KRUIMELDIEVEN

De winkeldievegge verlaat haastig het rechtszaaltje van de Utrechtse politierechter. Haar bruine ogen onder haar permanentje staan zorgelijk. In april 1988 heeft ze samen met een vriendin uit verschillende winkels spullen gestolen. Shag bij Albert Heijn, een kruimeldief en een hapjespan bij Blokker. Ze werd gesnapt door een agent die een dagje vrij had, maar die desondanks op zijn qui vive was. Haar raadsman, de officier van justitie en de politierechter zijn het erover eens dat een straf van twintig uur dienstverlening in haar geval voldoende moet zijn. Alleen: de reclasseringsambtenaar heeft geen concreet voorstel voor die dienstverlening en daarom heeft de rechter de zaak nu aangehouden en moet de vrouw over enige maanden opnieuw terugkomen voor het definitieve vonnis.

Scholieren van de R. S. G. Woerden wonen in het kader van de les maatschappijleer deze maandagmiddag een zitting bij van de politierechter. Aanvankelijk kijkt de klas geimponeerd rond. Naar de rare eiken meubels, de donkerbruine schrootjes tegen het plafond, het portret van Hare Majesteit de Koningin, en vooral naar de functionarissen in toga op het met groen tapijt overtrokken podium. De rechter mr. N. J. M. van Etten, draait een krul in zijn snor. Mr. M. A. A. van Capelle, de officier van justitie, richt zich op in volle lengte. Onder zijn toga bolt een embonpoint. Extra deftig spreekt hij de telastelegging uit: ' Mijnheer de politierechter, op de telastelegging staat een drietal feiten.' Het komt immers niet vaak voor dat de politierechter een volle zaal trekt.

Als Van Z. en B. zich voor het hekje melden, klinkt echter verstikt gelach van sommige scholieren. Vooral om Van Z. die praat met een plat Utrechts accent, maar ook omdat de mannen een Snuf en Snuitje-achtige intelligentie ten toon spreiden.

De beide mannen afkomstig uit het dorp Oudewater, op de grens met Zuid-Holland, worden verdacht van twee inbraken. Daarbij zouden ze voedsel gestolen hebben, balpennen, en driehonderd gulden. Van Z. wordt bovendien de heling van worst en Bic-balpennen telastegelegd. En B. zou tot tweemaal toe een personenauto beschadigd hebben.

Rechter Van Etten begint bij de inbraken. Hij stelt vast dat de mannen zich op 30 december 1988 toegang hebben verschaft tot het magazijn van een vishandelaar. Hij richt zich tot B., een korte bolle man in een blauw streepjesjasje.' Hoe kwam u het magazijn binnen?' ' Gewoon door de deur, ' zegt B., ' Mijn voet ertegen en hup, hij was open.'

Het is duidelijk: niet hij, maar de deur is de schuldige.

Van Z., gekleed in een witte broek en een polohemdje, bagatelliseert zijn aandeel in deze inbraak. ' Ik ben niet binnen geweest. Het was zijn idee om naar binnen te gaan. Ik heb hem nog gevraagd of dat nou nodig was. Ik was het er niet mee eens.' ' U pakte wel gestolen waren aan.' ' Ja, maar ik was het er niet mee eens.' De klas proest. De beide mannen blijken inmiddels geen vrienden meer te zijn. B. beweert dat ze de inbraak bij de vishandel wel degelijk samen gedaan hebben. En Van Z. beschuldigt B. van de diefstal van driehonderd gulden uit de kassa van Muziekvereniging Oudewater. ' Hij zat in het bestuur en had een sleutel van het lokaal. Die heeft hij gewoon gebruikt en later heeft hij de deurpost beschadigd om het op een inbraak te laten lijken, ' zegt Van Z. B. weet nergens van. ' Ik zou wel erg stom zijn om dat te doen.' Rechter Van Etten: ' U zult er versteld van staan wat voor domme dingen mensen doen.' B. houdt vol: met deze inbraak heeft hij niets te maken. Van Z. moet het dus gedaan hebben. Deze erkent dat hij wel aanwezig was. ' Ik ben naar binnen gegaan en ik heb hem gevraagd of het wel nodig was dat geld te stelen.' Van Etten stelt het krassen op de auto van een inwoonster van Oudewater aan de orde. B. ontkent twee keer gekrast te hebben.' Ik heb het een keer gedaan. Het ging in een opwelling. Ik leef al een tijdje in onmin met de betreffende dame. Ik had een slokkie op en toen is het blijkbaar gebeurd.' Het slachtoffer heeft een schadeclaim ingediend. Haar raadsman komt naar voren en meldt dat ' mevrouw zich als beledigde partij terugtrekt'.

