NOORDZEE

In 1840 stierf op St. Kilda het laatste exemplaar van de reuzenalk, die in de eeuw daarvoor al vrijwel door de mens was uitgeroeid. Zal de papegaaiduiker hetzelfde lot ondergaan? Dat lijkt op korte termijn niet waarschijnlijk, zeker niet door de jacht, maar inmiddels zijn Schotse vissers wel geduchte voedselconcurrenten van deze vogelsoort geworden. Bij gebrek aan haring, maar gedreven door de noodzaak te vissen, zijn ze op grote schaal zandspiering gaan vangen, met als gevolg dat op de Orkney Eilanden de laatste twee jaar alle jonge papegaaiduikers verhongerd zijn.

Het is een van de vele opmerkelijke en verontrustende feiten die men leest in De Noordzee, een redelijk geslaagde poging zoiets als een Nederlandstalig standaardwerk over deze, door vervuiling en overbevissing in opspraak geraakte randzee uit te brengen. Er bestond al een boek onder dezelfde titel van D. Eisma, maar dit nieuwe geschrift (waarin Eisma overigens een bijdrage over fysische geografie leverde) is veel uitgebreider en omvat vrijwel alle facetten van de Noordzee.

Globaal valt het boek in drieen uiteen. Het eerste deel gaat over begrenzing en ontstaan (geologie), over zeekaarten, satellietwaarnemingen, chemie en fysica; het tweede over de biologie en het derde over wat mensen met de Noordzee doen: visserij, scheepvaart, recreatie, olie- en gaswinning, vervuiling, beheer en bestuur.

De stof wordt dankzij de vele illustraties smakelijk, maar niet altijd in hapklare brokken opgediend. Diverse hoofdstukken vereisen een meer dan gemiddelde belangstelling voor het onderwerp en soms zal slechts de (wetenschappelijke) fijnproever ten volle kunnen genieten. Iniatiefnemer en redacteur van het boek was TNO-medewerker dr. P. de Wolf, die zelf het ecosysteem beschrijft: de biologische levensgemeenschap van de Noordzee in wisselwerking met haar dode omgeving. Voor de rest kreeg hij medewerking van ruim twintig andere deskundigen.

Het hoofdstuk zeezoogdieren was in bekwame handen bij dr. P. Reijnders van het RIN (Rijksinstituut voor Natuurbeheer), die weer eens duidelijk maakt hoe zeer de zeehond in het Waddengebied te lijden heeft onder de lozing van chemicalien, in het bijzonder de beruchte pcb's (polychloorbifenylen). Zij verstoren de hormoonhuishouding en daarmee de voortplanting bij zeehonden, waardoor er minder dan de helft van het normale aantal jongen wordt geboren. Deze stoffen zijn grotendeels afkomstig uit de Rijn en verplaatsen zich met de heersende stromingen langs de Hollandse kust naar het wad. In 1988 werd de robbenstand bovendien getroffen door een snel om zich heen grijpende virusepidemie, die zeventienduizend slachtoffers maakte. In hoeverre de populatie zich van die klap herstelt, is nog niet nauwkeurig te zeggen.

De zeevervuiling in algemene zin komt er met twaalf pagina's nogal bekaaid af, maar daar staat tegenover dat dit actuele thema zich ook in andere hoofdstukken aandient. De jongste ministersconferentie over de Noordzee kon in het boek niet worden meegenomen; het zou ook weinig uitgemaakt hebben, want die met veel ophef aangekondigde meeting in Den Haag heeft bitter weinig opgeleverd.