Regime Liberia verliest gebied

NAIROBI, 26 mei Samuel Doe, president van het Westafrikaanse Liberia, vecht wanhopig tegen zijn dreigende ondergang. Zijn 10 jaar oude regime verliest iedere week opnieuw aanzienlijke stukken grondgebied aan guerrillastrijders. Doe's troepen meldden gisteren echter hun eerste overwinning in een half jaar: de herovering van Buchanan, de op een na belangrijkste havenstad van het land.

De voornaamste bondgenoot, de Verenigde Staten, weigert hem de reddende hand te reiken en Afrikaanse landen in de regio gingen eerder deze maand niet in op Liberiaanse verzoeken voor militaire steun.

Het afgelopen weekeinde namen de rebellen van het Nationale Patriottische Front van Liberia (NPFL) Buchanan in, de tweede stad van het land. De opstandelingen slaagden er al in de ijzerertsmijnen te doen sluiten, waardoor de regering 's lands belangrijkste bron van inkomsten moet missen.

Doe heeft het overgrote deel van zijn 8500 man sterke leger samengetrokken in de hoofdstad Monrovia. De president zelf wordt omgeven door een speciale anti-terreurbrigade, opgeleid door Israelische adviseurs. Zijn slecht gedisciplineerde strijdkrachten worden geplaagd door deserties.

Met een paar geweren, messen en pijl en boog begonnen ongeveer honderd rebellen tijdens kerstmis hun offensief vanuit buurland Ivoorkust. Ze traden uiterst hardhandig op tegen plaatselijke bestuurders en zonder onderscheid executeerden ze ambtenaren.

Het regeringsleger bleek bij tegenacties echter nog gewelddadiger op te treden. Waarna de rangen van het NPFL aanzwollen tot rond de 4500. De guerrillabeweging is heer en meester in ongeveer de helft van het land, voornamelijk ten oosten van de hoofdstad. Een kwart miljoen Liberianen raakte ontheemd, van wie velen vluchtten naar de buurlanden Ivoorkust en Guinee.

Het gewapende verzet dreigt intussen onderling verdeeld te raken. De leider van het NPFL is Charles Taylor. Hij geniet weinig gezag bij de politieke elite van Liberia, inclusief de tegenstanders van Doe. Hij verloor in 1986 zijn baan als hoge ambtenaar in Monrovia na beschuldiging van corruptie en week uit naar de VS waar hij achter de tralies belandde om vervolgens te ontsnappen naar Liberia.

Taylor blijkt niet meer de enige leider van de opstand. Het dichtst bij de hoofdstad bevinden zich strijders van een zekere Prince Johnson, een voormalige regeringsmilitair die zijn krijgers zou hebben opgeleid in Libie. Johnsons troepen dreigen er met Taylors succes vandoor te gaan omdat ze Monrovia eerder kunnen bereiken.

Taylors NPFL ontvangt stilzwijgende steun van het pro-Westerse Ivoorkust. De guerrillaleider belooft na Doe's vertrek een kapitalistisch georienteerd regime te zullen vestigen. Amerika's voorkeur voor Doe lijkt onzeker geworden, Washingtons steun voor Liberia bedraagt dit jaar twintig miljoen dollar, tegen tachtig miljoen dollar vijf jaar geleden. Suggesties van de VS aan Doe om in ballingschap te gaan, wees de Liberiaanse president van de hand.

Een groot deel van de buitenlanders in Liberia heeft het land inmiddels verlaten. De angst groeit in de hoofdstad voor een bloedbad, waarbij stammenafkomst het hoofdmotief zal zijn. Doe behoort tot de Krahn-stam, de rebellen opereren onder de Ghio- en Mano-stammen.

Tien onthoofde lijken van de Ghio en Mano werden in de afgelopen dagen in Monrovia aangetroffen. Een van de slachtoffers was een Ghio-militair. Deze zou op zondag door onbekenden in een kazerne zijn gearresteerd. In 1985, na een mislukte staatsgreep tegen hem, lanceerde Doe en grootschalige terreurcampagne tegen Ghio's in de hoofdstad en in het oosten van het land, waarbij honderden doden vielen. De Amerikaanse ambassade in Monrovia zei gisteren verontrust te zijn over het toenemende tribale geweld. De Amerikanen beschuldigden zowel regeringstroepen als guerrillastrijders van schendingen van de mensenrechten.

    • Koert Lindijer