Ze handhaaft haar aangifte maar wenst haar schadeclaim via de burgerlijke rechter uit te vechten.

De andere beledigde partij, de vishandelaar, geeft een toelichting op de berekening van zijn schade, die tegen de duizend gulden loopt. Een timmerbedrijf heeft nieuwe sloten moeten maken, zelf heeft hij een werkdag gemist en hij is er op uit gemoeten om nieuwe paling in te slaan.' Ik zie dat u chauffeurskosten heeft gerekend, hoe zit dat', vraagt van Etten.' Dat ben ik zelf, want tja, ik kan toch moeilijk gratis rijden', verklaart de vishandelaar, die aldus dubbel betaald wil worden: voor de gederfde werkuren en voor zijn arbeid als chauffeur.

Het is niet duidelijk of officier Van Capelle misschien extra indruk wil maken op de middelbare scholieren, maar zijn requisitoir krijgt het karakter van een donderpreek.

Hij begint vrij rustig met de vaststelling van de bewezenverklaring. Dat levert weinig problemen, vindt hij, want beide mannen beschuldigen elkaar. Zijn stem zwelt echter aan wanneer hij de vergrijpen der mannen gaat 'kwalificeren'.' Da's een fijn stelletje jongens dat daar zo rondloopt in Oudewater', sneert hij. ' Kennelijk onder invloed van drank gaat men zijn gang maar. Met name B. gedraagt zich ongelooflijk bot en a-sociaal! Hij moet zich schamen!' B. slaat de armen over elkaar en begint de officier van repliek te dienen. Maar Van Capelle buldert er over heen: ' Als je niet tegen drank kunt, moet je jezelf met een handboei vastleggen aan de centrale verwarming en thuisblijven.' De klas kijkt geschrokken. Maar de griffier leunt ontspannen met haar hoofd op haar hand en Van Etten draait nog eens een krul in zijn snor.

Van Capelle heeft geen goed woord over voor het feit dat de mannen juist van de eigen vereniging hebben gestolen. ' Het is schandelijk om te stelen van de kring die je zelf hebt uitgekozen. Ik vind het een hele dunne vertoning.' Dat de advocate van Van Z. de gedupeerde vishandelaar gevraagd heeft bepaalde posten op zijn schadeclaim te specificeren vindt Van Capelle ' beneden Amsterdams peil'.

Impliciet geldt dit verwijt ook de rechter, die immers ook vragentekens zette bij de hoge rekening van de vishandelaar.

Tegen Van Z. eist de officier vier weken voorwaardelijke gevangenisstraf, een boete van 750 gulden en een toewijzing van de vordering van civiele partij. B. moet volgens hem vijf weken voorwaardelijk krijgen, en een boete van 1.250 gulden. ' Omdat ik dit krassen op auto's veel vervelendere feiten vindt.' Van Etten oordeelt dat er te weinig bewijs is voor de inbraak bij de muziekvereniging. Hij veroordeelt Van Z. tot drie weken voorwaardelijk en een boete van vijfhonderd gulden. B. krijgt vier weken voorwaardelijk en duizend gulden boete. Bovendien moeten beide mannen duizend gulden aan de vishandelaar vergoeden. ' Welk deel ieder van beiden betaalt, moet u zelf maar onderling uitmaken', besluit Van Etten. Aldus tovert hij de schadeclaim om tot alternatieve straf: de mannen zijn tot elkaar veroordeeld.

UITSPRAAK IMAM EN SLAGERSMES

De Marokkaanse imam El Fdil G. (zie De Rechtszaak van 28 april) is op 8 mei door het Amsterdamse Hof opnieuw tot 7 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Het hof acht hem schuldig aan doodslag op zijn landgenoot Otman Didouh. Mohammed G., de jongere broer van El-Fdil, werd net als in eerste instantie vrijgesproken. Het openbaar ministerie had tegen beide broers zeven jaar geeist wegens moord met voorbedachte rade. Het hof zag hiervoor onvoldoende bewijs.