Hockeytitels financieel weinig waard

ROTTERDAM, 25 mei Het is een misvatting te veronderstellen dat de dit jaar behaalde wereldtitels de Nederlandse hockey-internationals nu ook financiele voordelen gaan opleveren. Volgens Frans Spits, penningmeester van de Koninklijke Nederlandse Hockeybond, staan de geinteresseerde sponsors momenteel zeker niet te dringen bij hem op de stoep. Daar is men bij de KNHB ook bewust niet op uit geweest. De bond heeft alleen belangstelling in een verbintenis met sponsors, zoals Spits het zegt, for better and for worse

'Het gaat ons om de continuiteit', legt Spits uit. 'We zijn niet geinteresseerd in een sponsor die na een succesvol jaar weer vertrekt.'

Hij zegt dat 'onze kracht' ligt in het feit dat de huidige sponsors van de KNHB er geen problemen mee hebben als er een of twee seizoenen geen opzienbare successen worden geboekt of geen grote hockeyevenementen in Nederland worden afgewerkt. Naast een hoofdsponsor heeft de KNHB vijftien co-sponsors (bijdragen varierend van 25.000 tot 75.000 gulden per jaar) en een aantal evenementensponsors. Aangezien er sprake is van branchebescherming is er niet veel plaats meer voor nieuwe bedrijven in de sponsorgroep. Het financiele voordeel van de twee wereldtitels valt ook slechts te halen uit het verlengen van de lopende contracten en het mogelijk verhogen van de sponsorbedragen.

De poging van de KNHB om een structurele individuele begeleidingspot voor de internationals te creeren staat dan ook los van de recente successen. Die plannen waren er al geruime tijd. Vanmiddag in Bunnik vraagt het bondsbestuur de clubs bij de algemene ledenvergadering toestemming om een vrijval van btw van ongeveer 220.000 gulden als startkapitaal van een nieuwe Stichting te mogen gebruiken. Dat bedrag, dat Spits liefst nog zou zien groeien ('We dromen van een miljoen'), zou dan vast moeten blijven staan waardoor het rente gaat opleveren. Aan de andere kant moet er jaarlijks een som worden verkregen die dan in maandelijkse bijdragen naar de spelers en speelsters gaat. Spits denkt dan aan een bedrag in de grootte van het vaste kapitaal, zo'n 220.000 a 250.000 gulden. 'Maar zo ver zijn we nog lang niet.'

Topsporters

Toch acht penningmeester Spits het niet uitgesloten dat de leden van de nationale hockeyteams in de toekomst een goede maandelijkse financiele bijdrage zullen krijgen. Hij rekent daarbij op de ambitieuze plannen van NOC en NSF om alle Nederlandse Olympische topsporters permanent te ondersteunen. Volgens Spits is dat 'een zaak van miljoenen guldens'.

'En dat kan alleen slagen als de multinationals zich ermee gaan bemoeien en bereid zijn het Hollandse produkt te steunen.' De hockeybond alleen, aldus Spits, zal nooit een situatie kunnen creeren waarin spelers en speelsters een 'salaris' van bijvoorbeeld 1000 a 1500 gulden per maand krijgen. 'Daar heb je enorme bedragen voor nodig. Vergeet niet dat we alles maal veertig moeten doen; twintig vrouwen en twintig mannen van de nationale selecties.', aldus Spits. Hij rekent voor dat als de hockeybond iedere speler bijvoorbeeld 5000 gulden per jaar wil geven er al een som van 200.000 gulden nodig is. 'En dan praat ik nog niet eens over de twee teams van Jong Oranje.' De financiele zaken zijn slechts een deel van het werk van de Stichting die per 1 juni actief moet worden. Het is volgens Spits de bedoeling dat het accent vooral komt te liggen op het gebied van de maatschappelijke begeleiding. Er worden werk- en stageplaatsen voor de spelers gezocht en er wordt hulp geboden bij eventuele problemen met studie of militaire dienst. Die activiteiten zullen in nauwe samenwerking met de NSF plaatsvinden. 'Vele van onze vaste sponsors hebben al positief op de ideeen gereageerd, zowel wat betreft de financiele kant als met het beschikbaar stellen van stages', doet Spits optimistisch.

