoals havens, wegtransport, spoorwegen, streekvervoer en luchtvaart, zou in de belangenbehartiging meer samenhang moeten krijgen, conform de toenemende integratie van vervoerstechnieken in het bedrijfsleven, oordeelde het bestuur.

Pogingen van Vreeman om orde op zaken te stellen, stuitten op persoonlijke tegenstellingen in de vakbondstop. De leiding van de vakcentrale FNV moest eraan te pas komen om orde op zaken te stellen. Volgens Vreeman is de Vervoersbond betrekkelijk onbeschadigd uit het conflict gekomen, afgezien van prestigeverlies van het bestuur. 'Het is natuurlijk nooit prettig wanneer je een interventie van buitenaf nodig hebt. Sommige kaderleden hebben van hun werkgever te horen gekregen: je kunt hier wel kritiek hebben, maar los eerst de rotzooi in je eigen bond op.' Terwijl de Vervoersbond zelf nog orde op zaken moet stellen, heeft Vreeman de discussie over de toekomst van de vakbeweging nieuw voedsel gegeven met een plan voor een radicale herverkaveling van de eigen vakcentrale. In zijn optiek moeten de FNV-bonden zich bundelen in drie nieuwe vakbonden: een voor overheidspersoneel, een voor de industrie en een voor de dienstensector.

Vreeman: 'De ontwikkeling van de organisatiegraad baart me zorgen. Om de huidige organisatiegraad te behouden, zou de vakbeweging jaarlijks 30.000 nieuwe leden moeten inschrijven. Dan zouden we in elk geval de groei van de werkgelegenheid bijhouden. Maar eigenlijk moet de organisatiegraad boven de dertig procent uitkomen.' Nu is 24 procent van de Nederlandse werknemers lid van een bond, waarvan 17 procentpunt op conto van de FNV komt. In 1975 was nog 39 procent georganiseerd, maar de economische crisis in het begin van de jaren tachtig holde de vakbeweging uit. 'Bij een volgende economische crisis dreigen we onder de 20 procent te komen en komt onze representativiteit in het geding', meent Vreeman. 'Het gevaar is groot dat de vakbeweging opgesloten raakt in traditionele sectoren als de industrie, de bouw en het transport. Dat geeft een druk op de arbeidsvoorwaarden. Je moet oppassen voor een cultuur in bedrijven, waarin het lidmaatschap van een vakbond meer uitzondering is dan regel zoals bij de banken.' Vreeman wil met zijn plan het min of meer vastgelopen debat in de FNV over de structuur van de vakcentrale stimuleren. Alom wordt erkend dat de vakbeweging haar positie vooral in de groeiende sector van commerciele dienstverlening (50 procent van de werkgelegenheid) moet versterken. Maar de kleine Dienstenbond (ruim 70.000 leden) en een beperkt eigen vermogen is niet bij machte deze strategische markt grootschalig te exploreren.

De rijke bonden, de Industriebond en de Bouw- en Houtbond, vertegenwoordigen nog geen veertig procent van de leden, maar beheren 70 procent van het FNV-vermogen van circa een miljard gulden. Overheveling van gelden van bonden in verzadigde sectoren de werkgelegenheid in industrie en bouwnijverheid stagneert naar de Dienstenbond heeft op beperkte schaal plaats. Ook de vakcentrale is niet bij machte om 'schotten' tussen de aangesloten vakbonden te verwijderen.

Vreeman: 'Het is politiek feit dat de bonden de vakcentrale niet accepteren als een sturend orgaan bij het bepalen van investeringen'. De discussie over de structuur van de vakcentrale bloeide op in het midden van de jaren tachtig met het rapport 'FNV 2000'. Het grote ledenverlies noopte de vakbonden tot 'integraal' denken, maar dat is inmiddels verleden tijd. 'Het autonomie-denken van bonden lijkt eerder groter dan kleiner te worden. Dat vind ik kortzichtig en desastreus', zegt Vreeman. De huidige structuur van de vakcentrale staat wervende investeringen in met name de dienstensector in de weg. De dotaties van de rijke bonden zetten te weinig zoden aan de dijk. Vreeman, die de oprichting van een Participatiemaatschappij FNV voorstelt: 'Het charitas-denken werkt niet'. De voorzitter van de Vervoersbond vindt dat de vakcentrale, die de afgelopen jaren in het arbeidsvoorwaardenbeleid wat is teruggetreden ten gunste van de aangesloten bonden, meer profiel moet krijgen. De eenheid is soms zoek, in de perceptie van de bonden is de centrale vooral op de politiek gericht. Vreeman: 'Het corporate image van de vakcentrale moet worden versterkt. Een zwakke vakcentrale staat gelijk aan smalle vakbondspolitiek.' De vierdaagse werkweek biedt volgens hem mogelijkheden voor een sterkere coordinatie van arbeidsvoorwaardenbeleid en heeft mogelijke grote wervingskracht onder werknemers. 'Een centrale eis voor een vierdaagse geeft de mogelijkheid om werknemers te mobiliseren.' Herverdeling van arbeid heeft, aldus Vreeman, een negatieve klank gekregen doordat werknemers niet altijd zagen dat er extra banen door ontstonden, maar wel merkten dat hun werkdruk toenam. Een vierdaagse werkweek zou volgens de bondsvoorzitter een ander 'arbeidsvoorwaardelijk perspectief' kunnen bieden: 'We mogen in het herverdelingsdebat niet een jaar overslaan. In een centraal akkoord kunnen meerjarige afspraken worden gemaakt voor de invoering van de vierdaagse.'