'Minderhedenbeleid is vallen en opstaan'

DEN HAAG, 26 mei Drs. H. A. A. Molleman (54), scheidend directeur minderheden bij Binnenlandse Zaken, heeft z'n idealen nog schietklaar. Pogingen om hem de rekening te presenteren van elf jaar minderhedenbeleid onder negen ministers en z'n frustraties te noteren, lopen goeddeels stuk. Illusies heeft hij nooit gehad en wat zeurt U eigenlijk over een 'mislukt' minderhedenbeleid? Wie denkt na elf jaar te kunnen afrekenen, miskent de omvang en de complexiteit van het probleem, zegt hij. Een samenleving die minderheden gelijke kansen en gelijke rechten biedt komt pas 'na generaties' tot stand. Tot die tijd is het vallen en opstaan: met projecten, subsidies, nieuwe ideeen en oude idealen.

De WRR constateerde medio vorig jaar dat de werkloosheid onder allochtonen in West-Europa nergens zo hoog is als in Nederland. 'Dat is uit de lucht gegrepen. In andere landen gooien ze de werkloze minderheden het land uit. Als dat de boodschap is, zeg ik ho. Wij zijn later dan de Bondsrepubliek en Belgie begonnen met het aantrekken van goedkope arbeidskrachten. Wij moesten ze verder uit het binnenland halen; verder van de stadscultuur en dus minder gepredisponeerd voor het werk in Nederland. Dat waren ook grotere gezinnen. We hebben hier dus een langere doorstroom door gezinshereniging. 'Een Nederlandse jongere heeft van lagere school tot en met universiteit 22 jaar opleiding gehad. Een Marokkaanse jongen uit het Rif-gebergte komt hier op z'n tiende en probeert op z'n achttiende in een technologisch hoog ontwikkelde maatschappij werk te vinden na acht jaar opleiding. En dan gaan we meten en zeggen: he, wat doen die lui het slecht. Dat haalt je de koekoek, dan verdiep je je dus niet in de realiteit'. Toch gaat het slecht met de minderheden in Nederland. 'Je ziet nergens ter wereld dat ingewikkelde multi-raciale samenlevingen spontaan tot harmonie komen.

Kijk naar dictatoriaal geregeerde landen waar de etnische verschillen overwonnen leken. Zodra het systeem in duigen valt komen de middelpuntvliedende krachten naar boven. De Hongaren meppen de Roemenen, de Albanezen krijgen op hun donder, de Joegoslaven vechten elkaar de tent uit. In West-Duitsland zeggen de gevluchte Oost-Duitsers ronduit: Deutschland, einig Vaterland, donder de Turken er uit en geef ons de huizen. Dat gaat niet zachtzinnig'. Heeft U gefaald? 'Zo kan ik niet gemeten worden. De politiek draagt verantwoordelijkheid, ik niet. U kunt mij niet geisoleerd beschouwen daarom ga ik ook weg. Minderheden en Molleman raakten geheel verknoopt, dat is niet goed.' Maar U meet U zelf. 'Ik ben nog steeds heel trots op onze filosofie. Die is humaan. Het ging ons om een wederkerige aanpassing: minderheden moeten zich aanpassen en de samenleving moet ruimte geven zodat die aanpassing kan slagen. Gelijke kansen, gelijke rechtspositie, gelijke participatie, emancipatie. Dat deugt.' En de resultaten? 'De meerderheid is er beter aan toe dan tien jaar terug. Officieel is de lijn in Nederland: die mensen horen erbij. De overheid, media, vakbonden, justitie, werkgevers, scholen er is een behoorlijke traditie van respect en tolerantie. Ik zeg er bij dat onder de oppervlakte discriminatie hier wellicht niet minder is dan in het buitenland. Bij voetbalwedstrijden, in tram, trein, cafe, of bij het aannemen van werk, in het wachtlokaal van de politie daar kan je het horen.