Volgens Spits richten de discussies in het hockey zich te veel op de financien. De bestuurder, zelf 121-voudig international, wijst op de voordelen die een (ex-)international kan hebben van zijnhockeycarriere bij het zoeken naar een werkkring. 'Ik ben zelf ook aan een baan gekomen nadat ik ergens bij een club een training gaf.' Hij noemt dan het bedrag, 1.595.000 gulden, dat er dit jaar door de KNHB aan de nationale teams wordt besteed. 'Daarvan worden onder meer trips gemaakt. De herenploeg is onlangs naar Kenia geweest. Zo'n reis is toch meer waard dan een bedrag van een paar duizend gulden?'

Geldnood

Verscheidene internationals zeggen inderdaad voldoende te hebben aan deze privileges. Anderen willen meer, mede omdat ze dat nodig hebben. Lisanne Lejeune, de beste speelster en topscoorster bij het laatste WK in Sydney, is daar een voorbeeld van. Zij zegt soms in geldnood te verkeren. Lejeune heeft wegens het hockey voor een werkweek van drie dagen gekozen. Indien zij tijdens een trip of toernooi met de Nederlandse ploeg via de NSF een loonderving van zeventig procent krijgt houdt de hockeyster volgens zeggen een bedrag over waarmee ze niet kan rondkomen. Daarom acht Lejeune het noodzakelijk dat met name de werkende internationals maandelijks een aanvullende bijdrage van de KNHB krijgen. 'Ik vind dat we er door het hockey gezien de successen en het niveau eigenlijk op vooruit zouden moeten gaan, maar lukt dat niet dan vind ik het toch wel heel normaal als we tenminste quitte spelen.' Buiten de mogelijkheid om van het NSF een vergoeding te krijgen voor de tijd dat de hockeyers bij het werk moeten verzuimen wegens de sport ontvangen de leden van de nationale selecties een reiskostenvergoeding en een bescheiden daggeldvergoeding. Rondom de laatste WK's kregen de spelers en speelsters drie maanden lang een bedrag van 400 gulden. 'Wij hebben', zegt Frank Leistra, doelman en vice-aanvoerder van de mannenploeg, 'onszelf eigenlijk een hele slechte dienst bewezen door als pure amateurs wereldkampioen te worden. Nu wordt er bij de bond gedacht dat het zo ook wel goed gaat. Maar dat betwijfel ik. Op den duur ga je er aan onderdoor.' Leistra behoort tot de grote groep internationals die vooralsnog sceptisch tegenover de nieuwste plannen van de KNHB staat. 'Ik heb vijf jaar lang niets gehad. Ik heb niet de illusie dat dat nu wel zal gebeuren.'

Leistra zegt ervan overtuigd te zijn dat de bond meer met het WK-succes kan doen. 'Het moet toch mogelijk zijn om een paar sponsors te vinden die hun geld alleen in de begeleiding van het team willen stoppen.'

Frans Spits zegt dat er veel 'in beweging is' en daarom vindt hij de kritiek van de zijde van de spelers onredelijk. Maar hij heeft er begrip voor. 'In de tijd dat ik zelf nog hockeyde klaagden de spelers ook dat de bond niets deed.' Spits wil wel toegeven dat het heel lang heeft geduurd voordat er iets concreet van de grond is gekomen. Hij wijt dat aan 'het gewenningsproces' dat vertegenwoordigers van bond, sponsors en overheid blijkbaar nodig hebben gehad. 'We hebben', aldus Spits, 'de grote handicap dat onze maatschappij absoluut niet sport-minded is. Men geeft in Nederland vaak niet thuis als je met een verzoek komt. Het is toch een krankzinnige situatie dat speelster Anneloes Nieuwenhuizen tijdens het EK van 1987 in Londen even naar huis moest om een tentamen te maken.'