Onenigheid onder classici over vertaling op eindexamen

ROTTERDAM, 26 mei 'Iam proximus ardet Ucalegon'. Zo begon in 1986 het rapport van de 'werkgroep heroverweging eindexamens klassieke talen'. Het zinnetje ('vlak ernaast staat het huis van Ucalegon al in brand'), komt uit Vergilius' Aeneis en slaat op de tweedeling tussen scholen waar Grieks en Latijn gedijen en die waar de belangstelling tanende is. 'De eerste categorie zou moeten inzien dat de brand in het huis van de buurman licht kan overslaan', waarschuwt het rapport. Steeds minder leerlingen kiezen Grieks en Latijn, de resultaten op het eindexamen laten te wensen over en de verhouding met het schoolonderzoek roept vragen op.

De experimentele examens die dit jaar op zo'n tachtig scholen zijn afgenomen en volgend jaar worden ingevoerd, bestaan voor de helft uit een vertaling. Voor de rest zijn het vragen over in de klas gelezen, deels al vertaalde teksten van Ovidius en Herodotos, over de positie van deze schrijvers in hun eigen tijd en later en over cultuur-historische achtergronden.

Het examen moet zo beter aansluiten bij de doelstelling van het onderwijs in de klassieke talen, dat 'een unieke gelegenheid wil bieden tot een confrontatie met het vreemde en tot bewustmaking van eigen problematiek door middel van deze confrontatie'.

Over het evenwicht tussen vertalen en dit doel bestaat al jaren onenigheid. De discussie heeft de classici verdeeld in voor- en tegenstanders van de vertaling op het eindexamen.

De tweespalt kwam aan het licht toen in 1974 het schoolonderzoek werd geregeld en de vertaling een paar vragen mee kreeg. Het gemor was niet van de lucht: de ene partij gingen de veranderingen te ver, de andere niet ver genoeg. De uitbarsting volgde toen de werkgroep voorstelde de vertaling af te schaffen. Furieuze docenten spraken van een 'coup'. In november 1985 werd in VCN-bulletin, het blad van de vereniging van classici, verslag gedaan van de discussies over de plannen van de werkgroep. Met Latijnse spreuken gelardeerde reacties varieerden van 'het is toch haast geestelijke wreedheid leerlingen die Grieks of Latijn kiezen eerst op de Muzenberg te begroeten en daarna in een zee van onvoldoendes te storten' tot 'op onze school prijzen we Grieks en Latijn met succes aan als moeilijke vakken'.

De vertaling bleef, maar werd gehalveerd.

Het Amsterdamse centrum voor onderwijsonderzoek SCO bekijkt nu hoe het de nieuwe examens vergaat. Sinds het begin van dit schooljaar houdt een zestigtal docenten een logboek bij. De leerlingen vullen vragenlijsten in over hun belangstelling voor en oordeel over het nieuwe onderwijs. De problemen zijn tot aan de kerstvakantie geinventariseerd. Met name de docenten Grieks hadden het moeilijk. Hun stof is verdeeld over een boek met teksten en een met achtergronden. Opdrachten ontbraken. De docenten wisten niet goed hoe ze de stof in elkaar moeten schuiven, welk soort vragen ze moesten stellen en hoe de vertaalde teksten te behandelen. Bij Latijn bevatte het boek 'Ovidius in de epische traditie' wel opdrachten, maar was het boekje met antwoorden niet op tijd klaar. Bijna iedereen kwam in tijdnood. Niemand wist precies hoe het examen eruit zou zien, en de meeste docenten behandelden liever te veel dan te weinig stof.

Grote vraag is of de examenresultaten nu beter zijn. Over de opdrachten bij Latijn wordt al gefluisterd 'dat ze zo gemakkelijk waren om het nieuwe examen te promoten'. De vertaling was even moeilijk als altijd. Maar veel negatieve reacties waren er niet, of het moet die zijn van Kees Winkler, de dichter wiens 'Voor Diana' in de opgaven voorkwam. Hij reageerde: Ik schrijf geen gedichten/ om examinandi te verplichten/ maar om in hun vrije tijd te lezen/ zonder uitvoerige exegesen.