Ik ken een zwarte agent die turfde hoe vaak zijn huidskleur op een dag ter sprake kwam. Dat was tachtig keer. 'We hebben ongeveer 160 gemeenten die dankzij ons een eigen minderhedenbeleid hebben. Er zijn hier meer uitingsmogelijkheden voor minderheden, een grotere religieuze vrijheid. Het is niet allemaal vlekkeloos, maar het is vaak wel beter dan in het buitenland. Huisvesting is drastisch verbeterd. De brandgevaarlijke pensions van tien jaar terug bestaan niet meer. Er is hier geen fundamentele armoede'. Maar met de werkgelegenheid gaat het slecht. 'Ja. En dat verslechtert nog steeds. Maar we zijn de laatste twee jaar gaan inzien dat minderheden een eigen aanpak nodig hebben: het maatwerk-idee. We doen nu een grootscheepse poging om in de 28 nieuwe regio's van de arbeidsvoorziening dat van de grond te krijgen.' Wat heeft U fout gedaan de afgelopen jaren? 'In de beginjaren hebben we ambtelijk slecht samengewerkt. We hebben te weinig met gemeenten gesproken, te veel vanuit Den Haag willen doen. We hebben veel geld gestoken in welzijnswerk, in het verzorgen, en daardoor te veel mensen afhankelijk gemaakt.

De ideologie van de jaren '70 is niet vruchtbaar gebleken. Heel spannend hoor, mensen bewust maken van hun ondergeschikte positie, ze de wapens geven om in opstand te komen en zo hun positie te verbeteren. Maar het werkte niet. Er is in sommige sectoren te veel gesproken over rechten en te weinig over plichten.' Dat is na het WRR-rapport anders. Dat lijkt geheel door economen te zijn geschreven. 'Het is net een pendule. De jaren zeventig en tachtig waren die van de alomvattende meelevendheid. Dan ontdekken we dat dat het toch niet helemaal is en gooien we het over een andere boeg. We dreigen nu weer door te slaan naar prestatie-gerichtheid. Neem de nadruk die nu op verplicht Nederlands leren wordt gelegd. De zwarte piet wordt bij de minderheden zelf gelegd, terwijl je ziet dat er voor alle cursussen wachtlijsten van maanden zijn. Waar drammen we dan over? Zeg dan niet tegen de minderheden dat het moet, maar vraag je af hoe je het aanbod moet organiseren.

Ons minderhedenbeleid zou te 'soft' zijn, de verzorgingsstaat te weinig prikkels bieden. 'Mijn inspiratie is constant geweest dat je de uitersten van verzorgen en helemaal niets doen moet vermijden. Zonder steun, zonder beleid, verloedert de zaak. Ga maar eens kijken in down-town New York of Chicago. De staat kan niet alleen maar nachtwaker zijn. Natuurlijk is er hier en daar te veel 'verzorgd'. Maar er moeten ook mogelijkheden zijn: een kans grijpen en een kans bieden horen bij elkaar.' Ziet U een ontwikkeling in de houding van de minderhedenorganisaties? 'Dat volgt het algemene patroon. Van de grote kreten uit de jaren zeventig naar de betrekkelijke stilte nu. Nuchterder bezig zijn met de eigen problemen. Er is nu nog wat te veel aandacht voor het culturele element, wat te weinig voor arbeid en onderwijs. Men zou zich meer moeten indringen in de lesprogramma's, in ouderraden, kinderen moeten stimuleren, jongeren begeleiden bij de opleiding, bij hun eerste baan. De overheid zou die oudere generatie daarvoor moeten interesseren'. Waarom is minderhedenbeleid toch zo'n tobberige aangelegenheid? 'Je probeert wat, dat faalt of lukt gedeeltelijk. Dan probeer je wat anders. Het is voortdurend bezinnen, terugnemen, een andere weg zoeken. We hebben hier nooit de steen der wijzen geclaimd. Uit die houding hebben we ook dat WRR-rapport aangevraagd.

Als U dan een frustratie zoekt is het dat we daarvoor zijn afgestraft. Er ontstond in de Kamer het idee: het is mislukt, ze gaan naar de WRR. Het minderhedenbeleid is nog nooit gelukt. En omdat het moeilijk is zoeken we een manier om het open te breken. Dat is eerlijk, dat is een teken van kracht.' Sinds het WRR-rapport denkt iedereen dat het vijf voor twaalf is. 'Goed zo. Wees maar gealarmeerd. Maar denk alsjeblieft niet dat het in vier jaar opgelost kan zijn. Dan slaat de doffe berusting weer toe. Terwijl het absoluut geen onoplosbaar probleem is. Dit is een kwestie van doordrammen, iedere dag opnieuw, generaties lang.'