Tuchtcollege stelt regels aan obductie

UTRECHT, 26 mei Bij obductie zal voortaan in beginsel ervan worden uitgegaan dat zowel de borst-, de buik- als de schedelholte zullen worden onderzocht. Nabestaanden die een van deze drie niet onderzocht wensen, zullen dat duidelijk moeten maken.

Dit heeft het Medisch Tuchtcollege in Den Haag bepaald na een klacht van een familie, die na het overlijden van de moeder toestemming had gegeven voor obductie waarbij alleen de borstholte zou worden geopend. Achteraf bleek dat de patholoog-anatoom ook de hersenen had onderzocht. Het tuchtcollege verklaarde de klacht ongegrond omdat sprake was van een misverstand. De arts die met de familie had gesproken ging ervan uit dat de schedelholte niet zou worden onderzocht. In de drie ziekenhuizen waar hij eerder had gewerkt was het gebruikelijk eventueel gewenst hersenonderzoek apart op het obductieformulier aan te tekenen. De patholoog-anatoom in het ziekenhuis nam aan dat een obductie inclusief de scheldelholte verlangd werd, omdat niet specifiek op het formulier stond aangegeven dat een hersenonderzoek achterwege moest blijven. Voor obducties bestond in het ziekenhuis geen protocol.

Ziekenhuizen moeten volgens het college een duidelijke richtlijn hebben waarin is vastgelegd hoe toestemming moet worden gevraagd, welke uitleg daarbij wordt gegeven en hoe de verkregen toestemming 'ondubbelzinnig' aan de patholoog-anatoom wordt overgebracht.