Schaken

Robert Fischer heeft altijd grote liefde voor de schaakgeschiedenis gehad. Toen hij in 1975 tegen Karpov om het wereldkampioenschap zou spelen eiste hij dat de match om tien winstpartijen zou gaan. De reden was dat het in de vorige eeuw ook een paar keer zo gedaan was. De match ging niet door omdat Fischer wilde dat de uitdager alleen wereldkampioen zou worden als die met minstens twee punten verschil won. Ook op grond van historische precedenten. De wereldschaakbond kon zijn liefde voor het verleden niet delen.

Ongeveer tien jaar geleden logeerde Fischer bij de Canadees-Amerikaanse grootmeester Biyiasis. Hij stond onverwacht voor de deur en vroeg of hij binnen mocht. Biyiasis zag het als een buitenkansje. Hij hoopte met Fischer moderne openingen te bestuderen, maar die had het boek van Gottschall over Adolf Anderssen meegenomen en wilde eigenlijk alleen die 19de-eeuwse partijen analyseren. Na een paar maanden verdween hij even onverwacht als hij gekomen was.

Ik ben zelf ook eens een paar dagen opgetrokken met Fischer. We analyseerden wat recente partijen. (Leuk om die laatste zin op te schrijven. Zoals de muis die met de olifant over de brug liep en zei: wat stampen we lekker.) Vaker hadden we het over de oude meesters, Morphy, Steinitz, Staunton.

Een paar weken geleden was Fischer weer eens uit zijn schuilplaats gekomen. Hij sprak met schaakorganisator Bessel Kok, met Spasski en met Timman. Het onderwerp waar hij het liefst over wilde praten was de schaakklok waar hij patent op had aangevraagd.

De klok van Fischer is beschreven in de Engelse krant The Independent. Het is een moderne digitale klok. Hij heeft een eigentijds snufje: een synthetische computerstem die de zetten telt. Toch heeft Fischer zich ook bij het ontwerpen van zijn schaakklok weer laten inspireren door zijn geliefde 19de eeuw.

De schaakklok stamt uit het eind van de vorige eeuw. De vlag werd pas in de twintigste eeuw algemeen gebruikelijk. Men wist in het begin niet goed wat men er mee aan moest. De klok was bedoeld om te verhinderen dat schakers urenlang zaten te suffen zonder een zet te doen. Niet om ze te straffen als ze een seconde teveel hadden gebruikt. Wat voor straf moest er staan op het vallen van de vlag? Een boete. Zo werd het vaak gedaan, maar bevredigend was dat niet. Op den duur werd de moderne straf ingevoerd. Tijdsoverschrijding = partij verloren. Sindsdien kennen we de tijdnoodspektakels waarin de vrucht van uren denken in seconden wordt vergooid. Een aanfluiting voor het schaakspel, wordt wel eens gezegd. Het was in ieder geval nooit zo bedoeld door de uitvinders van de schaakklok.

De klok van Fischer moet de 20ste-eeuwse tijdnoodpaniek uitbannen. Aan het begin van de partij heeft de speler een redelijke bedenktijd, laten we zeggen een uur. Bij iedere zet die hij doet krijgt hij wat tijd erbij, twee minuten bijvoorbeeld. Zo verloopt een partij van 40 zetten iets trager dan nu, maar bij langere partijen wordt dat weer ingehaald. De verschrikkelijke tijdnood bestaat niet meer. De speler heeft altijd minstens twee minuten voor een zet.

De klok van Fischer lijkt op het eerste gezicht het ei van Columbus, maar de tijd die de speler aan het eind van de partij heeft gewonnen is natuurlijk niet gratis geweest. Hij is bij hem weggehaald in een eerdere fase van de partij. Fischers klok tast een vrijheid aan: de vrijheid om in het middenspel een uur uit te trekken om het juiste plan te vinden. De krankzinnige tijdnoodspecialist wordt tegen zichzelf beschermd en gedwongen zijn tijd gelijkmatig in te delen.

Vreemd dat juist Fischer deze nieuwe klok heeft bedacht. Zijn ideeen over mens en maatschappij zijn altijd van het soort geweest waarvoor de Amerikanen de uitdrukking hebben: hij staat rechts van Dzjengiz Khan. Van de karakterbedervende verwennerij van de verzorgingsstaat moest hij nooit iets hebben. Absolute vrijheid, met het mes tussen de tanden, dat had zijn devies kunnen zijn. Nu heeft hij een klok ontworpen die de schaker dwingt om in de eerste fase van de partij een groot deel van zijn tijd in te leveren. Aan het eind wordt de gespaarde tijd door de klok in kleine brokjes van twee minuten weer teruggegeven, als een staatspensioentje. De klok maakt dat de schaker nooit een schrijnend gebrek aan tijd heeft, maar ook nooit een overvloed. Het woord zou Fischer als een obscene vloek in de oren klinken, maar het kan niet vermeden worden: hij heeft een socialistische klok uitgevonden. Hij is de oude niet meer.

Nu zou ik graag ter afsluiting van deze rubriek een recente partij van Fischer tonen, maar de lezer zal er begrip voor hebben dat dit onmogelijk is. Daarom een partijfragment dat niets met het vorige te maken heeft en als enige aanbeveling heeft dat het heel mooi is. De partij werd vorige maand in Dortmund gespeeld.

Wit Asmajparasjvili - zwart Wahls Zie diagram

Het diagram geeft de stelling na de 23ste zet van zwart. Er volgde 24. g3-g4! De loper wordt van veld e4 afgeleid en verder wordt de opening van de f-lijn voorbereid. 24... Lf5xg4 25. Lg2-d5 Te8-f8 Na 25... e6 26. Pe4 zou zwart aan de verzwakking van veld f6 ten onder gaan. 26. f4-f5 g6xf5 Na 26... Lxf5 zou wit winnen met 27. Txf5 gxf5 28. Dg2 Kh8 29. Dh3 27. Tc1-c4 Het enige stuk dat nog niet aan de aanval meedeed wordt in stelling gebracht. Nu dreigt 28. Txg4 27... h7-h5 28. Tc4xg4 h5xg4 29. Tf1xf5 e7-e6 Het tussenschaak 29... Dxc5+ zou het er niet beter op maken. 30. Pg5-e4 Tf8-d8 Als zwart een van de witte stukken neemt verliest hij de dame en 30... f6 31. Lxe6+ gevolgd door inslaan op f6 is ook hopeloos. 31. Tf5-h5 e6-e5 32. Th5xe5 Pa7-c6 33. Te5-g5+ Kg8-f8 34. Db2-h8+ Kf8-e7 35. Dh8-f6+ Ke7-d7 36. Df6-f5+ Kd7-e7 37. Df5xf7 mat.