Kritiek op regering verboden tijdens campagne voor 'vrije verkiezingen'; Birmezen weten niet wie ze kiezen

ROTTERDAM, 26 mei Een land waar 93 partijen aan verkiezingen mogen deelnemen, een land waar politieke partijen bijeenkomsten mogen houden, een land met een militair bewind dat echter een burgerregering in het vooruitzicht heeft gesteld: Birma of Myanmar zoals het sinds vorig jaar heet. Morgen worden er voor het eerst in dertig jaar 'vrije, eerlijke en pluriforme verkiezingen' gehouden voor de Nationale Assemblee.'Vrij' en 'eerlijk' komen in een geheel ander daglicht te staan als men kijkt naar de beperkende maatregelen voor partijen, kandidaten en kiezers of naar de repressie, de arrestaties en de martelingen. Dan blijkt dat de Birmese gang naar de stembus een schijnvertoning is.

De Staatsraad voor Herstel van Orde en Gezag (SLORC), een eufemistische omschrijving van militaire junta, beloofde na de bloedige onderdrukking van de massale beweging voor democratie in september 1988 vrije verkiezingen in Birma. De voorzitter van de raad en het formele Birmese staatshoofd, generaal Saw Maung, zei toen dat de militairen 'absoluut niet van plan' waren lange tijd aan de macht te blijven. Birma zou spoedig weer een burgerregering krijgen, aldus Saw Maung.

In de aanloop naar de verkiezingen, die vorig jaar al werden aangekondigd, bleek in feite het tegenovergestelde van Saw Maungs woorden: alles is er op gericht het militaire bewind te handhaven. De belangrijkste drie oppositieleiders, de populaire Aung San Suu Kyi en Tin Oo van de Nationale Liga voor Democratie (NLD) en de vroegere premier U Nu zitten gevangen of hebben huisarrest. Volgens diplomaten in Birma zitten honderden misschien wel duizenden minder bekende leden van de oppositie eveneens achter de tralies. Amnesty International schrijft in een recent rapport dat veel gevangenen worden gemarteld. Tijdens de verkiezingscampagne was het leveren van kritiek op de SLORC, het leger, de militaire leiders en alles wat met hun politiek samenhangt verboden. De 2.100 kandidaten hadden de goedkeuring nodig van de militairen. Op politieke bijeenkomsten mochten niet meer dan 45 mensen meedoen en de toespraken moesten van te voren bij de censuur worden ingeleverd.

Wie de Birmezen morgen kunnen kiezen is volstrekt onduidelijk, lijsten met kandidaten zijn niet gepubliceerd. Waartoe het kiezen van de Nationale Assemblee dient is de vraag. Khin Nyunt, de directeur van de militaire inlichtingendienst, zei vorige week in een vraaggesprek met het Dagblad van het Werkende Volk dat de nationale vergadering eerst moet werken aan een nieuwe grondwet, een proces dat jaren kan duren. Khin Nyunt is een belangrijke man achter de schermen, een van de vele kwade Birmese genieen.

De militaire dictatuur in Birma stamt uit 1962 toen generaal Ne Win de twee jaar eerder democratisch gekozen regering U Nu in een staatsgreep verdreef. Ne Win vestigde met zijn Birmese Socialistische Programpartij (BSPP) een bewind dat de 'Birmese weg naar het socialisme' proclameerde. In de praktijk kwam die socialistische weg neer op ordinaire zakkenvullerij. Birma, een land dat rijk is aan grondstoffen, mineralen en landbouwgronden en eind jaren vijftig behoorde tot een van de meeste welgestelde naties in de regio, belandde in de regionen van de armste landen ter wereld.

Begin 1988 gingen boeddhistische monniken en studenten de straat op om te betogen tegen de onderdrukking. De protesten liepen uit op een massale, vreedzame volksopstand, die korte tijd de illusie wekte dat aan de dictatuur een einde zou komen. Op 18 september 1988 greep Tatmadaw, het Birmese leger, onder leiding van Saw Maung in en drukte ten koste van honderden, mogelijk duizenden doden de democratische beweging de kop in. Ne Win had daarvoor al afstand gedaan van zijn openbare functies, maar waarnemers menen dat hij in de mistige Birmese machtsstructuur tot heden de onzichtbare sterke man is gebleven.

De BSPP werd opgeheven en vervangen door de Nationale Verenigde Partij (NUP). Saw Maung stelde de grondwet buiten werking en beeindigde daarmee formeel de 'Birmese weg naar het socialisme'. Vorig jaar werd de naam van het land veranderd in Myanmar en die van de hoofdstad Rangoon in Yangon, om, zoals het heette, uitdrukking te geven aan de eenheid van het land. In het oosten en noorden echter vechten guerrillastrijders van etnische minderheden, met name de Karen, al tientallen jaren tegen het centrale gezag in Rangoon.

In feite veranderde er niets in Birma: business as usual. De militairen bleven hun zakken vullen, politieke opponenten werden even hardhandig aangepakt. Birma raakte nog verder geisoleerd dan voorheen. De weinige Westerse landen die nog handel dreven met Birma staakten of beperkten deze. Alleen Thailand bleef contacten onderhouden met de dictatoriale westerbuur. Thaise houthandelaren profiteren dankbaar van hun vrijwel monopolistische relatie met Birma. Op grote schaal worden teak-bossen gekapt. Voor Rangoon levert dat behalve inkomsten nog een voordeel op: het woongebied van de guerrillastrijders wordt vernietigd.

Na het neerslaan van de democratische opstand werd in Rangoon grote schoonmaak gehouden. Wijken waar het verzet het sterkst was werden met de grond gelijk gemaakt, de bewoners gedeporteerd naar plaatsen buiten de hoofdstad. Of ook zij aan de verkiezingen mogen deelnemen is niet duidelijk.

Buitenlandse waarnemers en journalisten zullen er morgen niet bij zijn, de autoriteiten hebben de grenzen al weken hermetisch afgesloten. Diplomaten in de hoofdstad Rangoon moesten voorafgaande aan de verkiezingen toestemming vragen om in het land te reizen, in veel gevallen werd dat geweigerd. Zelfs de toeristenindustrie, een van de weinige bronnen van buitenlandse deviezen, is voor een maand stilgelegd.